Het boze woud

Foto NRC

Vuile, schitterende kloteberg met je ondoorgrondelijke woud. En ik was al heel stilletjes van je gaan houden. De tekenaar van het bedwelmende wielerparcours in het achterland van Rio had je achteraan in de rij van obstakels gezet. Het mannenpeloton mocht het eerst met je kennismaken. Wanhopig probeerden ze aan te vallen op de steile stukken. Maar je was onbarmhartig.

Een berg moet je respecteren, zeker in bijgelovig Brazilië.

Ook al ben je overwoekerd door takken, bladeren, riet, varens en weet ik wat nog meer, de stenen Jezus op de berg in de verte kijkt dwars door alles heen en straft genadeloos. Zijn armen staan wagenwijd open voor de hele wereld, maar een wielrenner omhelzen kan hij niet.

Hoe hard de motor met televisiecamera ook afdaalde, hij raakte het zicht op de drie koplopers kwijt in de bochten van het dichtbegroeide woud.

Verdomme, waar waren Nibali, Henao en Majka?

Cameramensen, volgwagens, televisiekijkers; ze waren het spoor bijster. Allemaal een beetje gek geworden door de kilometers in die donkere tunnel van bladeren.

Vertraagde beelden vertelden het verhaal: een rollende bidon over het asfalt, een kapotte fiets met een versufte renner ernaast. Sergio Henao gevallen. Vincenzo Nibali was maar op de hoge stoeprand gaan zitten.

Gebroken botten, gesneuvelde reputaties.

De vrouwen waren gewaarschuwd. Je moest uitkijken met jou, smerige helling. Annemiek van Vleuten hoef je niet te vertellen wat onheil is. Ze heeft vanaf haar zadel genoeg malheur meegemaakt. Op de helling trok ze ten strijde, het was machtig om te zien. Alleen nog even afdalen van jou, gemeen gedrocht met je bemoste stoepranden uit een andere eeuw en dan: goud.

De motor met camera hield haar bij. Het zwarte slingerpad naar beneden. Het tropische woud flitste aan Van Vleuten voorbij. Dit was eigenlijk terrein voor handige slingerapen. Van Vleuten zat vast op een racefiets.

Sneed ze de bochten scherp genoeg aan?

Verdomme, regenspatten op de lens.

Uitkijken.

Je kon het aan alle koppen zien – bij de mannen en de vrouwen – dit sprookjesparcours zoog alle energie uit je lichaam. Overschatting werd in de zware rondtocht afgestraft met terugval, overmoed beloond met een smak in de goot.

Van Vleuten sneed een scherpe bocht aan. Het ging zo-zo. Het achterwiel gleed onder haar weg. Redden wat er te redden valt. Niets dus. Een smak. Weer die hoge stoeprand. Roerloos bleef Van Vleuten liggen.

De eerste achtervolger zag het besmeurde oranje shirt liggen, remde en gleed langs. Ze dacht dat ze goud kon winnen. Ten koste van alles en iedereen.

Iedereen wachtte op een teken van leven.

Van Vleuten, alsjeblieft.

Het duurde me te lang. Ik kon niet meer genieten van de verrassende gouden sprint van Anna van der Breggen. Er zat een knoop in mijn maag die pas verdween toen ik hoorde: bij kennis, ze had iets gezegd, ze is oké.

In het achterland van Rio ruiste de tropische begroeiing van het boze woud. Vogels draaiden een rondje boven de kruinen van de bomen.

Jij smerige, oude berg won het van de haastige mens.

Al denkt iedere wielrenner met een medaille daar vast anders over.

Wilfried de Jong is schrijver en programmamaker