‘Ik had geluk, ze zochten ook wat oudere stewardessen’

Gitta Taal (55) en Hans Taal (58) wonen in Zeewolde en hebben allebei geen 9-tot-5-baan. ‘Ik herinner me een ski-vakantie waarin ik onderaan de ski-piste in een telefonische vergadering zat.’

Foto David Galjaard

Gitta: „Als ik een vroege vlucht heb moet ik mij om vier uur ’s ochtends melden op Schiphol. Dan sta ik om twee uur ’s nachts op, rijd ik een uur later naar de bemanningsruimte en dan hebben we precies 65 minuten voor het voorbereiden van de vlucht. Het is erg afwisselend, de ene dag gaan we naar Santorini, dan weer naar Olbia…”

Hans: „Jij hebt elke dag een soort minivakantie.”

Gitta: „Het is superleuk werk met fijne collega’s. Al denk ik ook weleens: waarom vind ik dit eigenlijk leuk? Dan zit je daar achterin de cabine op een klein stoeltje naast het toilet, met een broodje op je schoot of een opgewarmd prakje uit het oventje van de pantry. Maar toch, ik geniet ervan. Bij Transavia reis je als stewardess meestal heen en terug, dus ik ben vaak rond één uur ’s middags weer op Schiphol. Dan rijd ik terug naar Zeewolde en ben ik rond drie uur thuis.”

Hans: „Waar je gaat bijslapen omdat je al zo vroeg op was.”

Gitta: „Eventjes anderhalf uur slapen. En wanneer ik dan rond vijf uur wakker word, gaan we gezellig samen wat bijpraten.”

Geluk hebben

Gitta: „Ik werk pas vier jaar als stewardess, hiervoor was ik artsenbezoeker. Ik ging namens de farmaceutische industrie bij huisartsen langs om voorlichting te geven over medicijnen. Ik vond dat gewoon niet leuk meer.”

Hans: „Er werden steeds hogere doelen gesteld en daardoor werd het almaar moeizamer een afspraak te krijgen.”

Gitta: „In de jaren tachtig waren artsen nog afhankelijk van mijn advies. Maar door de komst van internet werd dat steeds minder. Als ik een gezondheidscentrum binnenkwam, zag ik de assistent al kijken: ‘Ugh, weer een artsenbezoeker die ik moet afpoeieren.’ Daarom dacht ik: ik ga nu iets doen wat me altijd leuk heeft geleken. En dus solliciteerde ik voor stewardess. Hans vond het in eerste instantie niet zo’n goed idee.”

Hans: „Ik dacht: daar nemen ze alleen jongeren van rond de 20 aan.”

Gitta: „Maar ik had geluk, ze zochten ook wat oudere stewardessen voor de balans. Ik kreeg een opleiding van een maand en kon meteen aan de slag. Het is zo gezellig. De mensen zijn altijd vrolijk en gezellig, ze gaan immers op vakantie.”

Hans: „Toch een goede zet geweest. Ik had er eerst wel moeite mee, maar zie nu hoe leuk ze het vindt.”

Laptop mee

Hans: „Ik werk als verkoper bij IBM, daar heb ik het nog steeds erg naar mijn zin. Je leest weleens dat veel vijftigplussers werkloos zijn, maar ik geloof dat je jezelf moet leren aanpassen. Om de zoveel jaar verander ik van werkgebied. Zo dwing ik mezelf me te blijven verdiepen in nieuwe markten. Ik geloof niet in verworven rechten, als je een jaar hetzelfde hebt gedaan moet je zoeken naar verandering.”

Gitta: „Hans is ook heel plichtsgetrouw, hij werkt vaak op vakantie en in de weekenden.”

Hans: „Elke ochtend maak ik als eerste mijn e-mailbox leeg, nog voordat ik me aankleed. En mijn laptop gaat ook altijd mee op vakantie, ik wil niet terugkomen met een enorm volle inbox. Ik herinner me een skivakantie waarin ik onderaan de skipiste in een telefonische vergadering zat.”

Gitta: „Dan kwamen wij weer aanskiën, en riep hij: ‘Doe nog maar een skiliftje, ik moet nog even.’”

Hans: „Ja, ik ben inderdaad wel plichtsgetrouw. Maar dat komt ook doordat we op ons resultaat worden beoordeeld, daar is het variabele deel van mijn inkomen van afhankelijk.”

Gitta: „Privé en werk lopen echt door elkaar bij Hans. Terwijl als mijn vliegtuig is geland, mijn werk erop zit en ik me geen zorgen meer hoef te maken. Als ik vrij ben, ben ik ook echt vrij.”

Hans: „We hebben allebei geen negen-tot-vijf-baan, dus we kunnen ook veel doen op het moment dat we daar zelf zin in hebben. We hoeven niet alles in het weekend te plannen.”

Familieziek

Hans: „We wonen drie kwartier van Amsterdam, in Zeewolde.”

Gitta: „We kwamen er wonen toen ik in verwachting was van de tweede. Inmiddels zijn onze kinderen allebei het huis uit.”

Hans: „We zijn niet al te familieziek. We bellen weleens, of hebben contact via Whatsapp. Maar we hebben bijvoorbeeld geen familie-app.”

Gitta: „Onze dochter Marguerite zien we ongeveer een keer in de maand, dan komen we bij haar en haar vriend bijkletsen. En we gaan een keer per jaar met de familie op wintersport.”

Hans: „Onze zoon studeert in Amerika, hij blijft daar misschien wel wonen. Dan zien we hem denk ik twee keer per jaar. Maar kinderen worden niet geboren om bij hun ouders op schoot te blijven zitten. Ze moeten hun eigen weg vinden.”

Gitta: „En als hij daar blijft, hebben we in ieder geval een leuk vakantieadresje.”

Traditioneel

Hans: „Gitta doet het huishouden. Ik doe eigenlijk niks, alleen de tuin.”

Gitta: „Het gras maaien bedoelt-ie… Ja, wij zijn heel traditioneel. Wanneer ik een vroege vlucht heb gehad vind ik het heerlijk met het huis bezig te zijn. Koken doen we vaak samen. Er zijn bepaalde gerechten waar Hans goed in is, zoals Indiaas of Marokkaans. Ik ben beter in gewoon Hollands eten maken.”

Hans: „Zij is van het groente en fruit, ik doe het vlees.”

Gitta: „Na het eten ga ik slapen, omdat ik vaak een vroege vlucht heb.”

Hans: „Ik ga dan als het mooi weer is golfen met vrienden uit het dorp.”

Gitta: „Hij heeft zijn lidmaatschap geactiveerd toen ik stewardess werd, iedereen blij.”

In Spitsuur vertellen stellen en singles hoe zij werk en privé combineren. Meedoen? Mail naar werk@nrc.nl