Feuilleton in 60 afleveringen 38/60 President Tsaar op Obama Beach A.F.Th. van der Heijden Wat voorafging: Natan wed door de Azovs aan een martelverhoor onderworpen om hem informatie over MX17 te ontfutselen, waarmee dertig miljoen dollar in de wacht te slepen zou zijn. Toen die arts in het ziekenhuis mijn aangetaste prostaat via de endeldarm 

Feuilleton in 60 afleveringen

38/60

President Tsaar op Obama Beach

A.F.Th. van der Heijden

Wat voorafging: Natan wed door de Azovs aan een martelverhoor onderworpen om hem informatie over MX17 te ontfutselen, waarmee dertig miljoen dollar in de wacht te slepen zou zijn.

Toen die arts in het ziekenhuis mijn aangetaste prostaat via de endeldarm bevoelde, werd de pijn er bepaald niet minder door, maar wat me altijd zou bijblijven: een schrijnend soort aandrang, die geen vervolg kreeg – de vernederende aanzet tot iets tussen urineren en ejaculeren in. Het poken dat de huisverkrachter van de Azovs in mijn ingewand deed, had eenzelfde uitwerking, met dit verschil dat de doktershand zich al spoedig weer had teruggetrokken en dat Artiom van geen ophouden wist. De commandant hield zijn smartphone een paar keer vlak voor mijn gezicht, om zich van enige close-ups verzekerd te weten, en liet zijn arm dan weer zakken tot de hoogte van mijn onderlichaam. ‘Het hoerenjong vindt het nog lekker ook,’ riep hij triomfantelijk uit. ‘Zeg, Artiom, dat was de bedoeling niet.’

Ik keek naar beneden langs mijn lijf. Behalve bloedsporen aan de binnenkant van mijn benen signaleerde ik een halve erectie, die onwillig heen en weer zwaaide op het ritme van mijn berijder. Hoe kon pure schrijning dit veroorzaken? Ik voelde nu ook, ergens in het centrum van de pijn, de uit het ziekenhuis bekende scherpe aandrang. De Nederlandse publieke omroep kende een jongerenprogramma, naar een oude pornofilm Komkommertijd in de Bananenrepubliek geheten, dat ranzig exhibitionisme als sexuologisch experiment sleet. Op een avond werd het fenomeen ‘melken’ behandeld, waarmee niet de handmatige of machinale verlichting van een volle koeienuier was bedoeld, maar de zaaduitstorting van een man door uitsluitend inwendige manuele stimulering van diens prostaat. Ondanks de pijn en de verwarring voelde ik een zweem dankbaarheid dat ik de korte documentaire toen had gezien. Het maakte de vernedering van mijn onvrijwillig opgewekte ejaculatie iets draaglijker: mijn overgevoelige prostaat, samenspannend met de verkrachter, had me verraden – niet een onvermoed, diep weggestopt lustgevoel.
‘Het staat erop,’ zei de commandant. ‘Hij ging af als een gieter.’

Wat mijn schaamte ook enigszins verlichtte: het was geen volwaardig sperma dat de marteling me had laten uitstoten, maar een schrale, zeepsopachtige vloeistof. Het deed me denken aan die keer dat Branda, misschien ook wel bij wijze van wetenschappelijk experiment, uitprobeerde hoe vaak ik achter elkaar, zonder tussentijdse herstelperiode, klaar kon komen. Dwars door alle pijn werd de herinnering aan Branda opeens een ruisende bron van vertedering, vergeleken bij het stinkende slijk waar ik hier doorheen gehaald werd. Vier of vijf keer, maar de laatste worp bestond uit niet meer dan een dun, melkachtig vocht, de aanduiding zaad niet waardig.

‘Arme lieveling,’ had ze gezegd, ‘er komt alleen nog spoelwater. Ik pleeg roofbouw op je reserves.’
Vanaf nu bezorgden Artioms bewegingen me alleen maar meer pijn. Ik kon mijn gekreun niet langer binnenhouden. De randdebielen tegenover me drukten hun peuken uit op de rug van de handen die ik, als enig mogelijk verzet, rond de turnbalk geschroefd hield. De kapotte brandblaren zagen zwart van de vochtige as. Artiom richtte zich hoog in me op. Heel even stond hij roerloos, op zijn tenen misschien wel. Toen, na een siddering, schokte zijn lijf. Uit zijn keel kwam zo’n angstaanjagende doodsrochel dat ik even vreesde, of hoopte, dat de commandant, buiten mijn blikveld nu, hem met één haal van zijn overlevingsmes de strot had doorgesneden.

‘Soms vind ik het jammer,’ zei een van de folteraars, ‘dat wij, eenvoudige zandhazen, op de vrouwtjes aangewezen zijn. Voordat die je hun strakke engelengaatje aanbieden…’
De commandant van de Azovs spoelde het filmpje een eind terug, en dwong me naar mijn halfslachtige zaaduitstorting te kijken. Hij zei: ‘Je genoot er nogal van, zo te zien.’

Ik voelde me een pornoacteur die na gedane arbeid de rushes terugziet. Als de man de opname op internet zette, ging die de hele digitale wereld over. Onder dreiging van nog een keur aan martelingen wilde hij van me weten of ik van de ‘sodomie’ genoten had. Als ik ontkende, zou ik er vaker aan moeten geloven. Ik vroeg me af of ik dan niet op den duur zou sterven van schaamte. Als ik veinsde er genot aan te ontlenen, werd verkrachting als martelwerktuig oninteressant voor hem. Misschien. Hij kon me in dat geval ook aan zijn sexueel uitgehongerde mannen uitleveren: dan kreeg ik het hele peloton over me heen. De verscheurende pijn hielp me uit het dilemma.

‘Ja, ik vond het fijn.’ Door het uitspreken van die leugen veranderde de brute verkrachting in mijn eigen zelfvernedering. De dodelijke schaamte kreeg nu pas vrij baan.

‘Zie je wel,’ riep de commandant. ‘Ik weet wanneer ik een willige hoer tegenover me heb. Artiom, je wordt bedankt. In je geile ijver schenk jij mijn slachtoffer genot. Zo schieten we op. Ik zal niet langer van je diensten gebruikmaken. Mannen, genoeg gelanterfant. We keren terug naar conventioneler methoden van waarheidsvinding.’

Handtekening A.F.Th. van der Heijden

Het negenendertigste deel van dit feuilleton verschijnt dinsdag 9 augustus op nrc.nl/afth.