Reclame bleek even leuk als literatuur

Ferdinand Langen (1918-2016) begon als schrijver maar werd marketingadviseur. De roman over Unilever schreef hij nooit.

Links: Ferdinand Langen, rechts: ‘De lolbus’, een schrijversclubje dat door het land trok, vlnr Willem Witkampff, Ferdinand Langen, Simon Carmiggelt en Eli Asser, zittend Annie M.G.Schmidt Foto’s H Roest/Letterkundig museumF.F. van de Werf/Letterkundig Museum

Ferdinand Langen leek de letteren niet te missen. Hij bleef weliswaar hoogst geïnteresseerd in alles wat er op literair gebied aan nieuws verscheen, maar zelf publiceerde hij al decennia lang niets meer. Na een veelbelovende start als schrijver was hij begin jaren vijftig overgestapt naar de reclamewereld – en daarmee ging hij verloren voor de literatuur.

„Ik heb het idee dat hij destijds ook wel een beetje uitgeschreven was", zegt literair blogger Nick ter Wal die contact met Langen onderhield. „Hij was van de literatuur overgestapt naar de reclame, en volgens mij heeft hij zich in beide werelden uitstekend vermaakt”.

Ferdinand Langen, die eigenlijk Egbert Pannekoek heette, werd geboren in het Groningse dorp Eenrum en ging in Groningen naar de HBS. Zijn vader werkte voor de christelijke vakbond CNV en was wethouder namens de ARP, die later opging in het CDA. Zelf vond Langen aansluiting bij leeftijdgenoten die even hartstochtelijk in literatuur geïnteresseerd waren als hij: jonge schrijvers en dichters als A. Marja, Koos Schuur, Ab Visser en de latere uitgever Reinold Kuipers. Ze hadden in Groningen zelfs een kunstenaarssociëteit naar het voorbeeld van De Kring in Amsterdam, op een zolder, waar ook een kapotte divan stond voor intiemere contacten.

Langen debuteerde in 1938, op zijn twintigste, in het christelijke tijdschrift Opwaartsche wegen, met een ironisch getoonzet verhaal over een dag uit het leven van een middelbare scholier. Zijn stijl veranderde tijdens de bezetting, zei hij tegen Piet Calis in diens literaire geschiedenisboek De vrienden van weleer: „In de oorlog had ik een typisch romantische instelling: het afwijzen van een vijandige buitenwereld en het scheppen van een andere wereld die geen band had met de realiteit, want die realiteit was in de oorlog niet te accepteren”.

Hij publiceerde een novelle bij de clandestiene uitgeverij De Bezige Bij en schreef de roman Helène in het heelal, die eind 1945 uitkwam bij dezelfde, intussen bovengrondse uitgeverij. Simon Vestdijk schreef in een recensie in Het Parool dat de lezer „bij tijden machteloos [staat] tegen het half poëtische, half groteske floodlight, dat de gebeurtenissen zonder onderbreking beschijnt”. Volgens de anonieme NRC-recensent dankte het boek zijn waarde „voornamelijk aan de nu en dan fascinerende, ijle droomsfeer die Langen oproept”.

In die eerste naoorlogse jaren werd Ferdinand Langen een spil in het web van de literaire tijdschriften. Hij schreef korte verhalen, gedichten en romans en behoorde, samen met humoristische auteurs als Annie M.G. Schmidt, Simon Carmiggelt en Eli Asser, tot een door Reinold Kuipers opgericht schrijversclubje dat door het land reisde om voordrachtavonden te geven. „De lolbus”, heette dat in de wandeling.

In 1950 trouwde Langen met Paula Eisenloeffel, wier zus Carla in die tijd de geliefde van Lucebert was. Soms vergastte Langen zijn armlastige zwager op een maaltijd bij de Chinees – onder het motto „veel voor weinig”. Lucebert deed het bruidspaar een zelfgemaakt album met collages en verzen cadeau, dat zich nu in de collectie van het Stedelijk Museum bevindt.

Reinoud Kuipers was degene die de pas getrouwde Langen suggereerde een beter betaalde baan als copywriter aan te nemen bij het reclamebureau van Unilever. „Misschien is het wel leuk, dacht ik, om eens een jaar te gaan kijken achter de schermen van zo’n concern”, vertelde hij aan het blad Het Oog in ‘t Zeil. „Er zal altijd wel stof in zitten voor een nieuw boek. Na dat jaar werd het ook financieel erg interessant.” Zo bleef hij in de reclame.

Op zijn 58ste vestigde hij zich als zelfstandig marketingadviseur, met de coördinatie van marktonderzoek en enquetes als specialisme. Nick ter Wal herinnert zich dat Langen ooit vertelde hoe de Groningse tabaksfirma Niemeyer hem opdroeg een reclamecampagne te maken waardoor meer meisjes zouden gaan roken. Langen adviseerde affiches met stoere, rokende jongens als lokaas voor het meisjespubliek. „Maar toen bleek dat de meeste meisjes daardoor helemaal niet werden aangetrokken. De reclame sprak alleen jongens aan, die dus dachten: roken is stoer. Zo probeerden ze soms maar wat – en als het niet werkte, probeerden ze weer iets anders. Daar kon Ferdinand mooi over vertellen.”

Maar spijt van zijn overstap naar de reclame had hij blijkbaar niet, aldus Ter Wal. „Hij sprak over die dingen zoals hij ook over veel andere dingen sprak: met heel veel humor. En met zo’n houding van: nou ja, zo serieus moet je het allemaal niet nemen”.

Ferdinand Langen stierf op 20 juli, een week voordat hij 98 zou worden.