Ze fietst, valt, breekt, staat weer op

Wielrennen

De val Annemiek van Vleuten kwam hard aan bij haar vroegere clubgenoten in Wageningen. „Horror, pure horror”.

Annemiek van Vleuten leek op weg naar olympisch goud voor haar dramatische val. „Annemiek verkeerde in de vorm van haar leven.” Foto Tim de Waele/Getty Images

„Doe eens rustig joh, je wint toch wel. Doe nou toch eens rustig!” Berrie Ruijling (68) staat zondagavond schreeuwend voor de televisie. Op het scherm ziet hij clubgenoot Annemiek van Vleuten op volle snelheid beginnen aan de laatste afdaling van de olympische wegwedstrijd. Ruijling fietst bij TCW’79, waar Van Vleuten op 23-jarige leeftijd haar wielercarrière begon. Ze is nog altijd lid. Nu, tien jaar later, rijdt ze op kop in Rio. Tot die afdaling. Ruijling slaat zijn handen voor zijn mond als hij haar ziet liggen. Roerloos op straat.

„Horror, pure horror”. Ruijling heeft het er een dag later nog moeilijk mee. Hij zit samen met Cees van Nieuwenhuijsen (70) in de kantine van de Wageningse wielerclub. Hoewel Van Vleuten sinds 2008 in een professionele ploeg rijdt, fietst ze – zodra het even kan – nog graag mee met de club. „Voorheen trokken we er samen op uit”, zegt Ruijling. Hij op de bromscooter, zij erachter aan. „Zodra we bergafwaarts gaan begint ze altijd te roepen: gas geven! En dan flitst ze zo met 70 kilometer per uur naar beneden. Totaal niet bang.”

Op aanraden van de huisarts verruilde Van Vleuten tijdens haar studie aan de Wageningen Universiteit het voetballen voor het wielrennen Dat was beter voor de knie. Al snel bleek dat ze zeer talentvol. Ruijling: „Binnen een jaar kon niemand op de club haar nog bijhouden. Het was hier in de kantine dat Peter Stokvisch, toenmalig voorzitter van TCW, haar overtuigde de overstap naar het wedstrijdfietsen te maken.”

Ze kwam terecht bij de profploeg van DSB Bank–Nederland Bloeit, waar ook Marianne Vos fietste. De toewijding voor het fietsen nam toe. Van Vleuten verruilde het studentenleven voor dat van een topsporter. In 2011 won de Ronde van Vlaanderen en de wereldbeker, slechts vijf jaar na de start van haar wielercarrière. Er volgen ritzeges in de Giro d’Italia en het NK op de weg (2012) en tijdrijden (2014). Maar ze leert ook de schaduwkant van de sport kennen. Want wie hard fietst, kan ook hard vallen.

Een smak in de Giro weerhield haar er in 2012 niet van nog drie dagen door te koersen. Bij de WK ploegentijdrit in Ponferrada, twee jaar later, lag ze op medaillekoers, toen ze op twee kilometer voor de streep de bocht miste en de hekken in reed. Ze was destijds net hersteld van een zware operatie aan haar liesslagader, die ze voor de derde keer had ondergaan.

„Ze heeft veel pech gehad, maar ze komt iedere keer weer sterker terug”, zegt Van Nieuwenhuijsen. „Vorig jaar nog werd ze aangereden tijdens een hoogtestage in Italië. Lag ze met een klaplong, gebroken ribben en gebroken sleutelbeen in het ziekenhuis. Kijk hoe ze nu fietst: beter dan ooit.”

Ze fietst, valt, breekt, staat weer op. Het zorgt voor gaten op haar palmares, maar ze gaat er niet anders door fietsen. En dus kreeg Ruijling een benauwd gevoel toen hij Van Vleuten zondag zo hard van de berg zag rijden dat de motoren in de koers haar amper bijhielden.

Via Twitter zegt ze maandag „super teleurgesteld” te zijn, na haar race die ze bestempelt als „de beste uit haar carrière.” In Wageningen heeft de ontgoocheling inmiddels weer plaatsgemaakt voor hoop. „Let maar op”, zegt Ruijling „bij de WK in Qatar half oktober staat ze er gewoon weer. Dat is snel ja, maar we hebben het hier wel over Annemiek. Die is zó sterk.”

Ook een kleine tienduizend kilometer naar het zuidwesten, in het olympisch dorp in Rio, is de valpartij nog steeds het gesprek van de dag. Bondscoach Johan Lammerts was zich kapot geschrokken toen hij Van Vleuten vanuit de volgauto zag liggen, vertelt hij op het centrale plein in het dorp. „Ik dacht: o mijn god. Het was een heel vervelende ervaring. Ik zag wel dat ze ademde toen we bij haar kwamen, haar ogen waren even open, ze brabbelde wat. Maar we wisten niet veel. Later hoorde ik dat ze in de ambulance bijgekomen was.”

Lammerts overwoog niet te stoppen met zijn aandeel in de koers. „Nee, want je kunt niks doen. Ze was in de ambulance en werd verzorgd. De wedstrijd gaat door. Of het parkoers te gevaarlijk was? Het vraagt veel technische vaardigheden. Maar het ligt altijd bij de renner. Die stuurt, schakelt, trapt en remt. Mensen nemen risico’s.”

Maar Lammerts voelt wel mee met Van Vleuten. „Ze was absoluut de sterkste in deze wedstrijd, daar was geen twijfel over mogelijk. Annemiek verkeerde in de vorm van haar leven. Dat is extra zuur voor haar.”

Ook wereldkampioene Anna van der Breggen is een dag later nog altijd onder de indruk van de gebeurtenissen. „Annemiek is mijn kamergenootje. Dat bed is leeg, dat is raar.” Ze heeft nog steeds moeite met haar blijdschap. „We weten heel goed, als je je in haar verplaatst, hoe moeilijk dit voor Annemiek is. Ik hoop dat ze een manier vindt om ermee om te gaan. Ik ben superblij met mijn medaille, maar als ik aan haar denk vind ik dat moeilijk. Als ik met Annemiek terug zou gaan denk ik wel: moet ik wel die medaille om mijn nek hangen? Annemiek loopt naast me. Dat zal ik nu wel anders doen, ja. Ik zal wel heel erg rekening met haar houden.”

Ondertussen gaat het iets beter met Van Vleuten. Volgens chefarts Cees-Rein van den Hoogenband van NOC*NSF blijft ze nog wel in het ziekenhuis. „Ze is goed herstellende en heeft een rustige nacht gehad”, zegt hij. „Uit een MRI-scan is gebleken dat er geen verder letsel is. Het belangrijkste dat zij op dit moment nodig heeft is absolute rust.”