Whopper

CULRoosmalen 1

Na een avond drinken stond ik in een Burger King bij station Amersfoort. Ik was niet de enige die tegen sluitingstijd op dat idee was gekomen, dit tot zichtbaar ongenoegen van het personeel dat dacht dat we er waren om ze te pesten. Aan alles was te zien dat het een zware avond was geweest. De bedrijfskleding hing nog maar half over de konten en zat onder de vlekken.

De mevrouw voor me bestelde een Sisi.

We keken naar een medewerker die woedend tegen het hendeltje van de frisdrankautomaat sloeg, maar er kwam geen druppel uit.

„Het Sisi-tankje is leeg”, zei hij.

De vrouw, ik bewonderde haar om haar moed, vroeg of hij dan een nieuw Sisi-tankje kon aansluiten, maar dat was de jongen niet van plan.

„Geef haar dan andere drank”, besloot een meisje in wie we de filiaalmanager herkenden.

Even later was ik aan de beurt.

„Ja?”, zei ze.

“Een Whopper”, zei ik.

„Kaas?”

„Ja.”

Tijdens het afrekenen vroeg ik hoe lang het ongeveer ging duren, ik moest nog met de trein.

„Het kan in dertig seconden”, zei ze.

Vanwege die opmerking kwam de kok tevoorschijn. Ik moest aan Winston Bogarde denken, over wie ik het boek Deze neger buigt voor niemand van Marcel Rözer aan het herlezen was. Hij keek me woedend aan, die Whopper was er niet in een halve minuut.

In de keuken viel een stellage om, een stuk vlees werd op de grillplaat gesmeten, achter me wilde iemand ook een Whopper. Het werd naar de kok geschreeuwd, die een paar minuten later twee Whoppers op het roestvrijstalen glijbaantje smeet. De saus droop al uit het papier toen ze het gaf.

Het meisje veegde haar handen schoon aan de broek en zei dat een lekkere Whopper er door een teveel aan saus soms uitzag als een vieze Whopper.

„Dat heb je soms met Whoppers.”

Ze wist zeker dat de kok heel erg zijn best had gedaan, hij was inmiddels ook al weer bezig met allerlei andere gerechten waar hij maar dertig seconden over mocht doen dus ze stoorde hem liever niet. Ze bood ter compensatie een milkshake naar keuze aan en gaf een servetje waarmee we het teveel aan saus van het vlees konden schrapen.

„Banaan of vanille?”

Banaan.

Ze zette een beker onder het apparaat, maar er kwam niets uit.

„Geen banaan”, zei ze.

De jongen die ook een Whopper had besteld vroeg of het bananen-tankje leeg was. Om dat grapje moest niemand lachen.

Even later stond ik met mijn druipende lauw-warme bol op het perron. Ik durfde er niet in te bijten, ik was bang van deze Whopper.