Hoe Cocain Inc en Marihuana Corp hun geld verdienen

Drugseconomie Drugskartels kopen in als WalMart, transporteren als FedEx en geven licenties af zoals McDonalds. De economie van de drugshandel in 7 begrippen en 5 animaties.

Illustratie Inge Trienekens

De politie in Brabant meldde het dit voorjaar met gepaste trots. Door gericht te jagen op mensen die stekjes voor wietplanten telen, zijn die stekjes schaars geworden – en vijf keer zo duur. Voor henneptelers is het nu veel lastiger geworden om hun kassen vol te zetten met plantjes voor nederwiet, liet de politie in deze krant weten.

Het is de vraag of dit de omvangrijke wietteelt in Noord-Brabant ontwricht, zegt Jan van Ours, hoogleraar economie aan de universiteit van Tilburg. Hij heeft veel onderzoek gedaan naar illegale drugs. „In de strijd tegen de drugs pakt de politie doorgaans de kleine spelers, waardoor de concurrentie op de markt afneemt. De positie van de grote spelers op de markt wordt zo juist sterker, waardoor die hun prijzen kunnen verhogen.” Dat kan dus óók de oorzaak zijn van de prijsstijging van de stekjes.

De mondiale drugsproductie en -handel is een economische sector waarin jaarlijks 300 miljard dollar wordt omgezet volgens een schatting van de Verenigde Naties. Zo bezien is de wereldwijde ‘war on drugs’ een typisch voorbeeld van overheidsingrijpen in een markt, in dit geval die voor verdovende middelen.

Maar de overheidsdienaren lijken daarbij vaak nauwelijks te weten wat ze doen, aldus het uitgebreide economisch onderzoek over de drugsmarkt. Neem de drugsvangsten door opsporingsambtenaren, die steevast de hoge straatwaarde van de verboden waar melden. In 2010 ontdekte het Mexicaanse leger zo’n 134 ton marihuana in een loods van een drugskartel in Tijuana. De recordvangst had een straatwaarde van 340 miljoen dollar in Mexico, meldde het leger, en zelfs 500 miljoen dollar in de Verenigde Staten. Een harde klap voor de drugscriminelen, wilde het leger maar zeggen.

Zou het? De econoom Beau Kilmer van het gezaghebbende RAND Corporation berekende hoe de marihuanaprijzen stijgen met elke stap in de aanvoerketen. Een gram marihuana kost in een Mexicaanse loods 8 cent (groothandelsprijs) en wordt pas na transport en distributie 5 dollar waard op een Amerikaans college. De waarde van de recordvangst was dus ‘maar’ 10 miljoen dollar.

Om de kartels en andere criminelen een echte klap te geven moet je drugs decriminaliseren, betogen nogal wat economen. Andere economen vinden dat de autoriteiten in elk geval de economische mechanismen van de illegale drugshandel beter moeten doorgronden. Die mechanismen zien er als volgt uit.

1. De markt

Er is niet één markt voor drugs, er zijn er meerdere – ruwweg een markt per product. Een markt is soms lokaal, zoals bij de productie van nederwiet voor Nederlandse gebruikers, maar overwegend zijn de markten internationaal: heroïne gaat van Azië (Afghanistan) naar Europa en de VS, waar ook cocaïne uit Latijns-Amerika terechtkomt. Marihuana gaat van Noord-Afrika naar Europa en van Mexico naar de VS.

De drugs gaan op twee manieren de grens over en dat maakt nogal uit voor het type criminaliteit. Coke en heroïne nemen weinig ruimte in en worden doorgaans met legale waar verstopt in containers. Dit is een soort witteboordencriminaliteit, waarbij in havens douaniers moeten worden omgekocht. Marihuana gaat vaak de grens over in een vrachtwagen, onder begeleiding van zwaar bewapende bewakers die bereid zijn te doden.

De grensoverschrijding valt onder ‘transport’ en ‘overslag’ en is het domein van de drugskartels. Het omzetten van grondstoffen in een verkoopbaar product (cocabladeren in cocaïne) doen de kartels ook. De productie van de grondstoffen laten ze doorgaans over aan zelfstandige boeren. En de distributie van het product onder consumenten laten ze over aan straathandelaren en tussenhandelaren.

De manier waarop de kartels hun deel van de keten beheersen verschilt nogal, leert het onlangs verschenen boek Narconomics van de Britse economisch journalist Tom Wainwright. De meeste Mexicaanse kartels werken met eigen mensen die ze ronselen in buurten en in gevangenissen. Sommige kartels werken net als McDonald’s met een franchise-systeem waarbij lokale groepen criminelen onder de merknaam van een kartel drugs mogen verhandelen – zolang ze een deel van de winst afdragen. De merknaam, die vaak als een tatoeage op de huid van elk bendelid wordt geëtst, wordt met geweld beschermd. Dankzij franchising wist bijvoorbeeld het Zetas-kartel in Midden-Amerika sinds 2010 razendsnel te groeien.

Net als reguliere grote bedrijven verdelen kartels liever de markt dan dat ze concurreren. Zo beëindigde de regering van El Salvador in 2012 de bloedige drugsoorlog door te bemiddelen bij een marktverdelingsafspraak tussen de twee grootste kartels. In Mexico mislukte een vergelijkbare poging om de drugsoorlog te stoppen (inmiddels 50.000 doden), doordat de verschillende overheden langs elkaar heen werkten bij de onderhandelingen.

2. Perverse prikkels

Het echec met het Mexicaanse bestand is een voorbeeld van een onbedoeld effect van overheidsoptreden op de drugsmarkt. Een ander voorbeeld is Juarez dat begin deze eeuw veranderde van een slaperig stadje aan de grens van de VS en Mexico in het toneel voor een bendeoorlog. Na 9/11 waren de Amerikanen in hun ‘war on terror’ de tot dan poreuze grens veel scherper gaan bewaken. Bruikbare grensovergangen als in Juarez werden daardoor zo schaars dat bendes er onderling om vochten en veel bloed vergoten.

Veel fundamenteler dan deze onbedoelde effecten zijn de perverse prikkels die voortvloeien uit de manier waarop de overheid de drugshandel bestrijdt. Neem de populaire ‘designer drugs’, synthetische roesmiddelen die niet eens zo vreselijk handige chemici in het lab in elkaar knutselen. Steeds als de overheid een ‘gevaarlijke’ pil verbiedt, maken de ‘designers’ een nieuwe die wel mag. Dat doen ze door een pil te maken die zo min mogelijk lijkt op een bestaande – verboden – pil. Op een reguliere markt zouden pillenmakers proberen om een zo veilig mogelijke pil te maken, liefst een die zich al lange tijd heeft bewezen.

3. Aanbod

Hoewel bovenstaande misschien anders doet vermoeden, voert de overheid de oorlog tegen drugs wel degelijk op grond van een rationele economische overweging. Door het aanbod te verkleinen duwen opsporingsambtenaren de prijs omhoog, zodat drugs voor veel mensen te duur worden.

Vooral transport en distributie zijn door het verbod peperduur. Neem cocaïne. Dat middel is heel compact: een gebruiker heeft voor een heel jaar genoeg aan 180 gram, iets meer dan een iPhone 5 weegt (120 gram). Normaal gesproken zou het 40 tot 100 dollar kosten om dit van Zuid-Amerika naar welk adres in de wereld dan ook te vervoeren, berekende de Amerikaanse econoom Jonathan Caulkins (Foreign Policy, 2016) onlangs.

In werkelijkheid loopt de prijs van pure coke gaandeweg op van een paar honderd dollar tot tienduizenden dollars. Bij de boer kost de pure coke maar 800 dollar per kilo. De grootste prijssprong doet zich volgens Kilmer (Foreign Policy, 2009) voor als de straathandelaar een kilo pure cocaïne bij de tussenhandelaar inkoopt voor 27.000 dollar en voor 122.000 dollar verkoopt aan de klant in de VS. Het pakje voor het jaargebruik komt daarmee op bijna 25.000 dollar.

Het transport van marihuana toont een vergelijkbaar beeld. De kiloprijs stijgt 500 dollar per 1.000 kilometer vervoer in Mexico en de VS, leren gedetailleerde berekeningen van een Mexicaanse denktank (IMCO, 2012).

De prijs van transport maakt de vaak spectaculaire actie van leger en politie in Zuid-Amerika tegen de productie van bijvoorbeeld coke ook zinloos. Zelfs als er zoveel cocaplantages afbranden dat de productieprijs verdubbelt, leidt die extra 800 euro tot een magere stijging met een halve procent van de eindprijs voor de consument. Als dit al gebeurt, want de boeren kunnen hun kosten doorgaans niet doorberekenen. De kartels opereren namelijk als zogeheten monopsonisten – exclusieve inkopers die hun inkoopprijs bepalen.

4. Prijselasticiteit

De prijs van drugs werkt inderdaad behoorlijk ontmoedigend. Er gebruiken veel minder mensen cocaïne, marihuana of heroïne dan alcohol of tabak. Dit verband tussen prijs en vraag noemen economen ‘prijselasticiteit’. Een hoge elasticiteit betekent dat de vraag naar een product sterk reageert op prijsveranderingen, een lage elasticiteit dat prijsveranderingen niet veel uitmaken.

Hoe zit dat met illegale drugs? Dat is lastig te berekenen omdat moeilijk is te achterhalen hoeveel drugs er precies worden verkocht, laat staan schommelingen daarin. Bovendien maakt het uit of mensen langdurige zware gebruikers zijn, dan wel incidentele lichte gebruikers.

Van Ours deed een baanbrekende en veel geciteerde studie naar opium aan het begin van de twintigste eeuw (Journal of Political Economy, 1995). In toenmalig Nederlands-Indië zette de overheid een eigen opiummonopolie op en verbood de toen welig tierende teelt en handel door particulieren. „De prijzen gingen omhoog en doordat gebruikers soms meer dan de helft van hun inkomen aan opium kwijt waren, daalde het gebruik”, zegt Van Ours. Elke 10 procent dat de prijs steeg, zo berekende Van Ours, daalde de vraag met 7 procent, een prijselasticiteit van -0,7. Dat is vergelijkbaar met sigaretten, maar veel hoger dan bijvoorbeeld brood: ook als het flink duurder wordt blijven mensen dat kopen.

Bij de hedendaagse drugs, waarbij de meeste mensen veel minder van hun inkomen kwijt zijn, ligt de elasticiteit lager. Voor cocaïne ligt die naar schatting rond de -0,5: elke 10 procent prijsstijging vermindert het gebruik met 5 procent. Om die prijs zover op te jagen moet de overheid veel kosten maken (denk aan het politiewerk), terwijl de opbrengst daarvan (namelijk afname van het gebruik) maar de helft bedraagt. De oorlog tegen coke is dus per definitie twee keer te duur, berekende Nobelprijswinnaar Gary Becker (Journal of Political Economy, 2006).

Dat betekent ook per definitie dat bij de bestrijding de detailhandelsprijs van drugs zo ver boven de productieprijs wordt opgedreven dat het voor criminelen aantrekkelijker wordt om als tussenhandelaar op te treden (arbitrage). Waarna de overheid weer extra geld moet besteden aan de bestrijding van drugscriminaliteit.

5. Kosten

De kosten van de ‘war on drugs’ zijn inmiddels astronomisch. Alleen al in de VS wordt jaarlijks 26 miljard dollar uitgegeven aan drugsbestrijding. Het aantal gevangenen in dat land is vooral door de criminalisering van drugs opgelopen van 330.000 in 1980 tot 1,6 miljoen nu. Het gaat veelal om jonge – zwarte – gevangenen.

Dat geeft enorme sociale kosten, zo betoogde Becker in een vurig pleidooi tegen de ‘war on drugs’ (The Wall Street Journal, 2013) doordat zoveel jonge mensen een toekomst wordt ontnomen – als ze niet al worden vermoord. De sociale kosten zijn bovendien asymmetrisch: de lasten worden vooral gedragen door landen als Mexico, waar inmiddels 50.000 mensen zijn vermoord in de drugsoorlogen.

6. Vraag

In plaats van het aanbod moeten overheden de vraag aanpakken, zeggen economen, bijvoorbeeld met voorlichtingscampagnes zoals die al bestaan voor roken. Bij roken en in mindere mate alcohol wordt daarnaast het gebruik ontmoedigd door het heffen van belastingen. Dat is ook een geschikte manier om het gebruik van drugs als coke en marihuana af te remmen, vinden economen als Van Ours. Belastingheffing is kosteneffectiever dan criminalisering, zo laat Becker zien. Om belasting te kunnen heffen, moeten drugs wel gelegaliseerd worden.

7. Legalisering

In vier staten van de VS is marihuana voor recreatief gebruik gelegaliseerd. Hypermoderne en efficiënte bedrijven telen een hoge kwaliteit marihuana, die wordt verkocht in steeds meer winkels-met-vergunning. Zo telde Colorado (5,4 miljoen inwoners) eind 2014 ruim 800 marihuanashops, meer dan Nederland. Colorado trekt dan ook veel drugstoeristen uit andere staten, terwijl het noordelijke Vermont ook toeristen uit Canada ontvangt.

Die toeristen kopen voor zichzelf, maar ook voor de verkoop in eigen staat/land. Dat legt de vier staten geen windeieren. In Colorado zijn er sinds de legalisering 30.000 banen bijgekomen. In Vermont besteden gebruikers nu zo’n 200 miljoen dollar per jaar aan marihuana, wat de overheid zo’n 84 miljoen dollar aan belasting oplevert (SSA, 2016).

De legale producenten zijn ook een geduchte concurrent voor de Mexicaanse kartels geworden, vooral door de THC-waarde van hun marihuana; die is drie keer zo hoog (boven de 20 procent). De prijzen van marihuana zijn daardoor gedaald, terwijl recente, zeer omvangrijke marihuanavondsten in Mexico de indruk wekken dat de kartels hun waar niet meer kwijt kunnen.

Dat is een wenkend perspectief voor de legalisering van cocaïne, waarvoor Caulkins een scenario heeft uitgewerkt. Alle cocaïne kan worden verbouwd op eenvijfde van het landbouwareaal van Ecuador, dus heel makkelijk in één land. Het land dat als eerste legaal gaat produceren krijgt een hoop weerstand, terwijl de geschatte omzet van de legale coke maar 1 miljard dollar is. Dat is alleen aantrekkelijk voor een kleine economie als die van Bolivia (30 miljard dollar per jaar). Bolivia moet het vervolgens verschepen naar een overslagland waar de douane makkelijk is om te kopen: Honduras voor de Amerikaanse markt, Moldavië voor de Europese markt. Zelfs met de omkoopbetalingen zal de coke zo goedkoop worden dat de criminelen uit de business stappen.

Goedkope drugs betekenen wel dat meer mensen gaan gebruiken, dat is de logica van prijselasticiteit. Meer dan de helft van de marihuana in bijvoorbeeld Vermont wordt opgerookt door mensen die dagelijks gebruiken. Doordat voor deze gebruikers de prijselasticiteit hier betrekkelijk hoog is, namelijk 0,7, is het aannemelijk dat zij meer zijn gaan gebruiken na de prijsdaling.

Scholieren die overwegen voor het eerst marihuana of coke te gebruiken zijn minder gevoelig voor lagere prijzen (elasticiteit rond de 0,3). Maar als je het gebruik wilt indammen, moet je volgens gezondheidseconoom Grossman (Health Affairs, 2002) vooral voorkomen dat jongeren eraan beginnen. Met voorlichting en met accijnzen. Van Ours: „Dat werkt tot op zekere hoogte. Kijk naar Australië, waar een pakje sigaretten 20 dollar kost. Daar zijn minder mensen gaan roken, maar er zijn nog steeds veel rokers.”