Laten we een nieuwe partij oprichten. DENK Na!’

Zomeravondgesprek Ruben Terlou en Fidan Ekiz zijn beiden documentairemaker. Hij werd beroemd met zijn serie over China, zij is sterk verbonden met Turkije. Hun drijfveren zijn verschillend: Ekiz wil de wereld verbeteren, Terlou kijkt naar hoe het is. „Mijn open blik is mijn handelsmerk.”

Foto Lars van den Brink

Ruben Terlou ploft zijn rugzak in een hoek van de hotellobby. Hij blaast een lok uit zijn gezicht, bestelt een koffie en steekt van wal. „Het is bizar wat tv met mijn leven heeft gedaan. Ik dacht dat ik het rustig aan zou kunnen doen na Langs de oevers van de Yangtze. Het tegendeel is waar: ik werd overvallen door alle aandacht.”

Zijn ontmoeting met collega-documentairemaker Fidan Ekiz – ze kennen elkaar niet – is een welkome onderbreking in zijn overvolle agenda. Voor het Zomeravondgesprek heeft Terlou haar laatste documentairereeks over persvrijheid, De pen & het zwaard, bekeken.

In het uur dat we op Ekiz wachten vertelt Terlou (31) hoe hij als 19-jarige naar China reisde. Hij wilde fotograaf worden, maar keerde na twee jaar gedesillusioneerd terug en studeerde af als arts. Toen hij met zijn promotieonderzoek naar leukemie bezig was, werd hij gebeld of hij een screentest wilde doen voor een nieuwe tv-serie over China. Neurobioloog Dick Swaab, bij wie hij in China stage liep, had hem aanbevolen bij Paul Beek van productiemaatschappij De Haaien en regisseur Maaik Krijgsman.

De screentest pakte goed uit en Terlou zette een punt achter zijn artsenloopbaan. Vervolgens deed hij twee jaar lang research voor Langs de oevers van de Yangtze. In de succesvolle documentaireserie vertellen gewone Chinezen over hun land. Terlou valt op door zijn empathische interviewstijl en kennis van de Chinese taal en cultuur.

Halverwege zijn betoog over de vrijheid van meningsuiting in China loopt Fidan Ekiz (39) de lobby binnen. Zwart vest, zwarte gympen, opgestoken haar. „Lekkere indruk maak ik!” Ze ploft neer.

Ekiz: „Ik weet al hoe het interview begint: Fidan is te laat. Ik ben altijd te laat, maar wel met goede reden. Mijn broertje kwam over uit Dortmund.” Ze wendt zich tot de fotograaf, die plannen heeft voor een strandfoto. „Wist je dat je op Gerard Depardieu lijkt?”

Het is een tic, zegt ze: mensen vergelijken met acteurs of zangers. Voor Terlou moet ze nog een lookalike zien te vinden.

Terlou: „Je wilt een bepaalde duiding geven?”
Ekiz: „Misschien. Het komt gewoon in me op.”
Terlou: „Ik vind jou heel erg op jezelf lijken.”
Ekiz: „Dat hoor ik nou nooit.”

Terlou vertelt verder over zijn plotselinge roem. „Ik heb heel vaak dat mensen roepen: hé, Ruben! Ik val stil en staar. Ik heb een keer gezegd: ken ik jou? Toen bleek iemand mij van tv te kennen. Ik ben nog nooit kwaad geworden op mensen die mij aanspreken. Maar als ze onfatsoenlijk zijn, moet ik me wel inhouden.”

Ekiz op z’n Rotterdams: „Oh-ja-joh, was je kwaad? Ik vind het altijd leuk als mensen me herkennen.”
Terlou: „En als je zit te eten in een restaurant en mensen schuiven ongevraagd aan?”
Ekiz: „Doen ze dat? Daar ligt een grens.” Tegen ons: „Hij had één miljoen kijkers!” „Sinds jouw serie is er zoiets als de Ruben-kijkcijfernorm. Vroeger mocht je blij zijn met 300.000 kijkers. Nu hoor je: je moet iets in je eigen taal doen, net als Ruben, dat scoort.”
Terlou lacht. „Ik blijf wel hoffelijk, hoor, maar ik ben gesteld op mijn privacy. Die serie betekende het einde van mijn anonimiteit. Als ik op zaterdag naar de stad ga om koffie te drinken, word ik onderweg vier keer aangesproken en als ik zit nog twee keer. Dat ontneemt me een bepaalde vrijheid, soms voelt dat beklemmend.”
Ekiz: „Waarom?”
Terlou: „Angst voor afwijzing op gigantisch grote schaal misschien? Ik wil niet dat het omslaat.”
Ekiz: „Dat ken ik.” Ze hapt even naar adem. „Als jullie er nu niet waren geweest had ik gevraagd: wat is je sterrenbeeld?” Ze gaat toch raden. Boogschutter. Nee? Oh. Steenbok? Nee.
Terlou: „Stier.”

De fotograaf zegt dat het tijd is om foto’s te maken. Ekiz heeft haar trouwjurk meegenomen, zegt ze. Terlou blijft casual. „Dat is hoe ik door het leven ga.” En dan begint Ekiz zijn haar te analyseren. „Interessant. Een zijlok, dat wil ik ook maar dat lukt niet. Het is iets met mijn kruin. Zit er spray in?” Nee. „Hoe oud ben je?”

Terlou: „31”
Ekiz: „En je bent al vader?”
Terlou heeft een dochter van 4. Ekiz heeft een zoon van twee.
Ekiz: „Ik heb het steeds uitgesteld. Maar dat jij 31 bent! Ik voel mij jonger.”
Terlou: „Dan ik? Misschien ben jij jonger van geest. Ik mag hopen dat ik over tien jaar zo energiek ben als jij.”
Ekiz: „Ik voel me ineens heel oud.”
Terlou: „Sorry, dat was niet de bedoeling. Het was eigenlijk een compliment, maar je hoeft het niet te aanvaarden.”
De fotograaf is al op weg naar de uitgang.

Foto's Lars van den Brink

Foto’s Lars van den Brink

Als ze een uur later enigszins verwaaid aan tafel zitten vraagt Terlou naar De pen & het zwaard. Hoe was het om een aflevering over Hongkong te maken? En waarom heeft Ekiz het vaste land van China niet bezocht? Het was volgens hem een mooi contrast geweest: hoe er in Hongkong en China tegen de Chinese persvrijheid wordt aangekeken.

Ekiz: „Dat wilde ik ook, maar we kregen geen toestemming daar te filmen.”
Had Ekiz aan de autoriteiten gemeld dat de serie over persvrijheid gaat?
Ekiz: „Ja, maar ik weet niet of het verstandig is daar wat over te zeggen.”
Terlou: „Dus toen rinkelden alle alarmbellen.”
Ekiz: „Hongkong verraste mij, ik had niet verwacht dat de persvrijheid zo onder druk zou staan. In Turkije staat-ie ook onder druk, maar dat is nooit anders geweest. Weet je dat daar in de jaren negentig journalisten vermoord werden? In mijn documentaires zoek ik naar onbekende feiten en verhalen.”
Terlou: „Een belangrijk punt: wat is het nut van het bestendigen van het bekende beeld? Ik wilde alles wat ik voor mijn lens kreeg in China begrijpen, ook de dingen waar ik niet achter sta. Ik ben geïnteresseerd in het menselijke verhaal, niet in de politiek.”

De ober komt binnen met de hors d’oeuvre: aspergesoep met een olie van peterselie. Hij kondigt meteen het hoofdgerecht aan: huisgerookte zalm, op de huid gebakken roodbaarsfilet en een stukje entrecôte.

Kunnen jullie iets vertellen over het land waar jullie zo mee verbonden zijn?

Ekiz: „Ik ben haast veroordeeld tot Turkije. Mensen verwachten dat ik iets over Erdogan zeg. Vroeger verzette ik mij daartegen, nu denk ik: waarom niet? Het raakt mij diep wat er bij de staatsgreep is gebeurd. De kans op een democratisch Turkije is voorgoed verkeken.” Ze valt even stil. „Maar jij bent op de bonnefooi naar China gegaan. Waarom China?”
Terlou: „Toen ik jong was wilde ik gewoon zo ver weg mogelijk.”

Ergens vandáán?

Ekiz verslikt zich bijna in haar soep: „Woeh!”
Terlou zegt dat hij dat een lastige vraag vindt. „Toen ik jong was vond ik het prettig ver van huis te zijn, maar niet omdat het thuis zo vervelend was.”
Ekiz: „Weg te zijn of te reizen?”
Terlou: „Ook wel om te reizen, maar ook om, ja…”
Ekiz: „…ergens niet bij te horen?”
Terlou: „Dat sowieso.”
Ekiz: „Waarom?”
Terlou: „Als kind kon ik eindeloos naar vogels kijken. Ik wilde observeren en duiden wat ik zag. Reizen hoort bij zo’n levensinstelling, anders raak je snel uitgekeken.”
Ekiz: „Dus geen bindingsangst?”
Terlou: „Volgens mij niet. Mijn vader werkte in Afrika en Latijns-Amerika toen ik jong was. Hij was traumapsycholoog en ontwikkelde projecten voor traumaverwerking. En het kan best zijn dat ik daarom…”
Ekiz: „Oh, dan komen we terug op waar we het op het strand over hadden.”
Terlou: „Wat?”
Ekiz: „Dat we allebei best lang weg zijn geweest van ons kind tijdens het draaien van onze documentaires. Ik ging kapot van heimwee. Ik heb het heel erg moeilijk gehad. Jij zei dat je die emotie niet kent.”
Terlou: „Nee.” Ze lachen hard.
Ekiz: „Ik kan echt fysiek onwel worden van heimwee.”
Kent Terlou dat niet?
„Nee.”
Ekiz: „Misschien ook een beetje man-eigen hè.” Hij kijkt peinzend voor zich uit.
Ekiz: „Ik begreep dat je je vader soms weinig zag. Ben je onthecht geraakt?”
Terlou: „Nou, dankjewel.”
Ekiz: „Ik hoop het niet.” Tegen ons: „Straks gaan we lachen, hoor.”
Terlou: „Natuurlijk heb ik me afgevraagd of het niet slecht is voor mijn kind. Maar twee keer vijf weken weg vind ik eerlijk gezegd niet zo veel.”
Ekiz: „Ik heb zes landen bezocht in telkens twaalf of dertien dagen. Toen ik na de eerste reis thuis kwam, had ik verwacht dat mijn zoon naar me toe zou rennen, maar hij keek boos de andere kant op. Ik werd er depressief van.” Even is ze stil. „Het is een moederding.”
Waren haar ouders vroeger veel thuis?
Ekiz: „Nee, ze werkten veel. En dan moesten wij, vier kinderen, op elkaar passen. Ik had daar veel moeite mee, vooral als mijn moeder weg was. Ik voelde me onveilig.”

Na de aanslagen in Parijs vond ik dat moslims zich heel stil hielden

Fidan Ekiz

Ekiz vertelt dat haar vader als lasser bij scheepswerf Verolme werkte, haar moeder was schoonmaakster. Ze zou het heel leuk vinden als Terlou haar documentaireserie Veerboot naar Holland zag, het verhaal over haar migratiegeschiedenis. „Mijn vader stond onder druk om veel geld te verdienen en terug naar Turkije te gaan. Door die druk is hij gaan drinken, net als veel mannen in zijn situatie trouwens. Mijn moeder dacht: ik ben jong, mooi, heb kinderen, wat moet ik verder nog? Ooit wilde ze actrice worden. Zangeres. Maar ze wist dat dat nooit meer ging gebeuren. Ik kan me herinneren dat mijn moeder pas drie maanden na de dood van haar moeder werd geïnformeerd, omdat de familie bang was dat ze in zou storten. Dat deed ze alsnog.”
Is Ekiz ooit bang geweest depressief te worden als zij niet aan het werk was?
Ekiz: „Nee. Ik word er juist erg gelukkig van als ik thuis ben met mijn kind. Toen mijn zoon net geboren was dacht ik dat ik huismoeder zou worden. Ik heb ontslag genomen bij de VARA, maar na een tijdje ging het weer kriebelen. Ik ben te veel een traveller. Maar het blijft een strijd.”

Foto Lars van den Brink

Foto Lars van den Brink

Terlou vertelt over zijn jeugd. Hij is de jongste van vier kinderen. Net als zijn vader wilde hij graag in het buitenland wonen. Toen een verhuizing naar Mozambique niet doorging, was hij teleurgesteld.
Ekiz: „Hoe was het voor je vader zoveel weg te zijn?”
Terlou: „Dat weet ik niet. Volgens mij haalde hij veel plezier uit zijn werk. Op mijn zestiende heb ik hem twee maanden opgezocht in Sierra Leone. Ik miste hem.”
Dan vertelt hij over zijn carrièreswitch. Het artsenbestaan was niets voor hem. De huidige zorg vindt hij „deprimerend”.
Ekiz: „Oh-ja-joh?”
Terlou: „Het vloog me aan: maanden achter elkaar hetzelfde doen.”

Het is ook heel dienstbaar werk.

Terlou beaamt dat.
Ekiz: „Zo. Dus jij wilt niet dienstbaar zijn?”
Hahaha.
Ekiz: „Dus je gaat gewoon voor je eigen avonturen?”
Terlou: „Ja. Ook. In het ziekenhuis moet je jezelf opofferen. Ook je individualiteit, met al die protocollen. De patiënt staat te weinig centraal. Je komt niet aan de mens toe.”
Ekiz: „Waarom ben je medicijnen gaan studeren?”
Terlou: „Eigenlijk wilde ik fotograaf worden. Maar dat lukte niet. Ik ben geneeskunde gaan studeren omdat ik dacht dat ik als arts in het buitenland kon gaan werken.”
Ekiz: „Een ticket naar het buitenland.”
Heeft hij ooit overwogen in de voetsporen van zijn vader te treden?
Terlou, stellig: „No way.”
Ekiz: „Waarom niet?”
Terlou: „Je gaat toch niet hetzelfde doen als je vader.” Hij lacht wat ongemakkelijk.

Hou je niet van analyseren?

Terlou: „Wat zeg je?”

Hou je niet van analyseren?

Terlou: „Jawel. Maar ik vind ook dat er thuis te veel geanalyseerd werd. Als je je van alle processen bewust bent, vermindert dat de levensvreugde. Alsof je een mooie vlinder opprikt.”

Ik wil begrip creëren, ook voor dingen die misschien niet door de beugel kunnen

Ruben Terlou

De ober verschijnt in de deuropening. Hij knikt naar de gasten en zet zwijgend de borden op tafel. Ekiz en Terlou komen te spreken over de aanslag op Charlie Hebdo. Zij vertelt over de wisselende reacties op haar oproep aan moslims om zich uit te spreken tegen terreur, in De wereld draait door. „Sinds de aanslagen in Parijs, sinds 11 september eigenlijk al, wordt er met andere ogen naar moslims gekeken. Vroeger waren we exotisch. Op school vroegen kinderen nog enthousiast wat voor lekkers ik had meegenomen, nu wordt mijn vader door sommige buren als een potentiële terrorist gezien. En mijn zus werkt bij een bank en kreeg ooit de vraag of ze thuis een hoofddoek moet dragen. Ze kennen haar al jaren! Dus toen Rutte zei dat ‘wij’ het terrorisme zouden overwinnen, vroeg ik me af of mijn familie daar ook bij hoorde. Dat wilde ik onderzoeken voor mijn documentaire Alles komt goed?”

Terlou: „Er wordt jou toch ook verweten dat je polariseert?”
Ekiz is even stil. „Na de aanslagen in Parijs vond ik dat moslims zich heel stil hielden. Ik zei: het zou mooi zijn als ze laten merken dat ze er ook tegen zijn.”
Terlou: „Een poging om eenheid te scheppen.”
Ekiz knikt. „Soms word ik somber van waar we staan. Er is geen middenstem. Op Twitter wordt het debat op de flanken gevoerd. Mensen shoppen selectief met cijfers om zaken toe te dekken of juist op te blazen.” Ekiz vertelt dat ze op straat soms extreme reacties krijgt. „Iemand riep me laatst na: Hé Turkse wannabe. En nog niet zo lang geleden: ‘Fidan kijk uit, een donkere man in de boom’. Door de één word ik gezien als allochtoon, door de ander als xenofoob.”

Wat vindt Terlou van haar zorgen?
„Ik vind het lastig om mij te positioneren in de discussie, omdat ik een blanke jonge man ben. Op Twitter lees ik: wéér zo’n blanke man die een reisserie maakt en vertelt hoe de wereld in elkaar zit.”
Houdt hij zich daarom op de vlakte?
Terlou: „Dat wordt mij wel eens verweten, ja. Maar misschien vraag je hoe ik naar mezelf kijk in plaats van hoe anderen mij zien?”

Eigenlijk wel.

Terlou: „Een van de doelen van de serie over China was om de vooroordelen die mensen over dat land hebben te ontkrachten. In die zin ben ik een opiniemaker. Ik wil begrip creëren, ook voor de dingen die misschien niet door de beugel kunnen.”
Op de vraag wat hen drijft in hun werk, begint Ekiz te lachen.
„Geld natuurlijk!”
Terlou: „Ik geloof dat ik iets probeer te zeggen over ons bestaan. Zowel in de fotografie als in de geneeskunde kies ik voor de zwaardere onderwerpen. Ik heb foto’s gemaakt in Afghanistan en dat was niet meteen nieuws. Het ging over de vraag wat oorlog met mensen doet. Dat, én ik streef ernaar ergens heel goed in te zijn.”
Ekiz: „Wil je gezien worden?”
Terlou: „Nee, maar als je werk niet gezien wordt hoef je het ook niet te maken.”
Ekiz: „Erkenning doet je goed?”
Terlou: „Natuurlijk is dat fijn.”
Op de vraag of hij de maatschappij wil veranderen, zegt Terlou dat mensen vergevingsgezinder zouden moeten zijn. „De wereld is hard, het debat over vluchtelingen en terrorisme is volstrekt imbeciel. Tegelijkertijd vind ik het lastig – ik ga nu iets geks zeggen – dat er geen onderscheid meer gemaakt mag worden. Tussen bevolkingsgroepen, religies, mannen en vrouwen.”
Ekiz: „Ik begrijp je, maar besef wel dat je een aantrekkingskracht hebt op de zwijgende meerderheid. Je zou een bruggenbouwer kunnen zijn.”
Terlou: „Ja?”
Ekiz: „Als íemand namens die zwijgende meerderheid kan spreken, dan ben jij het.”
Terlou: „Goh.”
Ekiz veert op: „Morgen gaan we een nieuwe partij oprichten! Denk 2. Hahaha. Nee, Denk Na! Dat woordje waren ze vergeten.”
Terlou: „Maar ben ik als publiek figuur gedwongen mee te doen aan publieke discussies?”
Ekiz: „Ik wil geen zieltjes winnen. Het is niet aan mij mensen aan te sporen.” Ze wendt haar blik af. „Oh lekker. Rode wijn.”
Terlou: „Ik vind het echt knap wat jij doet. Dat je een positie durft in te nemen en je openstelt voor kritiek.”
Ekiz: „Ik kom uit een gastarbeidersgezin. Polarisatie raakt ons direct. Om te doen wat ik doe moet je over een streep getrokken worden. Je springt in het diepe en kunt daarna niet meer terug.”
Terlou: „En dan is het koud.”
Ekiz: „Ik doe het ook omdat mijn zoon in Nederland opgroeit. Hij mag niet zo somber worden als ik.”

Ekiz zit geregeld op de kruk bij Matthijs van Nieuwkerk. Welk onderwerp zou Terlou aanroeren als hij de kans krijgt?
Hij neemt een hap van zijn entrecôte. „Ik zou het hebben over de vervuiling die onze planeet te gronde richt.”
Ekiz: „Oh, god, ook dat nog!”
Terlou: „We focussen ons nu op oorlog en terrorisme, maar de echte klap moet nog komen.”
Ekiz: „Nu ben ik helemaal depressief!”
Terlou: „Per jaar sterven 1,6 miljoen Chinezen aan de luchtvervuiling. Dat is bijna 4.500 per dag. Over tien jaar is de populatie van Nederland eraan overleden. Daar maak ik mij zorgen over.”

Foto Lars van den Brink

Foto Lars van den Brink

Naarmate de avond vordert, worden de betogen van Ekiz gloedvoller. Ze constateert dat er in Europa een taboe rust op emoties. „Waarom mogen wij geen verdriet hebben om een jongetje dat verdronken is? De angst regeert! Vluchtelingen zouden allemaal verkrachters zijn, maar we vergeten dat zij vaak net zo bang zijn als wij. Het gaat altijd om ónze welvaart, ónze veiligheid. Maar geeft dat ons de vrijheid onmenselijk te zijn?” Ze kijkt om zich heen. „Praat ik te veel?”

Terlou is stil. Houdt hij zich in? „Dat valt wel mee, hoor.”
Ekiz: „Jij denkt, laat die Fidan maar lullen… Tjonge, dat het zo ver moest komen. Jaren heb ik vanaf de zijlijn verslag gedaan. Maar ik merk dat dat mij steeds meer moeite kost.”
Er wordt champagneijs geserveerd. Ekiz: „Wat ziet dat er goed uit zeg, ik durf het bijna niet te eten.” Ze constateert dat westerlingen zich beter zouden moeten realiseren in welke luxe ze leven.
Terlou: „In die zin hebben we een hoop te verliezen. Nog geen honderd jaar geleden leek Nederland veel op de landen die wij nu zo verafschuwen.”
Ekiz glimlacht. „Je bent hyper intelligent hè.”
Terlou: „Nou, dat weet ik niet hoor, maar ik kan wel snel leren. Dat merkte ik toen ik tentamens deed. Dan sloot ik mijn ogen en bladerde in gedachten door het boek om passages op te zoeken.”
We vragen hem waarom hij geen documentaire over het milieu gaat maken, nu hij door zijn succes meer vrijheid heeft.
Terlou: „Dat wil ik ook.”
Ekiz: „Zeg me: wat is je plan? Dan heb ik ook één miljoen kijkers. Haha.”
Terlou: „Ik weet het echt nog niet.”
Ekiz: „Voer hem dronken, dan komen we er achter.”
Terlou: „Ik denk wel na over wat een creatieve manier is om het milieu in beeld te brengen. Niet te veel van bovenaf…”
Ekiz: „Je hebt je stijl toch al gevonden?”
Terlou: „Echt?”
Ekiz: „Ja, toch wel.”
Terlou: „Ik ben bang dat ik verpest word door alle aandacht. Dat mensen me minder raken.”
Ekiz: „Dat het je ontmenselijkt?”
Terlou knikt. „Dat zou ik heel erg vinden. Mijn open blik is mijn handelsmerk.”
Ekiz: „Ik zal je één advies geven: don’t be mister perfect.”
Terlou kijkt haar vragend aan. „Ik spéél dit niet.”
Ekiz: „Je denkt te veel na, straks verlies je jezelf in perfectionisme, dat gaat ten koste van je authenticiteit.”

Er valt een stilte. Ekiz begint op de tafel te roffelen: „Oooe, daar hebben we je uit de tent! Nou wordt-ie boos!”
Terlou: „Ik weet niet wat je bedoelt. Maar ik zou beter mijn werktijd moeten afbakenen, want hoe hard ik nu werk is niet normaal.”
Ekiz: „Je denkt veel na. Vlucht je ergens van?”
Terlou: „Ik denk alléén maar na.”
We melden dat het half één is.
Ekiz: „Neeh! Echt? Ik wilde net vragen of mijn zoontje al slaapt.”
Tijdens het ontbijt vertelt Ekiz dat ze kort heeft geslapen. „Ik ben chronisch moe, geloof ik.” Ze vertelt dat ze veel piekert over hoe ze zich nuttiger kan maken. Ze wil een platform oprichten om „meer nuance in het debat te brengen”. Langs scholen gaan en praten in wijken waar asielzoekerscentra worden gebouwd.

Heeft ze ooit overwogen de politiek in te gaan?
„Dat is een brug te ver. Ik houd van de journalistiek. Het is dé manier.” Ze denkt even na. „Daarom baal ik zo van Denk! Die partij had bruggenbouwer kunnen zijn, ze bereiken veel moslims. Ik krijg mails van andere Turken. Ze schrijven: abla, grote zus, je begrijpt toch wel dat we Denk steunen, want zij zijn de enigen die het voor ons opnemen. Maar Denk is allesbehalve verbindend! Ze benadrukken het slachtofferschap en sluiten anderen uit. Daarom begrijp ik niets van de keuze van Sylvana Simons. Ze had haar eigen partij moeten beginnen. Wat doet ze bij een partij voor Turkse Nederlanders?”

Als Terlou een half uur later de ontbijtzaal binnenloopt, vraag Ekiz of hij wil blijven staan. „Even naar je kijken”, zegt zij.
Terlou: „Ik heb hardgelopen. In fel rode schoenen, ik noem ze mijn Ferrari’s.”
Heeft Ekiz al een lookalike voor Terlou gevonden?
Ekiz: „Joost Zwagerman.”
Terlou: „Vaker gehoord.”
Ekiz: „Of Greg Kinnear.”
Als Terlou vertelt dat hij een nieuwe serie over China wil gaan maken, vraagt Ekiz wat hij deze keer anders zou doen.
Terlou: „Beter onderhandelen over mijn contract. Ik had daar geen ervaring mee. Daardoor heb ik mezelf tekort gedaan. Ik moet er ook van leven hè.”
Ekiz: „Het maken van documentaires betaalt nooit goed, al heb ik niet het gevoel dat ik onderbetaald word.”
Terlou: „Ik heb sinds kort een agente die voor mij onderhandelt.”
Ekiz: „Ik zou graag rijk zijn. Iets geweldigs uitvinden en binnenlopen. Dan zou ik mijn eigen productiebedrijf opzetten. Een speelfilm maken. Praten met Francis Ford Coppola.”

Terlou kijkt vertederd. Wat zou hij doen als hij rijk was?
Lange stilte. „Ik ken een eiland in Noorwegen met een zeevogelkolonie en een oude vuurtoren. Een rustige plek, ver boven de poolcirkel. In die rust kun je lekker werken. Dat lijkt me te gek, een eigen eiland.”
Ekiz lacht hard. „Rubeneiland.”

Foto Lars van den Brink

Foto Lars van den Brink