‘Ik ben ook maar Ellie van de politie’

Interview Politievrouw Ellie Lust is een voorbeeld voor jonge, lesbische vrouwen. Bij een broodje eiersalade zegt ze: „Ik heb lang het gevoel gehad dat ik iets moest compenseren.”

Foto Frank Ruiter

Een stoere politievrouw is ze, zoals ze komt aanlopen door de regen, die opeens met bakken uit de lucht komt vallen, terwijl net de zon nog scheen. Elegant is ze ook, licht en elegant, in haar getailleerde blauwe bloes. Geen vrouw die je gemakkelijk over het hoofd ziet.

Ze wilde afspreken in het restaurant van het Amsterdam Museum in de Kalverstraat, want het zijn de EuroPride-weken en ze heeft een audiotour samengesteld langs schilderijen en andere spullen die passen bij het thema LHBT [Lesbiennes, Homoseksuelen, Biseksuelen en Transgenders]. Ellie Lust is woordvoerder van de politie in Amsterdam en voorzitter van Roze in Blauw, een netwerk dat opkomt voor niet-hetero’s binnen en buiten de politie. „De jurk van de eerste openlijke transvrouw hangt hier”, zegt ze. „Ze leefde halverwege de vorige eeuw en ze werd regelmatig gearresteerd, want in die tijd was het verboden” – haar stem gaat omhoog van verbazing en verontwaardiging – „daadwerkelijk verboden om als man in vrouwenkleren te lopen.”

Ellie Lust heeft voor haar tour ook een schilderij gekozen van een jongetje in meisjeskleren – tot diep in de negentiende eeuw de gewoonte – en dat vinden we nu weer heel raar. „Je zoontje van twee een jurkje aantrekken”, zegt ze. „Dan krijg je opmerkingen.”

Ze was al bekend door haar optredens in Opsporing Verzocht en het NOS Journaal, maar sinds ze afgelopen seizoen heeft meegedaan met Wie is de Mol? is ze een beroemdheid. Zij is de vrouw die het woord ‘etherdiscipline’ introduceerde. Voor wie niet weet wat dat is: kijk op YouTube naar de scène waarin de deelnemers van Wie is de Mol? voor het eerst via een portofoon met elkaar moeten communiceren en allemaal door elkaar heen schreeuwen, totdat Ellie Lust het niet langer verdraagt. Streng en directief, met haar licht Zaanse accent: „Jongens, één ding. Als het gaat over portofoonverkeer, dan vereist dat etherdiscipline.” De reacties van de anderen: wow, zijn we soms door rood licht gefietst?

We hebben nog geen hap van onze zuurdesemboterham met eiersalade en radijs genomen of ons gesprek is al drie keer onderbroken door mensen die haar de hand willen schudden of met haar op de foto willen. Ze doet het lachend. Als ik vraag of ze weet dat ze wordt bewonderd door een generatie jonge Amsterdamse vrouwen die op vrouwen vallen, begint ze te stralen en zegt ze: „Dat vind ik een enorme eer.” En na een korte stilte, alsof de boodschap even moest indalen: „Ik ben ook maar El en ik ben bij de politie gegaan omdat ik dat werk graag wilde doen.”

Ze is van de lichting 1987, volgend jaar heeft ze dertig dienstjaren. Ellie Lust is begonnen als straatagent. Ze solliciteerde tegelijk met haar tweelingzusje Marja, maar die werd aanvankelijk niet aangenomen. Want? „Ze was bescheidener dan ik. En dat is nog steeds zo. Mar is de studiebol van ons tweeën, ik ben meer een praktijkmens. Zij heeft drie titels achter haar naam. Ze is master of criminal investigations en ze heeft business management gestudeerd, allebei in Amerika, magna cum laude, en daarna heeft ze in Nederland nog een opleiding gedaan waardoor ze nu recherchekundige bij de politie is.” Recherchekundige? „Een functie die gecreëerd is na een aantal gerechtelijke dwalingen waardoor mensen onschuldig zijn veroordeeld.”

Charlie’s Angels spelen

Twee dochters van een melkboer en een huisvrouw in Oostzaan. Op het schoolplein speelden ze met de andere kinderen Charlie’s Angels. Dat was een Amerikaanse televisieserie die rond 1975 werd uitgezonden, over drie vrouwelijke detectives, in die tijd nog iets bijzonders. „Achter elkaar aan rennen met een zogenaamd pistool, schieten, jij bent dood.” Ze kijkt erbij alsof ze het zo weer zou willen doen. „Of we gingen volleyballen, een kwartier lang de bal hoog houden, daar waren Mar en ik als kind al heel goed in. De bal mocht niet op de grond komen.”

Op de middelbare school dacht ze erover om gymjuf te worden. „Maar de gymjuf zei…” Ze onderbreekt zichzelf en zegt: „Ik had altijd ruzie met haar en achteraf denk ik: ze was lesbisch en dit was mijn manier om me af te zetten.” Ik wil vragen waartegen dan, maar ze praat al weer door. „De gymjuf zei: ‘Jij vindt bewegen leuk, maar veel kinderen zijn niet te bewegen om te bewegen.’” En daar had Ellie Lust dus geen zin in.

In de eerste drie klassen van het Zaanlands Lyceum bleef ze twee keer zitten en toen moest ze naar de mavo. „Ik was helemaal niet bezig met school, ik had niet eens een agenda.” Ze zag wel dat het haar moeder verdriet deed – dat ze best kon leren, maar het niet deed – dus na haar examen ging ze door naar de havo en daarna naar het vwo. In het laatste schooljaar kreeg ze een uitnodiging voor het Nederlands Volleybalteam en dat vond ze „veel leuker” dan nog een keer examen doen.

Wist ze al die tijd dat ze lesbisch was? „Ja”, zegt ze. „Ik sprak het alleen niet uit.” Ook niet tegen haar zusje? „Tegen haar wel. Ik kreeg een vriendinnetje in het team en ik zag dat Mar haar ook leuk vond. We woonden nog thuis en hadden samen een autootje. Ik herinner me dat het een keer in de auto ter sprake kwam, op een parkeerplaats. Ik weet niet meer wat er precies is gezegd, maar daarna was het wel duidelijk.” De band tussen haar zusje en haar, zegt ze, werd vanaf dat moment nog sterker.

En hun ouders, wisten die het toen al? Ze geeft niet meteen antwoord en in de stilte die valt schuift ze met haar mes de eiersalade opzij. Ze smeert een dikke laag boter op het brood. „Vind ik lekker”, zegt ze. „Mag niet van mijn vrouw, volgens haar zijn zuivelproducten ongezond, maar ik blijf” – stralende lach – „de dochter van de melkboer.” Daarna zegt ze: „We waren een liefdevol gezin. Ik heb mijn ouders nooit ruzie zien maken. Ze waren gek op elkaar. We hadden van die tegeltjes op het toilet met teksten van Toon Hermans, ga nooit weg zonder te groeten, ken je die? Heel traditioneel. Mar en ik voelden heel goed aan dat we onze moeder zouden teleurstellen als ze wist dat we nooit met een vriendje thuis zouden komen.” Dus? „Ik heb het pas gezegd toen ik voor het eerst liefdesverdriet had, want dan wil je door je moeder getroost worden. Ik was al een eind in de twintig, we zaten nog volop in het volleyballen, dus dat was ons excuus geweest: Mar en ik hadden geen tijd voor vriendjes.” En toen haar moeder wist hoe het zat? „Toen zei ze nog steeds tegen de buren…”

„Ellie?”, zegt de vrouw die met haar dochtertje bij ons tafeltje komt staan. „Ben jij echt Ellie? Mijn man werkt ook bij de politie en…”

„Het is echt Ellie!”, roept haar dochter. „Mag ik met je op de foto?”

En hoe reageerde Ellie’s vader? „Hij heeft er nooit iets over gezegd.” Ze is heel blij, zegt ze, dat deze mensen haar ouders zijn geweest. Ze draagt ze niets na en ze vindt dat ouders er recht op hebben om het moeilijk te vinden, een zoon of een dochter die niet hetero is. Ze heeft het zelf ook moeilijk gevonden om niet mainstream te zijn. „Ik heb lang het gevoel gehad dat ik iets moest compenseren, ik deed bij alles heel erg mijn best, ook in mijn eerste jaren bij de politie. Zo van: er is iets niet helemaal in orde met haar, maar ze is wel een goeie politievrouw. Of: ze is wel een aardig mens en wat kan ze goed volleyballen.”

Verdrietig, zeg ik. „Ach ja”, zegt ze. „Zo is er bij iedereen wel wat. En moet je kijken waar ik nu ben. Wie had dat nou ooit kunnen denken? Daarom” – ze slaat haar ogen neer – „vind ik dat wat jij net zei een enorme eer, dat jonge lesbische vrouwen…” Ze maakt haar zin niet af en ik vul hem aan: je zo bewonderen. „Ja”, zegt ze. „Ja.”

Familieman

Haar ouders leven niet meer, haar moeder is maar net 70 geworden. Ze kreeg twee keer een bloeding in haar hoofd, kwam niet goed uit de operatie en Ellie Lust stopte met professioneel volleyballen om voor haar te kunnen zorgen. Dat was in 1999. Haar zusje kwam terug uit de Verenigde Staten en samen met hun broer – die heeft een yogaschool – zorgden ze om de beurt voor hun moeder en hoefde hun vader niet alles alleen te doen. „Aan het eind kreeg ze een hartinfarct”, zegt ze. „Ik heb haar nog geprobeerd te reanimeren, maar het was onbegonnen werk. Dus ik zei: mam, ga maar, wij zorgen voor papa. Zij zei altijd: als leven lijden wordt, is de dood een verlossing.”

Haar vader vond er daarna niets meer aan, maar hij is toch nog 80 geworden. Bij zijn laatste verjaardag heeft Ellie Lust hem toegesproken, bij de Chinees waar ze met elkaar aten – ander buitenlands eten bliefde hij niet. „Gewoon alles tegen hem gezegd wat je normaal pas zegt als iemand is overleden. Dat hij altijd een echte familieman was geweest: nooit naar de kroeg, altijd bij zijn gezin, altijd mee als Mar en ik gingen sporten, zestig jaar accordeon gespeeld bij de muziekvereniging. Telkens als ik volschoot, en dat was zeker zes keer, pakte hij zijn biertje en zei hij: proost, El.”