Schrik. Angst. Vreugde. Tranen

Wielrennen Annemiek van Vleuten kwam gruwelijk ten val, waarna Anna van der Breggen de eerste Nederlandse medaille won.

Anna van der Breggen viert haar overwinning in de wegwedstrijd, de Zweedse Emma Johansson pakt zilver. Foto Victor R. Caivano/AP

De tranen stroomden over de wangen bij de Nederlandse wielrensters op de Copacabana. Bij Anna van der Breggen (26), die na een krankzinnige wegwedstrijd olympisch kampioene werd, maar net zozeer bij haar voorgangster Marianne Vos, de kampioene van 2012 in Londen die in Rio dienst deed als superknecht voor Van der Breggen.

De machtsoverdacht was geslaagd. Maar het beeld van een onwaarschijnlijke mix van emoties was onuitwisbaar bij de Nederlandse vrouwenploeg, zondagmiddag in Rio de Janeiro: de enorme blijdschap over het olympisch goud, maar tegelijkertijd, letterlijk, doodsangst over het lot van een derde ploeggenoot, Annemiek van Vleuten, die tien minuten eerder op afschuwelijke wijze ten val was gekomen in een gevaarlijke afdaling en roerloos was blijven liggen over een hoge stoeprand.

De Olympische Spelen hielden even op te bestaan en Rio hield de adem in na de gruwelijke valpartij van de 33-jarige Van Vleuten, tien kilometer voor de eindstreep.

Op dat moment was ze nog leidster in de race, loeisterk, en glorieus op weg naar de olympische titel. Zo leek het tenminste. „Het was schokkend hoe zij erbij lag toen we langs haar reden”, zei Van der Breggen kort na de finish van wat in de komende dagen de mooiste race van haar leven zal worden.

Winderig strand

Maar zo ver kon ze nog lang niet denken, zondagmiddag aan het winderige strand in Rio de Janeiro. Triomfantelijk winnares kon ze zich nog niet voelen na het drama rond Van Vleuten. Het was chef de mission Maurits Hendriks die zich na dat bizarre slot van de race bij Van der Breggen aan de finish meldde met voorzichtig goed nieuws over haar onfortuinlijke ploeggenoot.

„Annemiek is bij, ze zit in een ambulance”, was de geruststellende mededeling van Hendriks, voordat hij zich tot de nieuwe olympisch kampioene zelf wendde. „Wat een ongelooflijk knappe prestatie.”

Van der Breggen kon het allemaal nauwelijks geloven. Daarvoor was er in het laatste half uur van een zinderende wegwedstrijd veel te veel gebeurd. Kansen waren gekomen, en weer verdwenen. Ze was goed, maar niet super.

Van der Breggen was achterop geraakt op die loodzware, laatste beklimming in de race, de Vista Chinesa, en daalde in gezelschap van onder anderen de Zweedse Emma Johansson, die later het zilver zou pakken, af naar de straten van Rio.

In de afdaling passeerden ze Van Vleuten, die onbeweeglijk langs de kant lag. „We zagen haar liggen, het zag er niet goed uit”, zei Van der Breggen. „Het duurde even voordat ik kon bedenken dat ik weer moest gaan rijden voor de wedstrijd. Emma Johansson kwam langs, en zei tegen mij: we moeten het doen, voor Annemiek. Dat hielp mij wel.” Over de aard van de verwondingen was zondagavond nog niets bekend.

Vlak voor de finish opgeslokt

De wedstrijd zelf werd pas in de laatste meters beslist. Lang leek het erop dat de Amerikaanse Mara Abbott ging profiteren van de valpartij van Van Vleuten, maar de rijdster uit Colorado werd, net als de Pool Rafal Majka zaterdag bij de mannen, vlak voor de finish opgeslokt.

„Pas in de laatste 500 meter kwam het allemaal bij elkaar”, wist kopvrouw Van der Breggen, die de hele dag geweldig was geholpen door haar ploeggenoten.

Vooraf was druk gespeculeerd over de vraag wie van het sterke Nederlandse kwartet de belangrijkste wielrenster zou worden, maar bondscoach Johan Lammerts liet er geen twijfel over bestaan: Van der Breggen was de kopvrouw.

De manier waarop zij de bondscoach terugbetaalde, met de eerste medaille voor de Nederlandse olympische ploeg in Rio, was indrukwekkend. Een sprinter is ze allerminst, van huis uit. En toch won ze in Rio met een eindsprint, de anderen rensters volkomen kapot achter zich latend. „Het was superzwaar”, zei Van der Breggen. „Ik heb me gespaard tot die zware klim. Annemiek van Vleuten was ontzettend goed vandaag. Ik heb gegokt in de sprint. Ik heb niet de snelste aanzet, ik moest als eerste aangaan. En het pakte goed uit. Ongelooflijk.”

De manier waarop ze olympisch kampioen werd was onvoorstelbaar, maar dat zij op dit moment wel de sterkste renster ter wereld is, is geen verrassing. Van der Breggen wordt al jaren gezien als de natuurlijke opvolgster van Vos. In 2012 werd de rijdster uit het Overijsselse Hasselt al vijfde op het WK, een jaar later hielp ze Vos aan een wereldtitel in Florence.

En in 2015, het jaar dat Vos door overtraindheid moest overslaan, trad Van der Breggen definitief uit haar schaduw. Ze won onder meer de Giro Rosa, de Omloop het Nieuwsblad, de Waalse Pijl en scoorde liefst drie podiumplaatsen op de WK wielrennen in Richmond: zilver in de wegrace, zilver bij de tijdrit en brons bij de ploegentijdrit.