Genderneutrale wc? We steigeren bij de gedachte

maximefebruari0

U boft maar dat u mij hebt en dat ik vorige week bij de Transpride was. Alle andere scribenten in Nederland noemen lhbt’s – lesbiennes, homo’s, biseksuelen en transmensen – steevast ‘homo’s’, die ‘hand in hand’ willen lopen met ‘iemand van hetzelfde geslacht’, waar ik als hetero transman dan iedere keer weer vreselijk van opkijk. Bij zo’n Transpride is men begripsmatig preciezer. En precisie is wel handig als je iets over mensen wilt zeggen.

Nu geef ik toe dat het lastig is je een beeld te vormen van een groep waarvan je tot voor kort nooit hebt gehoord. Zelf had ik dat de laatste weken met de gülenbeweging. Uit mediaberichten kon ik alleen opmaken dat aanhangers zich beijveren voor democratie, tolerantie en hoger onderwijs, en dat ze zijn oververtegenwoordigd bij de rechterlijke macht en aan universiteiten. Zo kreeg ik gaandeweg de indruk dat de jacht is geopend op een Turkse tak van D66; zolang dat beeld niet wordt genuanceerd of bevestigd, houd ik het gevoel dat iets me ontgaat. Over transpersonen, of transgenders, is ook veel onbekend. De buitenstaander weet niet of ze eng zijn of zielig of hip of verlicht; laatst nog las ik dat ze „levenslang begeleiding nodig hebben”, en dat doet het ergste vrezen. Jammer genoeg zijn velen van hen te hard aan het werk om de beeldvorming bij te sturen; bovendien kijken ze wel uit om als trans in de openbaarheid te treden. Vandaar dus dat ik het maar doe.

Deze zomer maak ik me toch al druk over maatschappelijke verhoudingen en de vraag hoe je onderlinge onmin voorkomt. In verband daarmee is het interessant de reputatie van transmensen te bestuderen. Uit het aanzwellen en afnemen van de sympathie valt te leren hoe het andere minderheidsgroeperingen kan vergaan. Eerst ben je een groepje zielige stakkerds dat een schoteltje melk nodig heeft, en voor je het weet ben je een gevaarlijke sekte die het comfort van anderen bedreigt.

Neem de zaak van de genderneutrale wc. U hebt vast gehoord dat in de VS een politieke strijd gaande is over wc’s. In sommige staten willen conservatieven geen transvrouwen toelaten op de openbare damestoiletten en daarom hebben ze bepaald dat je naar de wc van je geboortegeslacht moet. Mij lijkt het voor conservatieve families met paranoïde angsten rondom hun dochters niet geruststellend dat ze nu opeens hordes gespierde en bebaarde transmannen met veel testosteron naar de dames sturen. Maar goed, conservatieve Amerikanen kunnen me wel vaker verbazen.

De genderneutrale wc is voor dit soort problemen natuurlijk een oplossing. Ook los van transzaken hebben niet-gesegregeerde wc’s voordelen: vrouwen hoeven er niet meer zo lang te wachten, homo’s worden minder lastig gevallen, androgyne mensen worden niet weggestuurd, en mannen kunnen vrouwen er leren hoe je je handen wast, want geloof me, dat doen mannen echt veel plichtsgetrouwer.

Maar de samenleving wil geen oplossing. Zelfs de Nederlandse samenleving begint voorzichtig te steigeren bij de gedachte. In Utrecht, in Arnhem, op alle nette plekken moeten genderneutrale wc’s komen, maar als het plan in gemeenteraden wordt besproken, is men niet vanzelf voor. Sommige politici zijn bang dat je ‘misschien juist wordt nagekeken als je naar zo’n wc gaat’. En dat, begrijp ik, is weer schadelijk voor mensen die niet nagekeken willen worden als ze naar de wc gaan.

Uiteindelijk blijken vooral de voorstanders tegen. „Ik vind het prima, een genderneutrale plee”, zegt ene Schoorsteenveger online. Alleen niet als het uit bezorgdheid om transmensen is. „Als dat de reden is, gewoon transgenders schrappen.” Het is een standpunt dat breed wordt gedeeld, vooral vanwege de vermeende gevoeligheid van de transmensen. Zeurkousen die niet tegen een stootje kunnen en die willen dat de wereld naar hun wensen wordt ingericht. Opgeteld bij de gevoeligheid van weer andere minderheidsgroepen die juist wél segregatie willen, leidt dit bij buitenstaanders tot een ergernis die even afkeurenswaardig als begrijpelijk is.

Zelfs een nette krant kopt: „Genderneutraal. De wc voor iedereen. Utrecht heeft hem al, maar is het ook prettig?” De vraag is retorisch: kennelijk is het niet prettig, een wc voor iedereen. Een wereld voor iedereen. Inclusief en beschut en wenselijk, ja. Maar juist daarom ook hoogst irritant. En zo kom ik uiteindelijk tot de conclusie dat de beeldvorming van transmensen niet is gebaat bij de inrichting van genderneutrale wc’s onder verwijzing naar hun tere zielen. De suggestie van humorloze hulpbehoevendheid maakt ze er niet populairder op, en dus ook niet veiliger. En eerlijk gezegd, stelde ik maar weer eens vast tijdens de Transpride, valt het met die humorloze fijngevoeligheid ook nogal mee.