Daar zit je dan met je verblijfsvergunning

Hij krijgt een telefoontje uit Aleppo. Fadi Nashed belt op zondagochtend vanuit een azc met zijn vrouw. Ze is in rep en roer. De door regeringstroepen beheerste universiteitswijk waar ze met hun dochtertje woont, is afgesloten. „Gisteravond kregen we een half uur om het huis te verlaten”, zegt ze met lange halen. Ze zijn gebleven.

„Waar zullen we nu naartoe gaan, naar de hel? Je kunt ons niet voelen, Fadi.” Fadi sust. Hun wijk was de veiligste van de stad. „We hebben niets te eten. We zullen sterven, Fadi. Hier heerst alleen maar dood.”

Gehuil klinkt op de achtergrond. Ze somt alle doden op die ze kent.

Hij laat haar foto zien, een lieflijke jonge vrouw. Nu hij levend en met een verblijfsvergunning in zijn veilige, kale kamer zit, heeft hij spijt dat hij hen niet heeft meegenomen. In de verwarring kan hij zijn eigen wijk niet meer vinden op de kaart die uitgevouwen voor ons ligt.

In de slag om Aleppo zijn de rebellen, het Vrije Syrische Leger en Jabhat al-Nusra, aan de winnende hand. Een slag voor in de geschiedenisboeken. Hoe is het om daar nu te zijn? Fadi skypet met zijn vader, een gepensioneerde advocaat in een leunstoel. Ook hij woont in een door regeringstroepen gecontroleerde wijk, Hamdaniya.

„Habibi”, roept zijn vader en gaat op het puntje van zijn stoel zitten. „Het gaat goed met ons”, roept zijn moeder op de achtergrond. „Ja, jongen”, zegt zijn vader, zoals vaders dat overal ter wereld zeggen.

Fadi had tot een jaar geleden een timmerbedrijf in het centrum van de stad. „In oorlogstijd kun je geen vrienden blijven”, zegt hij. De jongens met wie hij voetbalde, zag hij terug als leden van een straatbende die in opdracht van het Vrije Syrische Leger opereerde. Op een zomeravond een jaar geleden werd hij door veertien mannen uit de buurt buiten aangehouden. „Ze zeiden: betalen of we brengen je naar het checkpoint. Ze bedoelden de frontlinie met het regeringsleger.”

Hij gaf ze zijn portemonnee en ze sloegen hem in elkaar. Hij laat de littekens in zijn hals zien alsof hij in gesprek is met de IND. Een week later, zegt hij, vluchtte hij de Turkse grens over.

Zijn vader doet als een oorlogscorrespondent verslag van de afgelopen dagen. Het Vrije Syrische Leger heeft de militaire academie ingenomen. De meeste bewoners hebben de wijk verlaten. De uitvalsweg naar het zuiden is afgesloten. Er komt geen groente en geen vlees meer binnen. En nu zijn ze omringd door rebellen. „Onze wijk dan. Verder dan dat kan ik niet zien.” Oorlog maakt kortzichtig.

Jutta Chorus (j.chorus@nrc.nl; Twitter: @JuttaChorus) schrijft op deze plek een wisselcolumn met Tom-Jan Meeus.