Er is zoveel meer dan man en vrouw, erken dat in de wet

Opinie Onze samenleving heeft moeite met tussenvormen. Dat zorgt voor spanning bij mensen die zich niet man, vrouw, homo of hetero voelen, schrijven de Tweede Kamerleden Vera Bergkamp, Liesbeth van Tongeren en Keklik Yücel.

Waarom voelt het ongemakkelijk als je niet weet of iemand een man of vrouw is? Die vraag stelt de Oekraïnse fotograaf Lana Yanovska met haar serie ‘Polariteit’, een van de prijswinnaars van de Pride Photo Award 2016.

Wekelijks worden in Nederland kinderen geboren waarvan niet duidelijk is of het een jongen of meisje is, kindjes met een intersekse-conditie. Een deel wordt snel operatief ‘genormaliseerd’. Bij andere kinderen openbaart de conditie zich pas later, bijvoorbeeld bij het uitblijven van de puberteit.

Nienke was zo’n kind. Haar aangrijpende verhaal vertelt ze in de documentaire Vrouwen met AOS, te zien op de site van het Nederlands Netwerk Intersekse/DSD. Als klein kind wordt ze vaak onderzocht in het ziekenhuis. „Vertel dit aan niemand”, wordt haar opgedragen.

Ze worstelt met dit geheim en krijgt antidepressiva voorgeschreven. Later zorgt precies deze medische geschiedenis ervoor dat ze geen kindje mag adopteren. Een onnodig pijnlijke geschiedenis, ook vanwege het grote taboe.

Nederland kent ongeveer 85.000 mensen met een intersekse-conditie. Denk aan meisjes of vrouwen die geen baarmoeder of eierstokken hebben. Of jongens die in de puberteit borstgroei krijgen. Over deze mensen is vaak te weinig kennis. En dus volgen te vaak onnodige operaties, die er alleen op gericht zijn het lichaam aan de strakke norm van ‘man’ of ‘vrouw’ te laten voldoen.

Wie niet in de hokjes man en vrouw past, heeft het moeilijk. Onze regels en wetten houden niet van nuances of tussenvormen. En ook onze samenleving heeft daar moeite mee. Denk aan de 50.000 (trans)genders in dit land: een verzamelterm voor mensen die biologisch man zijn, maar zich vrouw voelen – of andersom. Zij hebben last van onbegrip, stigma’s en discriminatie. 43 procent was afgelopen jaar slachtoffer van geweld. Eén op de tien transgenders durft niet als zodanig te leven.

Nederland liep voorop in de erkenning van minderheden, in 2001 waren wij de eersten met het homohuwelijk. Toch zakten we van de zevende naar de elfde plek op de ILGA-ranglijst, een organisatie voor gelijke rechten van lhbt’ers (lesbiennes, homo’s, biseksuelen, transgenders). In België, Zweden, Noorwegen, Finland en Malta worden transgenders in wetten genoemd, wat hun positie versterkt.

Om die stap ook hier te zetten, willen D66, PvdA en GroenLinks de Algemene wet gelijke behandeling (Awgb) zodanig aanpassen dat er een expliciet verbod komt op discriminatie van transgenders en mensen met een intersekse-conditie. We stellen drie aanpassingen voor:

1. Naast de rechtsgrond ‘geslacht’ wordt ‘geslachtskenmerken’ opgenomen in de Awgb. Dat maakt duidelijk dat ook de mensen die niet aan de m/v-norm voldoen, bescherming verdienen.

2. De Awgb wordt uitgebreid met de grond ‘genderidentiteit’ (wat je je voelt) en ‘genderexpressie’ (hoe je je toont). Dit versterkt niet alleen de positie van transgenders, maar van alle Nederlanders. We hebben immers allemaal een genderidentiteit en –expressie.

3. Het begrip ‘homo- of heteroseksuele gerichtheid’ wordt vervangen door ‘seksuele gerichtheid’. Zo erkennen we in de wet dat er meer is dan homo of hetero.

Natuurlijk is het eenvoudiger om in termen van Adam of Eva, man of vrouw, homo of hetero te denken, maar de realiteit is complexer. Transgenders en mensen met intersekse-conditie ervaren onnodige spanningen omdat ze niet in die hokjes passen. Het expliciteren van de Awgb erkent en sterkt niet alleen deze groep, maar geeft ook het signaal aan werkgevers, horeca, sportclubs en ov-bedrijven – kortom: de samenleving – dat ze niet gediscrimineerd morgen worden. Wij willen dat iedereen zichtbaar zichzelf kan zijn, zich welkom voelt en bescherming vindt in de wet.

Vera Bergkamp (D66), Keklik Yücel (PvdA) en Liesbeth van Tongeren (GroenLinks) zijn Tweede Kamerleden.