In Europa dreigt sociale kortsluiting

Leden van een extreem-rechtse groepering komen in Keulen samen voor een anti-demonstratie op het moment dat daar duizenden Turken hun steun betuigen aan Erdogan. Foto Guido Kirchner/AP

‘Buitenlanders: uitvreters. Allemaal het land uit.” Dat was de man die iets in de keuken kwam repareren. „Je zou de beschaafde wereld een groot plezier doen als je ophield met ademen.” Een van de vele tweets deze week, als reactie op een voorstel om minder foto’s van jihadi’s te publiceren en meer duidende verhalen óver jihadi’s.

Gruyter, Caroline de 11-2013 025

„Zeg het, wij doden! Zeg het, wij sterven!” Spreekkoor tijdens een demonstratie van Oostenrijkse Erdogan-aanhangers, eind juli.

In sneltreinvaart wordt de openbare ruimte gevuld met woede, paranoia en haat. De Ierse filosoof Edmund Burke zei eens: „The only thing necessary for the triumph of evil is for good men to do nothing.” Maar veel Europeanen staan erbij en kijken ernaar. Ze zijn ongerust maar zwijgen. Ze willen niet platgescholden worden. Ze vrezen escalatie. Velen hebben geen idee wat ze kúnnen doen.

In de Frankfurter Allgemeine stond vorig jaar een goed stuk van Heinz Bude, hoogleraar sociologie uit Kassel. Duitsers, schreef hij, wordt steeds verteld hoe goed het gaat. De economie groeit, de werkloosheid is laag, de staat investeert weer in sociale woningbouw. Twee groepen hebben daar geen boodschap aan. De eerste is het serviceproletariaat, dat kantoren schoonmaakt, pakjes rondbrengt en bij prijsknallers achter de kassa zit. Vaak zijn dit laaggeschoolde autochtonen. Zij werken steeds harder, maar verdienen 900-1.100 euro per maand – te weinig om rond te komen. Zij zien migranten, die in dezelfde sector hun eerste baan vinden, als onwelkome concurrenten. De tweede groep bestaat uit dalende middenklassers. Ze zijn redelijk hooggeschoold en werken, maar gaan in koopkracht achteruit. Er zijn ambtenaren bij, maar ook zzp’ers die „voor zichzelf zijn begonnen” en moeilijk rondkomen. Zij worden steeds kwader op buren die wel goed boeren, en op bankiers, politici en anderen die wel profiteren van de mondiale diensteneconomie.

Vroeger had je de socialisten nog. Die gaven minderbedeelden en sociale dalers hoop en, cruciaal, een stem. Die konden het roer omgooien. Maar politiek links is uitgeschakeld. Onder linkse regeringsleiders als Blair, Kok of Schröder is even hard gedereguleerd en geliberaliseerd als onder rechtse regeringen. Links is medeverantwoordelijk voor de huidige malaise en staat nu met de mond vol tanden. Het kan deze mensen niet helpen. Daarbij: elk Europees land zit in de internationale tredmolen. Alles is wereldwijd verknoopt. Geen land beslist meer zelf over de hoogte van pensioenen of immigratie, twee zaken die het nieuwe proletariaat en verbitterde middenklassers erg bezighouden. Eén partij in één land die hen tegemoet wil komen, haalt niets uit – Syriza beet zijn tanden erop stuk in Griekenland. Deze mensen zien op Facebook dat anderen leuk weekendjes naar Napels gaan, of gerenoveerde pandjes betrekken in een binnenstad waar zijzelf de huur allang niet meer kunnen betalen. Ze zitten klem. Ze kunnen geen kant op met hun angst en woede.

Nu die twee groepen elkaar vinden in hun zoektocht naar zondebokken, schreef Bude, „komt er kortsluiting”. En vrij baan voor leiders die weten waar hun electorale gewin ligt: in het vertrappen van sociale codes en regels van de maatschappij die hen links heeft laten liggen, en in het intimideren van de „leugenachtige” elite en moslims.

Dit is een enorm sociaal conflict. Vroeger introduceerde men op zo’n moment kiesrecht of minimumloon om spanningen te verminderen. Nu is een drastische verkleining van de kloof tussen arm en rijk nodig, plus vrede in Syrië. En nog veel meer. Allemaal internationale oplossingen die, helaas, ver buiten het bereik liggen van de „good man”.