Langman paste in het rijtje van relatief jonge ‘knappe koppen’

Overleden Harry Langman (1931-2016)

Hij was te kort minister van Economische Zaken om al zijn plannen in beleid om te zetten.

Harry Langman (rechts) en staatssecretaris Oostenbrink in de Kamer in 1971. Foto ANP

Hij kwam heel erg ‘van buiten’: de 1 augustus op 85-jarige leeftijd overleden oud-minister van Economische Zaken, Harry Langman. Van juli 1971 tot mei 1973 maakte hij deel uit van het kortstondige kabinet- Biesheuvel.

Hij werd door de VVD naar voren geschoven, maar lid werd Langman pas nadat deze partij hem had gevraagd tot het centrum-rechtse kabinet toe te treden. Langman had bij de Tweede Kamerverkiezingen van 28 april 1971 niet eens op de VVD gestemd, maar op de Anti Revolutionaire Partij (een van de voorlopers van het CDA).

Hoe gering zijn affiniteit met de VVD was, bleek uit de eerste kennismaking met de Tweede Kamerfractie. Volgens de overlevering stapte Langman toen op het Kamerlid Henk Vonhoff af met de woorden „Goedemorgen, mijnheer Wiegel.” Een belangrijke rol bij de benoeming speelde kandidaat-premier Barend Biesheuvel, die hem had meegemaakt in commissies om de Nederlandse scheepsbouw te herstructureren.

Knappe koppen

Langman paste in het rijtje van relatief jonge ‘knappe koppen’ met namen als Zijlstra, Van den Brink, en Andriessen, die eerder het ministerie van Economische Zaken hadden geleid. Slim was de in het Friese Akkrum geboren Harry Langman zonder meer. Nadat hij op zijn zestiende het gymnasium in Harderwijk had voltooid, studeerde hij, nog maar 19 jaar oud, cum laude af als jurist aan de Vrije Universiteit. Aan dezelfde universiteit begon hij vervolgens een studie economie.

Zijn eerste grote optreden in de Tweede Kamer, de begrotingsbehandeling van zijn departement, greep hij aan voor een professoraal betoog over de mogelijkheden van economische ordening. Zelfs de oppositie, aangevoerd door de PvdA, had positieve woorden over voor „de vreemde eend in de grauwe bijt”. Hij was tenminste wat „minder fantasieloos” dan veel andere ministers uit het kabinet, constateerde het Kamerlid Piet de Ruiter van deze partij.

Overheidssturing was voor deze liberaal geen taboewoord. Met zijn Wet selectieve investeringsregeling – waardoor investeringen in bepaalde delen van het land gestimuleerd konden worden–– wekte hij de woede van bierbouwer Freddy Heineken.

Langman stond aan de wieg van veel beleidsplannen die de Nederlandse politiek in de jaren zeventig voor lange tijd beheerst hebben: de spreiding van rijksdiensten naar Groningen en Zuid-Limburg en een forse uitbreiding van de productie van kernenergie.

Maar tijd om zijn in vele nota’s opgesomde voornemens in beleid om te zetten, kreeg Langman niet. In de zomer van 1972 viel het kabinet door interne ruzie over de begroting voor het nieuwe jaar al weer uiteen. In demissionaire staat ging het kabinet tot mei 1973 verder.

Langman verdween net zo snel uit de politiek als hij was gekomen. In 1977 deed de VVD nog tevergeefs een beroep op hem om opnieuw minister van Economische Zaken te worden in het kabinet Van Agt-Wiegel. Ook een verzoek om Eerste Kamerlid te worden wees Langman af. Hij werd in 1973 lid van de Raad van Bestuur van de ABN. Een functie die hij tot 1991 zou vervullen. Daarnaast bekleedde Langman diverse commissariaten.