‘Onze positie in het IOC dreigde in gevaar te komen’

Interview Camiel Eurlings, IOC-lid Hij wil niets zeggen over de aanklacht wegens mishandeling van zijn voormalige vriendin. Zorgen over zijn positie als IOC-lid maakt hij zich niet. „Ik ben bij het IOC iets aan het opbouwen.”

Foto Olaf Kraak/ANP

Getourmenteerd? Mogelijk, maar het is Camiel Eurlings niet aan te zien. Goedgemutst, amicaal, breedlachend en handenschuddend beweegt het enige Nederlandse lid van het Internationaal Olympisch Comité (IOC) zich door Rio de Janeiro. Weerspiegelt die jovialiteit de ware gevoelens van de man die is aangeklaagd wegens mishandeling van zijn voormalige vriendin? Dat is gissen. Ogenschijnlijk baart het Eurlings geen zorgen dat een eventuele veroordeling zijn functioneren als IOC-lid kan bedreigen.

De pijnlijkheid van de affaire houdt Eurlings voor zichzelf. Speculeren over een mogelijke aantasting van zijn positie in het IOC weigert hij hardnekkig. Strafrechtelijk veroordeelde leden dienen zich te verantwoorden voor de ethische commissie, met mogelijk interne maatregelen tot gevolg. Prangende vraag: hoe bevreesd is Eurlings daarvoor?

Zijn standaardantwoord, ook in Rio de Janeiro tijdens een onderbreking van de IOC-vergadering: ‘Ik ga niet op de zaak in.’ En de eventuele gevolgen van de zaak? Zijn reactie, met wederom die indringende blik: ‘Geen commentaar.’

„Ik ga niet op de zaak in. En ik doe al helemaal niet aan casuïstiek. Ik ben bij het IOC iets aan het opbouwen. Mijn verhaal over de aantijgingen zal ik later doen. Wanneer? Als het moment daar is. Ik heb goede redenen om het zo te doen. Die zullen te zijner tijd duidelijk worden. Natuurlijk is het IOC op de hoogte, evenals mijn werkgever, American Express. Natuurlijk heb ik ze ingelicht, zoals het hoort. Ja, over alles en geheel vanuit mezelf.”

Eurlings’ onverbiddelijkheid over dit onderwerp te spreken staat in schril contrast met zijn bereidheid andere zaken te becommentariëren. Zijn entree in het IOC bijvoorbeeld. Het aanvankelijke beeld dat de oud-minister en weggestuurde CEO van luchtvaartmaatschappij KLM zich op dringend verzoek van met name de voormalige IOC-leden koning Willem-Alexander en Hein Verbruggen beschikbaar heeft gesteld, zou niet kloppen. Hij zou zichzelf zeer nadrukkelijk hebben opgedrongen.

Niet waar, zegt Eurlings, letterlijk op het puntje van zijn stoel gezeten. „Ik ben benaderd. In eerste instantie door een headhuntersbureau. Eervol zei ik, maar zoek een ander. Ik wist toen al dat ik CEO van KLM zou worden en het heel druk zou krijgen. Maar als snel bleek mij dat de Nederlandse positie in het IOC serieus in gevaar kwam als ik me niet beschikbaar zou stellen. Ik ben toen met de toenmalige voorzitter Jacques Rogge gaan praten. Ik wilde uit zijn mond horen of die bewering klopte. Hij zei klip-en-klaar: ‘Als jij wordt gekandideerd, komt het goed. We hebben mensen zoals jij nodig in het IOC.’ Waarom? Omdat ik kennis van de politiek en het zakenleven heb, die combinatie.”

Steun van KLM

Vanaf dat moment, zegt Eurlings, heeft hij zich proactief opgesteld. Eurlings: „Ik ben toen met het bestuur van sportkoepel NOC*NSF gaan praten. Mijn houding was: wat nu? We gaan toch niet de Nederlandse positie verspelen? Dat zou van de zotte zijn. Geen Nederlands IOC-lid zou heel slecht voor de Nederlandse sport zijn geweest. Toen ben ik er ervoor gegaan.”

De kandidatuur werd niet geapprecieerd door voorzitter André Bolhuis van NOC*NSF, die zelf ambities had IOC-lid te worden. Maar dat vonden de koning en Verbruggen een slecht idee, vooral vanwege zijn gevorderde leeftijd, zeiden zij. Bolhuis zou hooguit vier jaar kunnen functioneren, terwijl de termijn van de inmiddels 42-jarige Eurlings nog dertig jaar zou duren. Beide IOC-insiders hebben zich erg ingespannen Bolhuis buiten het IOC te houden. Volgens Eurlings heeft hij zijn positie met Bolhuis besproken. En ja, hij kende de ambitie van Bolhuis. Of de NOC*NSF-voorzitter besefte dat-ie kansloos was, wist Eurlings niet. „Dat was mij toen niet duidelijk”, beweert hij. „Het ging mij ook niet om het poppetje, maar om behoud van de positie in het IOC. Ik had iedere kandidaat gesteund.”

Cruciaal voor Eurlings’ kandidaatsstelling was de steun van zijn toenmalige werkgever KLM. Die zou aanvankelijk allerminst coöperatief zijn geweest en pas na druk van de koning medewerking hebben verleend. Eurlings ontkent die koninklijke rol. Hij spreekt niet tegen dat Willem-Alexander met KLM contact heeft gehad – „ik praat niet inhoudelijk over de rol van de koning” – maar schetst wel het beeld van een en al medewerking.

Eurlings: „Ik heb vanaf het begin mijn positie heel open besproken met Kees Storm, de voorzitter van de raad van commissarissen, en met de ondernemingsraad. Ik heb uitgelegd dat we onze positie in het IOC verliezen als ik me zou terugtrekken. De ondernemingsraad zei: fantastisch, we zijn er trots op. Doen. En mooi dat de ondernemingsraad nooit over mijn kandidatuur uit de school heeft geklapt. Op mijn aandringen heeft Storm zich er wel van vergewist of mijn verhaal klopte. Hij heeft geverifieerd of het IOC daadwerkelijk mijn naam aan de IOC-zetel had gekoppeld. Nu zeg ik: het is fantastisch om te doen. Het is weliswaar vrijwilligerswerk, maar wel de mooiste baan die ik ooit heb gehad.”

Was het te combineren met de functie als CEO bij de KLM? Dat was zwaar, erkent Eurlings. „Maar ik combineerde veel. Was ik bijvoorbeeld in Argentinië voor het IOC, dan maakte ik ook een afspraak met de minister van Transport over landingsrechten en de mogelijkheid om passagiers te laten doorvliegen naar Chili. Maar toegegeven, het was schipperen met uren. Sinds mijn vertrek bij KLM wil ik geen werkweek meer van tachtig, negentig uur. Ik wil meer tijd hebben om mijn werk voor het IOC te verdiepen. Nu heb ik de tijd met sporters en bestuurders te praten, zoals onlangs bij de EK atletiek in Amsterdam met Sebastian Coe, voorzitter van de internationale atletiekfederatie IAAF.”

Kritiek op de Spelen?

Na drie dagen vergaderen wil Eurlings in Rio sport zien. Hij heeft hoge verwachtingen van de Nederlanders en wil weinig weten van kritiek op de organisatie van de Spelen. Natuurlijk waren er aanloopproblemen en moeten er op de valreep nog veel zaken geregeld worden, maar dat is Brazilië, het land dat hij goed kent en waarvan hij de taal spreekt. Dit is Zuid-Amerika, zegt hij een tikje uitdagend. „Wat dat betekent? Dat er veel geïmproviseerd wordt. Als je kiest voor Zuid-Amerika moet je niet de organisatiegraad van Duitsland, Japan of China verwachten, waar alles keurig volgens het boekje gaat. Zo werkt dat hier niet. Ach, dat het olympisch dorp nu pas van een acceptabel niveau is, dat hoort bij Brazilië.”

De keerzijde is dat Rio de Janeiro een failliete stad is in een land dat gebukt gaat onder een enorme economische crisis. Maakt dat van de Spelen geen onwenselijke speeltje van de elite? Eurlings: „Ik blijf de Olympische Spelen een verantwoorde investering vinden. De operationele kosten worden gedekt door de inkomsten, daar lijdt geen inwoner onder. Maar ze krijgen er wel een metro voor terug. Dat is essentieel voor deze stad met zijn verkeersproblemen. Als gaarkeukens wegens geldgebrek worden gesloten, snap ik dat de perceptie anders is, maar uiteindelijk zijn de Spelen goed voor de stad. Ondanks alle misère is er veel steun onder de bevolking voor de Spelen. Hun sporthart maakt de Brazilianen uiteindelijk trots op de Olympische Spelen, daar ben ik van overtuigd.”