Jeroen Wollaars legt Duitsland perfect uit in DWDD

De NOS-correspondent hield een spannende en intelligente lezing over Merkel, ‘Wir schaffen das’ en het hedendaagse Duitsland.

DWDD Summerschool (VARA)

Er was deze zomer te veel gebeurd in Duitsland om nog te kunnen volstaan met een programma dat al weken klaarlag. De publieke omroep heeft ons gevraagd, zei Matthijs van Nieuwkerk, om de laatste DWDD Summerschool van het seizoen, over Duitsland, een kwartier langer te maken dan gewoonlijk. En anders dan anders werd deze aflevering kort van tevoren opgenomen – opnieuw opgenomen.

Dat was te prijzen, in een zomer waar nieuwsduiding op talkshowtoon gemist wordt op tv. Al maakte de actualiteitswens het ook extra moeilijk: DWDD Summerschool wil tijdloze colleges bieden, verdieping, bijscholing, iets om toch nog op te kauwen in vakantietijd. Bij de les die NOS-correspondent Jeroen Wollaars kwam geven, was dus ook de statuur en tijdloosheid van een geschiedenisles gewenst. En toch werd die les aangepast wegens de actualiteit – de tegenstrijdigheid lijkt kolossaal.

Maar de beslissing was juist voortreffelijk: het voorlopige hoogtepunt van de serie van zes, het retoricacollege van Wouter Bos, werd nog eens overtroffen. Wollaars hield een spannende, intelligente en boeiende lezing over hoe het kan dat Merkel nog steeds ‘Wir schaffen das’ volhoudt, en wat haar leiderschap zegt over hedendaags Duitsland.

Dat was Wollaars, een geschiedenisleraar op spierwitte sneakers, wel toevertrouwd. Hij had goed naar Wouter Bos gekeken, of bezit gewoon een groot talent voor retoriek. En bij hem voelde je het DWDD-gevoel: hij vertelde puntig en afwisselend, sprak ook het hart aan en vertelde met inzet van zijn eigen persoonlijkheid en op familiaire toon, met soms een grapje.

Zo gleed het gelaagde verhaal er bij de kijker soepeltjes in. ‘Wir schaffen das’ was een jaar geleden „bijna een peptalk voor de Duitsers”, zei Wollaars. Maar Merkel legde ook meteen „een verband tussen het donkere Duitse verleden en het nu”. Tot het Holocaustmonument in Berlijn in 2005 geopend werd, was herdenken problematisch, en de locatie verraadde nog wel iets van die overspannenheid: „Alsof wij als Nederlanders het slavernijmonument midden op het Binnenhof zouden zetten.”

De schaamte over de Tweede Wereldoorlog vormde Duitsland, en Merkels welkomscultuur. Dat mechanisme bespotte de inmiddels beruchte komiek Jan Böhmermann in een grappige Rammsteinparodie, met de tekst ‘We are proud of not being proud’ – Wollaars liet het filmpje zien.

Hij toonde ook een filmpje dat Böhmermann na de recente aanslagen twitterde, waarin de ‘softe aanpak’ op de hak wordt genomen. Een ‘instructievideo’ waarin de politie een gebivakmutste man met bijl knuffelt.

Dat had de Nederlandse (sociale) media nog niet of nauwelijks bereikt, maar het zegt veel. Duitsland kan weleens op een nieuw punt zijn aanbeland, was de zeer actuele conclusie. Al bezat Wollaars’ wat meer nuance dan hier over te brengen is, dus: zijn college verdient het teruggekeken te worden. Ook over een jaar nog, om te zien of zijn analyse, zijn voorschot op de geschiedschrijving, geldigheid heeft behouden. Het zou me niet verbazen.