Scheurentussen de mensen in Oosternieland

Aardbevingsschade

Wat gebeurt er in een Gronings dorp als de gaswinner 10 procent van de huizen heeft opgekocht? Over bulldozers, landjepik en de NAM die nog altijd verdeelt en heerst.

tekst
Bevingsgebied in Groningen

De deurbel gaat over. De honden slaan niet aan. De gordijnen blijven gesloten. Het huis van de familie Heithuis in Oosternieland op het Groningse Hoogeland oogt potdicht als ik er vorig jaar zomer langsga. Er is niemand te bekennen. En misschien nog wel het meest onheilspellend: de houten stutten die de achtergevel voor instorten moeten behoeden, zijn foetsie.

Drie maanden later zijn de oude bakkerswoning en het bijbehorende bedrijf aan de overkant van de dorpsdijk verdwenen. Met de grond gelijk gemaakt. Gesloopt vanwege onherstelbare gasbevingsschade. Fred en Marja zijn door de Nederlandse Aardolie Maatschappij (NAM) uitgekocht. In stilte. Zoals ze ook in stilte leden aan de bevingen. We slapen met de deur open, vertelden ze in 2013, de kinderen in bedden verstevigd met een eikenhouten hemel. Altijd bedacht op de grote klap.

Oosternieland. Lintdorp met een glasbak, een brievenbus en een intiem dertiende-eeuws kerkje. Thuishaven voor nog geen 130 dorpsbewoners verspreid over 45 huishoudens. Verscholen achter wuivend graan met aan de horizon blinkende windmolens en de stomende kolencentrale van de Eemshaven.

Maar dat zomersprookje verbleekt oog in oog met gescheurde muren en de trotse maar verbolgen inwoners. Door de gaswinning beeft het Hoogeland en kocht de NAM vier huizen op – dat is bijna tien procent van het hele dorp. Wat doet dat met de achtergebleven bewoners? En in hoeverre raakt de gemeenschap er door ontwricht?

De sloop van de twee huizen kwam als een verrassing, zeggen de dorpsbewoners. Niemand, behalve de NAM, die ervan wist. De forenzen en de landbouwers niet, de zzp’ers evenmin, en daar zijn er best veel van in Oosternieland. Ze hebben een klusbedrijf, verkopen software of geven financieel advies.

Zelfs de burgemeester „werd er door overvallen”, vertelt Marijke van Beek. Zij stond voor een fait accompli. „Een vergunning was niet nodig, toen volstond een melding nog.”

Het gezin was nogal op zichzelf. „Preppers”, weet buurman Erik Visser die in de oude smederij woont: mensen die 24/7 waren voorbereid op een ramp. De kamers stonden volgestouwd met proviand. Onder de vloer vonden de slopers kaarsen uit 1999. Voor het geval bij de millenniumwisseling de elektriciteit zou uitvallen. En in de tuin, weet Jaap Woltjer, een andere buurman, lag een rubberboot klaar voor als er watersnood uitbrak.

Zelf heeft Woltjer „geen zorgen” over de bevingen, vertelt hij klussend aan een nieuwe kippenren. Goed, „een paar scheurtjes”. Maar wat wil je in een boerderij van 1776? „We bouwen niet voor de eeuwigheid.”

De scheuren werden dichtgesmeerd en hij kreeg er nieuwe kozijnen bij. Douceurtje voor huiseigenaren met bevingsschade. Zo’n energiepremie streken meer gedupeerden in het dorp op. Heb je de zonnepanelen op de daken al geteld, vraagt modelmaker/timmerman Pieter Smit: „Elk praatje op straat gaat nu over kilowattuur: hoeveel heb jij opgewekt?”

Uiteindelijk heeft de NAM het gezin Heithuis 330.000 euro betaald voor hun twee huizen aan de dorpsdijk, staat in het kadaster. Pieter Smit: „Ze waren misschien gek maar niet dom.” Buurvrouw Trudie Kappers: „Ze hadden de hoofdprijs.”

Want de twee families die later werden uitgekocht kregen „minder per vierkante meter”. De eigenaresse van de witte villa ontving 360.000 euro en een gezin met een nieuwbouwwoning 262.000 euro. Zij hadden hun huis al jaren te koop staan, maar raakten het niet kwijt. Pieter Smit: „Terwijl een van hen een hersentumor had.” Erik Visser zette de families nog op de foto voor zijn boek Oosternieland 2015. „Om het veranderende aanzicht van het dorp vast te leggen.”

Platwalsen

Afgelopen najaar reed een bulldozer het dorp binnen en werden de twee huizen aan de dorpsdijk platgewalst. Daarna kwam er een hovenier om bomen te kappen. Maar hij zakte tot aan zijn liezen in de klei en moest er door een maat worden uitgetrokken.

De volgende dag stond er een bordje op het zompige perceel aan het rustieke dorpsdijkje. ‘Verboden toegang. Levensgevaarlijk terrein’. Met een tekening eronder van iemand tot zijn nek in de modder. Zodat kinderen er niet gingen spelen.

De inwoners van Oosternieland bleven zitten met twee gaten in de dorpskern. Plus een portie wantrouwen, scheve gezichten en een nieuw gezelschapsspel: wat doet de NAM met de braakliggende grond?

Jaap Woltjer wilde een van kavels graag kopen. „Het gaat me om de aankleding. Ik wil een nette bomenpartij naast me.” Hij belde er in januari over met de NAM, maar hoorde niks. Totdat er jongens gras kwamen zaaien, de gaswinner had ze gestuurd. Woltjer: „Zij vertelden dat de grond was verkocht. Aan de andere buurman.”

Woltjer, als Groninger nou niet bepaald een opgewonden standje, had „flink de smoor in”. Hij was boos. Eerst op de buurman, „ik had hem ernaar gevraagd, maar hij liet het achterste van zijn tong niet zien”. Daarna op de NAM: „Ze hadden de grond nooit onderhands mogen verkopen. Ze hadden een bord in de tuin moeten zetten.” In plaats daarvan zaaien ze tweespalt in het dorp. „Dat neem ik de NAM kwalijk en dat heb ik op de dorpsbijeenkomst luid en duidelijk verkondigd. ”

Die bewonersvergadering was voor 11 juli uitgeschreven door het bestuur van de vereniging Dorpsbelangen. Onderwerp: een speel- en ontmoetingsplek op een van de leeggevallen kavels. We willen een dorpshut, lacht Erik Visser: „een gouden blokhut”. Er kwamen achttien bewoners meepraten over het plan dat werd gebombardeerd tot burgerinitiatief. De burgemeester schoof aan met haar wethouders. Maar de gaswinner liet, ondanks eerdere toezeggingen, verstek gaan.

Uit de afzeggingsmail: „Wij kunnen als private partij geen rol spelen in het ontwikkelen van een visie voor het dorp Oosternieland. Dat is een zaak tussen de gemeente en de bewoners.” En de overgebleven drie percelen dan, twee met nog een huis erop? „Die staan te koop”, schrijft de woordvoerder. Maar nog altijd zonder bordje, tot ergernis van de dorpelingen. Jaap Woltjer: „Ze zeggen dat de witte villa nu is verkocht aan iemand van Google.” Maar dat was nog voordat koperdieven de regenpijpen meenamen.

Trouwens, vraagt Pieter Smit, heb je goed gekeken naar de schutting van de smidswoning? „Het buurhuis was nog niet gesloopt of Erik Visser, we noemen hem hier de burgemeester, zette zijn hek op de oprit.” Welnee, reageert die: dat is mijn erf, zelf gekocht.

Smit, een grijns om de mondhoeken: „Of het nu om geld of om vrouwen gaat, mannen zijn inventief in landjepik. Dat is traditie in Oosternieland. Begonnen als één grote familie jatten ze land van elkaar en nu van de NAM.” Overigens geen kwaad woord van de timmerman over de gaswinner. „Als er geen bevingsschade was geweest, zou ik allang failliet zijn.”

Jaloezie

Burgemeester Marijke van Beek (D66) schaart dit onder de „onderhuidse spanningen” die de gasbevingen en het schadeherstel in een gemeenschap oproepen. En die blijven, vreest ze, zolang de NAM betrokken blijft bij de afhandeling van de schade en onderhandelt met de gedupeerden, buiten het gezichtsveld van gemeenten. Tot juli dit jaar kocht de gaswinner 54 huizen in Groningen op, 12 daarvan werden gesloopt.

Voortaan is in haar gemeente Eemsmond, waar Oosternieland deel van uitmaakt, een sloopvergunning verplicht: „Dat hebben we als de sodemieter aangepast.” Het betekent dat de NAM nog voordat de bulldozer komt, met de gemeente in gesprek moet over de plannen.

Gaten in de dorpskern kan de burgemeester daarmee niet uitsluiten. En scheve gezichten, roddel en jaloezie evenmin. „Daarvoor is transparantie vereist en die is er in dit dossier nu veel te weinig.”

Als ik de Groningse SP-gedeputeerde Eelco Eikenaar vraag in hoeverre de bevingen de Groninger samenleving ontwrichten, vertelt hij over een dorpshuis waar op een avond verboden werd om over bevingen te praten.

Elke dag spreekt hij wel een gedupeerde wiens leven wordt beheerst door bevingsgedoe. Een ontredderde dame die „gewoon weer oma wil zijn”. Een huiseigenaar die al drie jaar alle vakanties opoffert aan het zelf herstellen van schade. Eikenaar: „De NAM maakt er een puinhoop van. Ze bekijken de scheuren per object, gooien de boel plat en vergeten het totaalplaatje.”

Oosternieland bezocht hij nog niet, Loppersum, Bedum en Uithuizen wel. Maar hij geeft burgemeester Marijke van Beek groot gelijk. Hoe kan het gasbedrijf denken dat een gat in de dorpskern een goed idee is? En waarom hebben ze de lege kavel niet eerlijk verdeeld, elke buurman een helft? Eikenaar: „De NAM verdeelt en heerst in Groningen, dat ontwricht onze dorpen, onze samenleving. Van die macht moeten we zo snel mogelijk af.”

Hoe dan?

Eikenaar: „Door de NAM uit het systeem te donderen. Door ze maar één taak te geven: gas oppompen en nooit meer dan voorgeschreven. Al het overige bepalen wij. We moeten ze buitenspel zetten bij schadeafhandeling en het versterken van huizen, scholen, noem maar op. Dat is een taak voor de overheid, niet voor een gasbedrijf, in handen van multinationals Shell en ExxonMobil. Ze mogen geen enkele invloed meer hebben op wat er in de Groninger samenleving gebeurt.”

De minister wil daar niet aan.

„Henk Kamp niet, maar zijn opvolger misschien wel. Het is een politieke beslissing, hiervoor moeten we de wet veranderen. Dat moet een thema bij de verkiezingen worden. We kunnen allerlei regelingen optuigen voor betere schadeafhandeling en versterking, maar zolang de NAM ertussen blijft zitten via het Centrum Veilig Wonen, verbetert er feitelijk niets.”

Wat schieten de Groningers hiermee op?

„De NAM verdwijnt uit beeld. We bepalen in totale openheid, volstrekt transparant en controleerbaar, hoe schades worden afgehandeld en huizen worden versterkt. Vergis je niet hoeveel onduidelijkheid, gedonder, en wantrouwen er nu bestaat over schadeafhandeling. Er wordt getraineerd, herstel duurt soms jaren. De meeste schades worden nu afgewezen als niet gerelateerd aan aardbevingen. Niemand die snapt hoe dat kan.”

Uw voorstel levert wel een juridisch probleem op. De NAM is als gaswinner aansprakelijk voor bevingsschade.

„Daar kun je een oplossing voor verzinnen. Waarom maken we bijvoorbeeld geen fonds voor schades en een tweede fonds voor versterking zoals er ook een fonds bestaat voor bodemdaling? Je maakt elk jaar een inschatting van de kosten en laat de NAM daaraan bijdragen. Knokken ze maar zelf met het ministerie van Economische Zaken uit hoeveel geld erin moet. Enige risico is dat je bij een grote klap onverwacht meer schade hebt dan voorzien. Maar dat vul je dan een jaar later bij.”

Zegen

De inwoners van Oosternieland zien wel wat in het plan van gedeputeerde Eikenaar. De NAM kan beter wegwezen want de schadeafhandeling is nu, vindt Trudie Kappers, „één pot met stroop”. Dat was vier jaar geleden, direct na de klap bij Huizinge, anders. De eerste melder in het dorp kreeg binnen drie dagen 23.000 euro schade uitgekeerd.

Als je maar een beetje zielig deed, kreeg je alles voor elkaar, herinnert Pieter Smit zich. „Zag ik scheuren hersteld worden die er al zaten toen ik naar de ambachtsschool fietste.” Erik Visser: „Al de huizen en monumenten die een opdonder hebben gehad, worden voor miljoenen opgeknapt. In dat opzicht zijn de bevingen een zegen voor Groningen.”

Maar waar de dorpsbewoners zich de meeste zorgen over maken is hun toekomst. Wat moeten ze nog in Oosternieland als ze straks oud en behoeftig zijn? Als ze geen auto meer kunnen rijden om naar de supermarkt, de dokter en de apotheek te gaan?

Hun huizen krijgen ze vanwege de krimp niet verkocht. Trudie Kappers: „Er moet een goede uitkoopregeling komen, anders zitten we gevangen. Geen loterij of proef zoals nu maar een regeling voor iedereen die wil.” Erik Visser: „Een uitkoopregeling zoals die geldt in Moerdijk of in het bruinkoolgebied van Duitsland.” Kappers: „Het is hier prachtig. Maar als die regeling er is, zijn we de eersten die er gebruik van maken.”

En de uitgekochte familie Heithuis? Hoe vergaat het hun? In 2013 ijverden ze nog in overall met protestgroep Loeske voor een opkoopregeling voor alle Groningers. Nu noemen ze zichzelf „aardbevingsvluchtelingen”. Ze zijn verhuisd naar Drenthe en streken neer op de Hondsrug.

Het huis hebben ze opgeknapt en Fred is weer druk aan de slag met het technisch adviesbureau. Maar weet je, zegt hij: slapen blijft moeilijk. „De angst voor de grote klap zit nog altijd in m’n systeem.”