Wassen als beproeving

Les één voor de topsporter: laat je nooit afleiden door zaken die je niet in de hand hebt. Een tegenstander die beter is? Niks aan te doen. Overvol olympisch dorp? Te weinig wind? Slecht eten? Strijden tegen Russische sporters die misschien doping hebben gebruikt? „Ik heb alleen invloed op mijn eigen prestaties”, zegt Michael Phelps dan in zenmodus. Epke Zonderland zegt het niet anders, Theo Bos of Ranomi Kromowidjojo evenmin. Omdat het topsporters eigen is.

Na een weekje Rio hebben ze hun weg gevonden. De kritiek op de behuizing, de files, de volle eetzalen, het gebrekkige transport, is verstomd, want klagen is weglekkende energie. Maar voor sporters die jaren toewerken naar die ene dag waarop alles moet kloppen, is Rio een beproeving. Wielrenner Tom Dumoulin formuleerde zijn gevoel scherp: „Wij hebben pas een olympisch gevoel als we met een medaille in het vliegtuig zitten.” Met een lach: „Dat haal ik niet uit drie kwartier wachten bij het inleveren van mijn was.” Zo lang zijn de rijen in Rio. De stad der extremen lijkt geen idee te hebben gehad van de omvang van de Spelen. De chaos is groot, maar wat zou het. Eén blik op het leven buiten de olympische ballon is genoeg. In de favela’s ontbeert het iedereen aan controle. Dan hebben de sporters het nog goed.