Schelpenkunst van vroege Timorezen

foto Journal of Human Evolution

In een grot op Oost-Timor zijn twee kunstig versierde schelpfragmenten gevonden van zo’n 42.000 jaar oud. De stukjes nautilusschelp, gepolijst en versierd met rood pigment, vormen volgens Australische archeologen het bewijs dat de inwoners van Zuidoost-Azië zich al vroeg aanpasten aan het leven aan de kust (Journal of Human Evolution, augustus). Die coastal adaption was van grote invloed op de sociale en technologische ontwikkeling van de vroege moderne mens. Leven aan de kust bood allerlei voordelen – zo vormde de zee een bron van voedsel – maar om te kunnen overleven moesten de bewoners hun leefstijl aan de kustzone aanpassen door middel van nieuwe technieken.

Uit eerder onderzoek in de Jerimalai-grot, waar de schelpfragmenten zijn gevonden, was al wel bekend dat de grotbewoners het kustmilieu gebruikten om voedsel te zoeken. Deze vondst is het eerste bewijs dat ze de voedselbronnen ook benutten in hun sociale leven, en dat kan het inzicht in de cultuur van vroege leefgemeenschappen vergroten. Jerimalai is voor archeologen een belangrijke plekken om de leefstijl van de vroegste moderne mens in Zuidoost-Azië te bestuderen.

In Afrika en Eurazië zijn de afgelopen vijftien jaar al wel kralen gevonden die onze verre voorouders van zeeschelpen maakten, maar in Zuidoost-Azië ontbraken dergelijke uit artefacten uit de zee tot nu toe.

De vondst toont volgens de Australische onderzoekers niet alleen aan dat de lokale bevolking al in een vroeg stadium het kustlandschap integreerde in het sociale leven, maar ook dat ze dat langdurig bleven doen: naast de versierde nautilusschelpen van 42.000 jaar oud is in de grot vergelijkbare schelpenkunst ontdekt van tussen de 15.000 en 5.000 jaar oud.

Ook tegenwoordig worden nautilussen (een inktvisgeslacht) nog regelmatig gevangen in Zuidoost-Azië – als lekkernij, maar vooral ook vanwege de fraaie wit-bruine schelpen.