Filippijnse president linkt 150 hooggeplaatsten aan drugs

De nieuwbakken president Duterte treedt hard op tegen criminaliteit. Honderden drugscriminelen werden in één maand doodgeschoten.

De Filippijnse president Duterte zondag tijdens de toespraak tussen militairen. Foto Lean Daval Jr / Reuters

De kersverse Filippijnse president Rodrigo Duterte heeft meer dan 150 rechters, politici, burgemeesters en militair personeel in verband gebracht met drugs. Hij noemde de namen zondag in een televisietoespraak, meldt persbureau AP.

Duterte ontsloeg per direct militairen en politie-agenten en beval de beveiliging voor betreffende politici op te heffen. De personen moeten zich binnen 24 uur melden, zei Duterte, “of anders zal ik je slaan”.

Of de personen op de lijst echt wat te maken hebben met drugshandel weet Duterte niet zeker, maar hij vindt het zijn plicht om informatie over het drugsprobleem in het land te verstrekken.

‘De Bestraffer’

Tijdens zijn verkiezingscampagne kondigde Duterte (71) al aan keihard op te treden tegen criminaliteit en drugs. Hij beloofde criminaliteit binnen een half jaar uit te bannen. Duterte wil de doodstraf invoeren, die in 2006 met name onder druk van de Katholieke Kerk werd afgeschaft. Twee weken geleden stelde hij dat plan voor aan het congres.

In de eerste maand sinds zijn officiële aantreden, 30 juni, heeft de Filippijnse politie al 402 drugsverdachten gedood. Een onbekend aantal mensen werd het slachtoffer van doodseskaders. Zeker 4.400 mensen zijn gearresteerd. Ook zouden 600.000 mensen zich hebben aangegeven om te voorkomen dat ze worden gedood.

Juist vanwege zijn rechtlijnige aanpak is Duterte populair onder Filippijnen. Duterte heeft de bijnaam ‘De Bestraffer’. Als burgemeester van Davao gebruikte hij al omstreden maatregelen om criminaliteit te bestraffen. Hij pleitte ook voor een verbod op alcohol en tabak in openbare ruimtes en een avondklok voor kinderen.

Kritiek mensenrechtenorganisaties

Meer dan driehonderd mensenrechtenorganisaties, waaronder Human Rights Watch, hebben in een open brief de International Narcotics Control Board (INCB) en de Office on Drugs and Crime van de Verenigde Naties (UNODC) opgeroepen zich uit te spreken tegen het hardhandige optreden van de president.