Steeds vaker dringt de gestalte van president Tsaar zich, sprekend en wel, met visionaire scherpte aan me op – zoals die keer dat hij privé nogal onwelvoeglijk aan het judoën was met een jongeman van tweeëntwintig.

Vandaag zag ik hem nagelbijtend in zijn huisbioscoop.

Howard Hughes liet in zijn nadagen meer dan honderdvijftig keer de speelfilm Ice Station Zebra voor zich draaien. Atoomonderzeeër verdwaald onder grillig poolijs, op zoek naar een stilgevallen weerstation, af en toe ruggelings door het oppervlak brekend – ach, we hebben allemaal wel, kind als we zijn gebleven, van die verhalen die we telkens opnieuw willen horen. Zo raakte president Tsaar, op een angstige manier, steeds meer verknocht aan de Amerikaanse speelfilm Liar Liar, met de bekkentrekker Jim Carrey in de rol van onstuitbaar liegende advocaat. Zijn zoontje lijdt erg onder het gejok van paps en de gebroken beloftes om samen te gaan honkballen. Als Carrey verstek laat gaan op de vijfde verjaardag van de jongen, mag deze van mommy een wens doen bij het uitblazen van de kaarsjes: ‘Dat daddy een dag lang niet liegt.’

Het werkt. Gedurende een etmaal is het de advocaat onmogelijk om met een onwaarheid te reageren op wat voor vraag of toestand ook. Hij krijgt de leugen zijn strot niet meer uit, raakt in paniek, kan zijn werk niet meer doen, wordt een wrak. Hier kwam president Tsaar in beeld, eenzaam in zijn filmzaaltje. De spieren van dat altijd ondoorgrondelijke gezicht bewogen onwennig met de acrobatische bekkentrekkerij van Carrey mee. Allerminst bevrijdend: het leek eerder of De Tsaar de grimassen van zijn beul imiteerde. Kijkend naar Liar Liar parelde het zweet langs zijn oren, zodat het rossige haar aan de slapen, vochtig, de structuur kreeg van vogelveertjes na de wasbeurt van de kanarie in zijn drinkbakje. ‘Svjataja Roes,’ siste de president, ‘dat nooit.’

Het idee dat het Westen hem, bijvoorbeeld via satellietbeïnvloeding, van zijn vermogen tot liegen zou kunnen beroven... het stond voor hem gelijk aan het uitsnijden van zijn tong, de sleutel tot zijn belangrijkste oorlogswapen, de propaganda. Het moest tot elke prijs worden voorkomen. Alleen de eerste keer had hij de film tot en met het dodelijke happy end uitgekeken, waar Carrey voorgoed van zijn ziekelijke leugenachtigheid genezen bleek. Sindsdien liet De Tsaar zijn operateur de film terugspoelen vanaf de scène kort voor het verstrijken van het Etmaal der Waarheid, wanneer het allemaal nog goed kon komen met de Leugen.

Tegen zijn honderdste Liar Liar was voor hem de film het niveau van de bioscoop ontstegen. Hij stuurde de operateur weg, en ging aan boord van een luchtwaardig zeilschip, dat na de inleidende titels majesteitelijk opsteeg, met bewegende beelden die in full-colour over het strakke hoofdzeil trokken. Het maakte zich los uit het werkpaleis, waar stapels documenten op ondertekening wachtten en knappe actrices verveeld antichambreerden in het voorportaal van de presidentiële slaapkamer. Het toverschip wiekte de hemel boven Moskou in. De president aller Russen was niet alleen aan boord. De bioscoopzetels waren vliegtuigstoelen. Tweehonderdachtennegentig mannen, vrouwen, kinderen keken met hem naar Liar Liar. Het luchtschip doorkliefde een wolkendek waaruit bliksemschichten opvonkten. Op het scherm werd de Leugen gecelebreerd, vervolgens vernietigd door een kleine jongen die vijf kaarsjes uitblies. Uit de ijle rook die van de pitten opsteeg, werd het Monster geboren: de Waarheid. Truthzilla. De film deed wat een goede film moest doen: de toeschouwer meeslepen, heroïek bijbrengen, tot een bevlogen mens maken. President Tsaar sprong op van zijn stoel. Hij zou de Waarheidslievende Vijand tot zijn laatste snik bevechten – met de Wereldverbeterende Leugen.

Op het moment dat het luchtschip door een projectiel geraakt werd, wist hij al wat hij de wereld zou wijsmaken over de oorzaak van de ramp. Leugens vereisten overtuigende verbeeldingskracht, vernietigende creativiteit. De Waarheid kwam niet uit de loop van een geweer, maar uit de snavel van een pelikaan, voorgekauwd en voorverwarmd, een kleffe prak vermengd met oprecht speeksel.

Op het scherm raasde Jim Carrey per rijdende vliegtuigtrap achter het lijntoestel aan dat zijn zoon aan boord had. Het Etmaal der Waarheid was op een paar minuten na verstreken. De vader had woord gehouden, en kwam het jongetje uitzwaaien. President Tsaar hield het niet langer. Hij wilde de illusie niet kwijt dat het nu, na vierentwintig uur, gedaan was met de steriele Waarheid, en dat de vruchtbare Leugen haar weer zou aflossen. Hij riep de operateur.

‘Opnieuw, Sergej Ivanovitsj, van voren af aan... en zet de Dolby iets harder.’

Alle reeds gepubliceerde afleveringen van het feuilleton zijn te vinden op nrc.nl/afth