Turkije aast op naar Europa gevluchte aanklagers

Uitlevering De uitlevering van leden van de gülenbeweging aan Turkije is een hoofdpijndossier voor Europese landen.

Een foto van Fethullah Gülen is op een pop geplakt die is opgehangen op het Kizilayplein in Ankara Foto AFP PHOTO / ADEM ALTAN ©

Op 24 november 2015 knijpt aanklager Fikret Seçen ertussenuit. Om vijf uur ’s middags stapt hij op Atatürk Airport in Istanbul, de stad waar hij dan een van de hoofdaanklagers is, op een KLM-vlucht naar Amsterdam.

De beelden van de bewakingscamera’s op de luchthaven worden gelekt naar tv-station A-Haber, dat op de hand is van de Turkse regering en er een item over maakt. Te zien is hoe een onopvallende kalende veertiger met een jas over zijn arm voorbij de paspoortcontrole loopt.

In Nederland merkt niemand de komst op van de prominente Turkse jurist die wordt beschuldigd van fraude en een hoofdrol in de gülenbeweging.

Seçen vertrekt op de dag dat hij voor drie maanden wordt geschorst vanwege het vermoedelijk vernietigen of achterhouden van ontlastend bewijsmateriaal in een belangrijke zaak tegen militairen. Twee dagen later eist een collega-aanklager dat hij een reisverbod krijgt opgelegd. Maar dan is hij al weg.

Spanningen

De zoektocht naar Seçen en andere prominente naar Europa gevluchte Turkse aanklagers zorgt voor diplomatieke spanningen tussen de Turkse en de Europese regeringen. Ze illustreren de getroebleerde relatie en het wederzijds wantrouwen. Dat heeft sinds de couppoging van 15 juli een hoogtepunt bereikt.

Het is het Europese equivalent van de strijd over de uitlevering van Fethullah Gülen met de Verenigde Staten. Volgens de Turkse regering zit prediker Gülen achter de couppoging. Het feit dat hij openlijk op een landgoed in de VS verblijft maakt dat een groot deel van de Turken, inclusief regeringsleden, gelooft dat de Amerikaanse regering een vijand van hun land beschermt en daarmee mogelijk zelfs samenspant. De Amerikanen eisen hard bewijs voordat ze uitleveren.

Het getouwtrek met Europese landen over uitleveringen is wat minder openlijk. Justitie in Turkije wil Seçen terug. Maar bij gebrek aan een locatie weten de Turken niet aan wie ze een uitleveringsverzoek moeten sturen. Nederlandse autoriteiten weten dat hij in Nederland is geweest, maar zeggen geen verdere gegevens te hebben over zijn verblijfplaats.

Volgens een hoge Turkse ambtenaar die alleen anoniem mag praten, bestaat het vermoeden dat Seçen zich voortdurend verplaatst binnen het Schengengebied, samen met Zekeriya Öz. Öz geldt als een van de kopstukken van de gülenbeweging. Hij was hoofdaanklager in een reeks prominente rechtszaken.

„Het zijn criminelen”, zegt Ismail Saymaz zonder aarzeling over Öz en Seçen. Hij is een gerenommeerde Turkse onderzoeksjournalist.

„Tussen 2007 en 2011 hebben ze de mensenrechten op grote schaal geschonden. Veel mensen zijn door hen onterecht in de gevangenis beland en hebben daar vier tot vijf jaar gezeten. Sommigen overleefden het niet.”

Saymaz doet al jaren onthullingen over fraude in belangrijke rechtszaken waarmee tegenstanders van de politieke islam de mond wordt gesnoerd. Eerst waren kemalisten aan de beurt, toen socialisten, Alevieten en Koerden, somt hij op. Collega-aanklagers, journalisten en activisten belandden achter de tralies. De methode: aanklachten met een politieke agenda, anonieme getuigenissen, bewijs fabriceren of juist weglaten. Dat deden aanklagers en rechters volgens Saymaz in opdracht van de gülenbeweging.

Het is vele militairen, maar bijvoorbeeld ook de journalisten Ahmet Sik en Nedim Sener overkomen. Sik omdat hij ‘Het Leger van de Imam’ schreef, een kritisch boek over de gülenbeweging. Het kwam de regering aanvankelijk goed uit.

Beticht van de wildste dingen

Emin Arslan, de voormalige nummer twee van de nationale politie, kan erover meepraten. Hij kwam naar eigen zeggen in 2003 in conflict met aanhangers van de gülenbeweging omdat hij weigerde om politiemensen te bevorderen, „die het niet verdienden”. Hij werd uit zijn functie gezet, maar tekende bezwaar aan.

Het was het begin van een jarenlang juridisch gevecht, waarbij Arslan van de wildste dingen werd beticht. In al die zaken was Öz de aanklager. Zo zou Arslan deel uitmaken van een drugsbende, die hij als baas van de afdeling georganiseerde misdaad en terrorisme juist bestreed. Hij belandde achter de tralies.

Nu zijn de rollen omgedraaid. Öz is op 10 augustus 2015 naar Europa gevlucht. Arslan, inmiddels vrij en met pensioen, heeft zijn oude contacten bij de politie in Nederland en Duitsland, die hij kent van overleg bij Interpol en Europol, aangeboord om hem op te sporen. Hij zegt dat de jurist zich ophoudt in Mannheim. Van zijn Europese collega’s krijgt hij te horen dat de politie niet beslist over zijn uitlevering.

„Dat is een politieke zaak, die via diplomatieke weg moet worden opgelost.”

„Öz is het rolmodel van een gülenaanklager, hun symbool”, zegt onderzoeksjournalist Saymaz. Seçen omschrijft hij als „een van de managers”. Öz was ook een voortrekker in het onthullen van corruptieschandalen binnen de regering-Erdogan in december 2013. Dat geeft zijn zaak een politieke lading.

Volgens Turkse media heeft Öz in Duitsland asiel aangevraagd. Hetzelfde zou gelden voor voormalig aanklager Celal Kara. Na de couppoging heeft de Turkse minister van Buitenlandse Zaken Mevlut Cavusoglu Berlijn herinnerd aan de openstaande verzoeken om rechters en aanklagers uit te leveren, zei hij afgelopen week op CNN Türk.

Politieke vervolging

Net zoals Nederlandse autoriteiten zeggen niet te weten waar Seçen verblijft, zeggen Duitse regeringsbronnen tegen persbureau AFP „geen bevindingen te hebben dat de beide aanklagers daadwerkelijk in Duitsland verblijven”.

Dat komt ze vermoedelijk niet slecht uit. Uitleveringsverzoeken van Turkije zijn hoofdpijndossiers. Door de complexe binnenlandse conflicten in Turkije waarbij justitie wordt misbruikt, is de kans op politieke vervolging aanzienlijk.

De spanningen over het vervolgen en uitleveren van gülenisten zijn vergelijkbaar met de al decennia slepende zaken omtrent leden van de Koerdische guerrillabeweging PKK die in Europa asiel hebben gekregen, vindt Egemen Bagis. Hij was tussen 2009 en 2013 minister van EU-Zaken. Hij moest aftreden na onthullingen van corruptie die volgens hem door de gülenbeweging zijn gefabriceerd.

Foto Kayhan Ozer/AFP

Foto Kayhan Ozer/AFP

De Turkse regering zal dikke dossiers vol bewijsmateriaal sturen voor uitleveringsverzoeken van hoge gülenisten, zegt Bagis. „Maar zal er oprecht naar worden gekeken? Of met een vooropgezet besluit ze af te wijzen?” Zelfs na zestig jaar onderhandelingen met de EU wordt Turkije volgens de oud-minister niet begrepen en niet serieus genomen.

Hij fulmineert: „Als het gaat om de uitlevering van een dief, verkrachter of moordenaar, lijkt het bewijsmateriaal en het papierwerk dat Turkije aanlevert meer dan voldoende. Maar gaat het om een PKK-terrorist dan is het op de een of andere manier incompleet, de vertaling niet acceptabel of de argumentatie niet goed.”

Volgens onderzoeksjournalist Saymaz, altijd uiterst kritisch op de Turkse regering, staat buiten kijf dat Öz maar ook Seçen moet worden uitgeleverd. Maar denkt hij dat ze in Turkije een eerlijk proces krijgen?

„Ik hoop het. Laat ik dit zeggen: ik denk eerlijker dan toen ze zelf nog aanklagers waren.”