Treurig einde voor gouden generatie zwemsters

Zwemmen

Op de estafette grepen de zwemsters voor het eerst sinds 1996 naast een medaille.

De Nederlandse zwemsters: Marrit Steenbergen, Femke Heemskerk, Inge Dekker en in het water Ranomi Kromowidjojo Foto Robin Utrecht/ANP

Heel even brak er een melancholische glimlach door op het gezicht van Inge Dekker, toen ze nog eens overpeinsde wat ze allemaal had meegemaakt met de Golden Girls. Aan het tijdperk van die unieke generatie kwam zaterdagavond in Rio de Janeiro definitief een einde, toen de Nederlandse estafettevrouwen voor het eerst in twintig jaar naast de medailles grepen.

De vierde plaats in het klamme Olympic Aquatics Centre van Rio de Janeiro was zuur, beseften Dekker, Ranomi Kromowidjojo, Femke Heemskerk en de 16-jarige Marrit Steenbergen. Daarmee werd de unieke reeks medailles onderbroken die begon met zilver in Sydney in 2000. Daarna volgden brons in Athene, goud in Beijing en opnieuw zilver in Londen.

„We hadden een heel sterke generatie”, zei Heemskerk, die er met Kromowidjojo bij was sinds Beijing. Dekker zwom ook al in Athene mee, en stond drie achtereenvolgende Spelen op het podium. Heemskerk: „Maar het houdt een keer op, dat blijkt.” Haar nuchterheid was ook een vorm van zelfbescherming; het estafetteteam ligt haar zeer na aan het hart.

Zwemvriendinnen

Treurig was het wel voor de eens zo succesvolle zwemploeg. Zestien jaar lang was het bijna ‘een zekerheidje’, die estafettemedaille op de eerste dag van de Olympische Spelen. Dekker zal over vier jaar niet meer op de Spelen actief zijn. Maar in de fase van haar leven waarin zij nu is, kijkt ze vooral met trots en plezier terug op de mooie tijd die zij heeft gehad met haar zwemvriendinnen.

Haar houding komt allerminst uit de lucht vallen. Bij de Drentse (30) werd begin dit jaar baarmoederhalskanker geconstateerd, midden in haar voorbereiding op de Spelen. Ze was ervan overtuigd dat haar zwemcarrière voorbij was. Ze werd succesvol geopereerd, krabbelde op, en lag drie weken later alweer in het water. Langzaam kon ze weer aan Rio denken, ook al zat ze soms vol twijfels over haar lichaam. „Mede doordat ik dat heb meegemaakt sta ik hier met een heel dubbel gevoel.”

Dekker: „Vierde worden is shit, maar ik ben heel blij dat ik het gehaald heb, dat ik kon zwemmen in de finale van de Spelen. Dat had ik een half jaar geleden echt niet gedacht.”

Ze kijkt niet alleen met pijn terug op een periode vol sportieve successen. „Het is zo uniek wat wij met z’n allen hebben meegemaakt”, zei ze, vooral doelend op het team met Marleen Veldhuis, Heemskerk en Kromowidjojo. „We zijn vriendinnen geworden. Het ging een tijdje minder, daarna zijn we weer bij elkaar gekomen. Dat is ook waar sport om gaat. We hebben veel gewonnen, Europese en wereldrecords gezwommen, wereldtitels behaald. Maar het olympisch goud van Beijing was het hoogtepunt.”

De heerschappij van het Nederlandse kwartet, dat kan achteraf wel worden vastgesteld, duurde van 2008 tot 2012, toen een ijzersterk team van Australië in Londen de macht overnam. De ploeg van – de toen nog Nederlandse bondscoach – Jacco Verhaeren haalde zilver.

Bouwen aan nieuw team

Ook in Rio was vooraf al lang duidelijk dat het goud ver buiten bereik lag van het Nederlandse team. Verhaeren, nu bondscoach van Australië, heeft met de jonge zusjes Campbell de twee snelste 100-meterzwemsters ter wereld in de ploeg, aangevuld met wereldtoppers als Emma McKeon en Brittany Elmslie.

Zij zwommen zelfs een wereldrecord (3.30,65) en finishten voor de teams van de Verenigde Staten en Canada. Mede door het estafettegoud kon bondscoach Verhaeren terugkijken op een uitstekende eerste avond voor zijn Australian Dolphins. Omdat ook Mack Horton goud haalde (400 vrij) heeft de grote ploeg van Verhaeren al na één zwemdag in Rio meer goud dan vier jaar terug in Londen.

Aan Nederland de taak om te gaan bouwen aan een nieuwe estafetteploeg. Zaterdagavond waren in Rio de eerste contouren van zo’n nieuw kwartet zichtbaar, met de prestatie van het jonge toptalent Marrit Steenbergen. De Friezin zwemt snellere tijden dan Kromowidjojo op die leeftijd, al betekent dat niet automatisch dat voor haar een vergelijkbare toekomst is weggelegd.

Steenbergen maakte in de series van de estafette indruk door de snelste splittijd van het viertal te zwemmen (53,31), en ging in de finale onbevangen van start – maar liep wel achterstand op. Zij zal de komende jaren ongetwijfeld nog beter worden.

Talent is er voldoende, maar strijden tegen de absolute wereldtop, Australië en de Verenigde Staten, vergt meer dan alleen een paar goede zwemsters. Als het ooit nog eens gebeurt, dan zal het waarschijnlijk jaren duren voordat zich opnieuw zo’n generatie aandient. Het definitieve einde van het sprookje van de Golden Girls toont aan hoe uniek hun prestaties zijn geweest.