Studio Skopje

pietervanos0

Wie ooit Las Vegas bezocht, ervaart Skopje als een feest der herkenning. De in razend tempo opgetrokken betonnen, neoclassicistische façades in de hoofdstad van Macedonië ogen als van karton, of plastic, of een combinatie van beide. Ze lijken gemaakt voor een tv-studio. Het 22 meter hoge standbeeld van Alexander de Grote op een steigerend paard, ’s avonds verlicht in wisselende kleuren, lijkt wel ontworpen door striptekenaar Uderzo. Je zou zweren dat het beeld hol is en door een flauwe bries van zijn sokkel wordt geblazen.

De transformatie van Skopjes binnenstad komt uit de koker van de inmiddels afgetreden premier Nikola Gruevski. Iedereen wist dat het een dure grap zou worden, geraamd op zo’n 80 miljoen euro. Het werd meer dan 500 miljoen, ondanks de goedkope materialen en fantasieloze ontwerpen. Buitenlandse investeerders en toeristen zouden dat geld ophoesten. De vraag is of die nog komen, een groot succes is de nieuwbouw vooralsnog niet. CNN sprak van een „themapark” en The Guardian kopte: „Hoe Skopje veranderde in Europa’s nieuwe hoofdstad van kitsch”.

Architecten klagen over „façadisme”. Wrang is dat juist zij zo hielden van Skopje. Na een verwoestende aardbeving in 1963 kreeg de stad een trits brutalistische betonnen kolossen die liefhebbers rekenden tot het beste van de mondiale modernistische architectuur. De regering plakt nu Vegasgevels tegen hun lievelingsgebouwen.

De transformatie is niet voor niets ook te zien als een afrekening met de tijd dat Macedonië een deelrepubliek was van de socialistische federatie Joegoslavië. Want anders dan in Vegas zijn de decors van Skopje uitgesproken politiek. Ze moeten een historische onderbouwing geven van het relatief nieuwe nationaal bewustzijn. Overal staan standbeelden van wetenschappers, geestelijken (moeder Teresa!), legerleiders en verzetsstrijders die slechts met goede wil als onderdeel van de geschiedenis kunnen worden gezien van de republiek die volgende maand haar vijfentwintigste verjaardag viert.

Door die politiek is het daarom niet verwonderlijk dat verzet tegen de regering zich uit via kritiek op de postmoderne potpourri van historiserende nieuwbouw. Vorige week nog. Net als een paar maanden eerder bekladden demonstranten de nieuwbouw, gewapend met paintballgeweren en verfbommen. Eerst ging het ze om een afluisterschandaal, daarna om een amnestie voor de daarvoor verantwoordelijke politici, nu richt de „kleurenrevolutie” zich op een buitenlandse lening van 650 miljoen euro. De kans is groot dat het kleine land daardoor in financiële problemen komt.

Paradoxaal genoeg maken juist de demonstranten de Vegas-kitsch ook draaglijker. Door de verfspatten verliezen de gebouwen hun smetteloosheid. Hoewel de stadsreiniging zich ongans poetst, krijgen die zowaar geschiedenis. En geschiedenis, daar was het de politieke ontwerpers juist om te doen.

Natuurlijk, probleem blijft dat de enorme, obligate standbeelden helden opvoeren die zichzelf niet als Macedoniër zagen. Sterker, ze spraken de taal niet eens, wat toch vaak een voorwaarde is bij de vorming van een nationale identiteit.

Dat laatste is de vraag, zegt een reisgenoot. „Zeg eerlijk: wie weet er nu nog dat onze Vader des Vaderlands, Willem van Oranje, ook nauwelijks een woord Nederlands sprak?”

Pieter van Os reist met zijn gezin door Oost-Europa.