De kinderopvang wordt goedkoper voor ouders die tóch al veel werken

Toeslag Juist gezinnen met hogere inkomens krijgen meer geld voor de kinderopvang. Maar veel meer werkende ouders levert dat niet op.

0808BINkinderopvang_hinke_3k

‘Ik ben ze nog niet tegengekomen. Werkgevers die zeggen: goed idee om drie dagen te gaan werken.” Niet dat Joyce van de Pas dat ooit heeft overwogen toen ze zelf moeder werd. Vreselijk vindt ze het, vrouwen die noodgedwongen stoppen met werken, omdat hun salaris anders opgaat aan de kinderopvang. „Je werkt toch niet alleen om je hypotheek te betalen?”, zegt Van de Pas, zelfstandig ondernemer en eigenaar van de blog MamsatWork.nl.

„Toch vrees ik dat het gros van de vrouwen denkt: als ik er financieel niks mee opschiet, dan doe ik het niet.”

Minder werken? Als het aan minister Asscher (Sociale Zaken, PvdA) ligt, gaan jonge ouders juist méér werken. Om dat te stimuleren gaat de kinderopvangtoeslag op 1 januari 2017 opnieuw omhoog. Het kabinet trekt daar jaarlijks 200 miljoen euro extra voor uit. Werken moet lonender worden.

Enkele tientjes tot ruim 900 euro per maand, zoveel ga je er als werkende ouder met kinderen op de opvang straks op vooruit. Afhankelijk van inkomen en aantal opvangdagen.

Vooral huishoudens met een relatief hoog inkomen profiteren. De kinderopvangtoeslag is een impliciete subsidie op werk, die je ontvangt als beide ouders in het gezin werken en de kinderen naar formele opvang (crèche, gastouder etc.) gaan.

Geen wondermiddel

Leuk, die hogere toeslag, maar betekent dat ook automatisch meer werkende ouders? „Zo’n verhoging is redelijk effectief”, zegt onderzoeker Egbert Jongen, „maar het is geen wondermiddel”. Bij het Centraal Planbureau deed hij onder meer onderzoek naar de effecten van de kinderopvangtoeslag op arbeidsparticipatie over de periode 2005-2009, toen de subsidies ook zijn verhoogd.

Naamloos

Destijds leidde de hogere toeslag – samen met een hogere zogeheten combinatiekorting via de belastingaangifte – tot 30.000 extra werkende moeders. Op de totale groei van arbeidsparticipatie van jonge ouders is dat beperkt, terwijl het de overheid jaarlijks 3 miljard euro kostte. Anders gezegd: voor iedere extra werkende vrouw betaalde het Rijk jaarlijks een subsidie van 100.000 euro. Een „geldverslindend fiasco van Griekse proporties”, noemde econoom Mathijs Bouman de regeling daarom eerder.

Het is inderdaad effectiever om de arbeidsparticipatie van jonge ouders te stimuleren via een belastingkorting zoals de inkomensafhankelijke combinatiekorting, concludeert Jongen.

Werkende moeders zijn door de hogere toeslag wel meer uren gaan werken, werkende vaders juist minder. Ook zijn er niet méér vaders gaan werken. „Maar dat is niet gek als je bedenkt dat de participatiegraad van mannen in deze doelgroep met 95 procent veel hoger is dan die van vrouwen met 78 procent”, vindt Jongen.

De toeslag ging omhoog, omlaag en weer omhoog

Zwalkend beleid

In 2005 werd de toeslag verhoogd, in 2013 verlaagd, in 2016 weer verhoogd. „Dit zwalkende beleid duidt niet op een langetermijnvisie vanuit de overheid”, zegt Saskia de Hoog, onderzoekscoördinator bij vrouwennetwerk Women Inc. „Straks zijn er verkiezingen, komt er een nieuw kabinet en dan verandert de hoogte van de toeslag opnieuw. Als ouder kun je daar toch niet op bouwen?”

De zorg voor kinderen moet volgens De Hoog niet afhankelijk zijn van politieke kleur en ruimte in de rijksbegroting. „De toeslag wordt te veel gezien als arbeidsmarktinstrument en te weinig als middel om ouders te ontzorgen en de kwaliteit van de opvang te waarborgen.”

Die kwaliteit daalde toen in 2012 en 2013 sterk werd bezuinigd op de kinderopvangtoeslag, zegt Jongen. „Hoe lager de ouderbijdrage, des te meer kinderen er de komende tijd naar de opvang gaan. Nu maar hopen dat de kwaliteit ook weer omhooggaat.”