Een menselijker keizer, kan dat in Japan?

Akihito Maandag maakt de Japanse keizer zeer waarschijnlijk zijn wens om af te treden bekend. Maar wel in zeer omslachtige termen: zelfs erover praten is in strijd met de grondwet.

De Japanse keizer Akihito (derde van links) en zijn familie zwaaien vanaf het balkon van het Keizerlijk Paleis in Tokio bij de 81e verjaardag van het staatshoofd, in december 2014. Foto: Eugene Hoshiko/AP

Maandagmiddag zullen veel Japanners aan de buis gekluisterd zijn. Voor nog maar de tweede keer sinds de Japanse keizer in 1989 de troon besteeg, zal hij zijn volk toespreken. De laatste keer was na de vreselijke tsunami en daarop volgende nucleaire crisis in 2011. De toespraak van maandag komt na geruchten dat de keizer wil aftreden.

Keizer Akihito is 82, heeft gezondheidsproblemen en vertrouwde in december het volk toe dat hij zijn leeftijd begint te voelen. Hij heeft alleen een probleem: de Japanse wet staat hem niet toe af te treden en de troon aan zijn 56-jarige zoon door te geven. Hij mag het woord aftreden zelfs niet noemen. De Japanse grondwet stelt namelijk dat de keizer „het symbool van de Staat en de eenheid van het volk” is. Sinds de door de Amerikanen geschreven grondwet in 1947 is aangenomen, is dit altijd geïnterpreteerd als dat de keizer zich absoluut niet kan mengen in politieke activiteiten.

In strijd met de grondwet

De keizer mag niets zeggen dat ook maar een beetje een politiek geurtje heeft. Omdat aftreden een wetswijziging vereist – een politieke handeling – zou zelfs praten over aftreden in strijd zijn met de Japanse grondwet.

De keizer moet daarom maandag noodgedwongen zo vaag mogelijk zijn. Toch gaat hij proberen in tien minuten zijn gedachten en gevoelens over te brengen. Hoe hij dat gaat doen is onbekend, omdat dit nooit eerder is gebeurd in Japan. Vervolgens is de vraag of het parlement er mee aan de gang gaat. Zelfs dan kan het nog jaren duren voordat de wet werkelijk wordt gewijzigd. Een comité is inmiddels in het geheim begonnen de mogelijkheden te bestuderen.

Opiniepeilingen tonen dat 77 tot 90 procent van het Japanse volk vindt dat de keizer moet kunnen aftreden. „Hij moet dat zelf kunnen besluiten,” zegt een 26-jarige vrouw in Tokio die voor een IT-bedrijf werkt, maar haar naam liever niet geeft. „De keizer is net als iedereen een mens, met mensenrechten.”

Oorverdovende stilte

Maar het kabinet van Premier Abe en zijn conservatieve achterban zijn er totaal niet blij mee. Toen afgelopen maand de Japanse nationale omroep NHK de geruchten naar buiten bracht en zei dat de informatie uit betrouwbare bronnen kwam binnen de keizerlijk hofhuishouding, reageerde het Abe-kabinet met oorverdovende stilte. De Japanse premier gaf geen commentaar en kabinet-secretaris Suga zei dat het kabinet geen plannen had om de keizer te polsen over zijn wens „binnen enkele jaren” te willen aftreden.

„Er is politieke betekenis in het wijzigen van de wet om de keizer toe te staan af te treden, omdat dan een element van ‘eigen wil’ een rol gaat spelen in de opvolging,” legt de Japanse politicoloog Koichi Nakano uit. „Tot nog toe was dit afwezig, omdat de dood van de keizer de opvolging bepaalde.”

Omringd door taboes

Het verontrust politici. „Wat als mensen druk zouden uitoefenen op de keizer om af te treden? Of als hij zijn aftreden gebruikt om zijn eigen wil te tonen, bijvoorbeeld om zijn afkeer van het regerende kabinet bekend te maken?” Nu is dat onmogelijk. Het Japanse keizerlijk huis is geen koninklijke familie in de Europese traditie, zegt Nakano. „Het heeft een veel negatiever verleden en wordt omringd door taboes.”

„Het feit is,” vervolgt Nakano, „dat de grondwet de keizer geen gewone mensenrechten toekent.” Na het einde van de Tweede Wereldoorlog faalde Japan er in om het keizerlijk hof te „normaliseren” volgens de hoogleraar. „De keizer behield een vergoddelijkte vorm.”

Troonsafstand maakt mensen in zowel linkse en rechtse kampen bezorgd omdat het een proces van „normalisatie” en „humanisering” van de keizer forceert. „Je moet dan ook rekening houden met andere aspecten van normalisatie, zoals het ontmantelen van de buitensporige taboes en verering van de keizer,” zegt Nakano.

Die taboes en verering zijn zo alomvattend dat de media heel voorzichtig met nieuws over het keizerlijk huis praten en zelfs een speciale spreekstem gebruiken. De meeste Japanners weten bovendien niet eens de namen van de leden van de keizerlijke familie. De 26-jarige IT-medewerker staart verdwaasd voor zich uit als haar gevraagd wordt de namen te noemen. „Ik ken hen enkel als keizer, kroonprins en dergelijke,” zegt ze. Ze komt verschrikt tot een conclusie: „We zien hen niet als individuen. We zien hen enkel in de rollen die ze spelen.”