Het is zomer, eindelijk leren ze iets

ReportageZomerscholen

Op zomerscholen, met uiteenlopende ambities, verloopt het onderwijs net iets anders dan normaal. „Kinderen pikken meer en sneller dingen op als ze niet alleen met het hoofd maar ook met hart en handen werken.”

Leerlingen van Haagse Zomerschool Samentienplus krijgen les op de Van Ostadeschool in de Schilderswijk. Foto’s David van Dam

Twee Poolse meisjes waren hand in hand met een rugzakje vanuit Transvaal naar de Schilderswijk gelopen. Naar de Haagse zomerschool Samentienplus. Van kinderen uit de buurt hadden de meisjes gehoord dat het zo leuk was op de school.

Dinsdag stond het duo plots in de hal, vertelt projectleider Karin Striekwold van Samentienplus. Ze krijgt er bijna tranen van in haar ogen. Temeer omdat de meisjes daar niet alleen waren. Nog circa dertig andere niet-ingeschreven kinderen hadden zich verzameld „omdat ze toch graag mee wilden doen”.

Een dag eerder was de zomerschool opengegaan. Kinderen vanaf groep 1, afkomstig van een van de tien aangesloten basisscholen, mogen gratis meedoen. En zoals dat elk jaar gaat, zegt Striekwold, kwamen er een boel leerlingen de eerste dag niet. „Dus wij die ouders nabellen. En die zeggen dan: Oh ja, vergeten, we komen er aan!” Nu, op dag drie, telt Striekwold 260 deelnemers.

Deze zomer gaat op veel plaatsen in het land het onderwijs gewoon door. Zowel voor basis- als middelbare scholieren zijn er speciale zomerscholen. Voor tieners zijn de scholen bedoeld om achterstanden weg te werken in een poging toch over te gaan naar het nieuwe schooljaar. Voor basisschoolleerlingen is de benadering heel divers. Er zijn tientallen zomerscholen, vooral in achterstandswijken, waar kinderen zo’n twee of drie weken bijgespijkerd worden. In de ochtend volgen ze meestal taal en rekenen en in de middag maken ze een uitstapje. Maar er zijn ook organisaties waar scholieren enkel leren programmeren, Engelse les krijgen of leren over gezonde voeding.

Bolletjes met lichtjes en sensoren

De Haagse Zomerschool Samentienplus, dit jaar gehouden op de Van Ostadeschool in de Schilderwijk, begon vier jaar geleden ook met het concept: taal, rekenen en daarna een uitje. Maar dat was weinig vernieuwend, zegt Karin Striekwold, „en ik vond het vreemd om met subsidiegeld van de gemeente uitstapjes te maken die niet altijd educatief waren”. Ze bedacht iets anders om ervoor te zorgen dat kinderen uit achterstandswijken meer kennis kunnen opdoen. Niet alleen cognitieve kennis, waar scholen zich bij deze doelgroep vaak op richten. „Je wilt deze leerlingen ook een kijkje geven in de wereld van techniek, ICT, cultuur en wetenschap.” Van huis uit krijgen ze niet altijd even veel mee.

Zodoende krijgen de scholieren onder meer les van wetenschappers over DNA en robots. En leren ze van specialisten van computerbedrijf Microsoft programmeren. De TU Delft heeft ook deels geholpen bij het schrijven van de lesprogramma’s. Het zijn geen standaardlessen, benadrukt Striekwold. Het is de bedoeling dat de kinderen leren door te onderzoeken. „Ze pikken meer en sneller dingen op als ze niet alleen met het hoofd maar ook met hart en handen werken.”

In een van de lokalen toont leerling Aleyna (12 jaar) haar zelfgemaakte ketting. Het is een koordje met een gek hoekig buisje. Er volgt een ingewikkeld verhaal over wangslijmvlies, water, alcohol en eiwitten in een reageerbuis die mengen en loslaten. Daarna zegt ze: „Nu zit mijn DNA hier in.” Ze tikt op het glas van het buisje om haar nek.

Aleyna heeft al van alles geleerd over DNA, zegt ze. Over chromosomen, 23 van je vader en 23 van je moeder. Over erfelijk materiaal dat dominant is. „En we hebben een dubbele helix gemaakt.”

In een klas verderop zijn kinderen druk met kleine robotjes en iPads. Op de tablets kunnen de leerlingen allerlei codes selecteren en een programma samenstellen dat de apparaatjes – halve bolletjes met sensoren en lichtjes – vervolgens zullen afspelen.

Twee jongens in trainingspak hebben net de codering af. Ze moeten de zijkanten van de robotjes ingedrukt houden; als de apparaatjes wit licht geven kunnen ze op de iPad gezet worden en worden ze ge-upload. Het is geen makkelijke klus, de robotjes kleuren groen en blauw, maar niet wit. Als het dan na enige tijd toch lukt, roept een van de jongens: „Wojo! Het lukt juf.” De jongens zetten de halve bolletjes op tafel, die beginnen te draaien en te rijden. „Wojo, echt vet.”

Volgende week hebben alle groepen een ander programma. De bovenbouw gaat dan bijvoorbeeld insecten koken, aardappels rooien en eigen voedsel met een 3D-printer maken. Daar kijkt scholier Ceyhun (12 jaar) erg naar uit. „Ik hou van eten.” Hij gaat niet op vakantie. De meeste kinderen uit de buurt blijven in de zomer thuis, zegt Karin Striekwold. „Vaak hebben ouders geen geld om leuke dingen te doen. De kinderen maken niet veel mee, ze hebben bovendien weinig speelgoed. Hun educatieve ontwikkeling staat stil. Dat willen we voorkomen.”

Kinderen hebben het al zo druk

De summer gap, noemt Sanne van Gessel dat; de zes weken zomervakantie waarin kinderen kennis vergeten en soms zelfs achteruit gaan in hun ontwikkeling. Van Gessel coördineert de Zomerschool in Amsterdam-Zuidoost. „We willen het niveau van de kinderen op peil houden.”

Dat doet deze zomerschool door 112 kinderen uit groep 7 (die na de zomer naar groep 8 gaan) drie weken lang taal, begrijpend lezen en rekenen aan te bieden. De school zet ook in op het uitbreiden van de woordenschat. Elke dag leren de kinderen nieuwe woorden waar ze vervolgens spelletjes mee moeten doen.

Toch moet je ook oppassen met al dat taal- en rekenonderwijs in de vakantie, zegt Sieneke Goorhuis. Zij is orthopedagoog en emeritus hoogleraar Spraak- en Taalstoornissen aan de Rijksuniversiteit Groningen. Volgens haar moeten kinderen in de zomer de schoolse activiteiten loslaten. „Ze hebben het al zo druk gedurende het schooljaar. Geef de leerlingen de kans om even bij te komen en uit te rusten. En laat ze andere ervaringen opdoen.”

Dat doet de zomerschool in Amsterdam-Zuidoost ook, zegt Van Gessel, met „betekenisvolle activiteiten”. De kinderen bezoeken het Academisch Medisch Centrum (AMC) in Amsterdam, het stadion de ArenA en het hoofdkantoor van de bank ING. Voorafgaand aan de uitstapjes zijn er „verbindingslessen”. Dan moeten de leerlingen lezen over het menselijk lichaam of uitrekenen hoeveel mensen er in een stadion passen. Bij het AMC mogen de kinderen vervolgens vragen stellen aan artsen en leren ze reanimeren en verbandjes leggen. Bij ING krijgen ze les in budgetteren.

De zomerschool, die draait op subsidie van de gemeente én het stadsdeel, moet de leerlingen ook helpen in groep acht de eindtoets goed te maken. Voorheen was deze toets, vaak die van Cito, bepalend voor het vervolgonderwijs. Nu is het schooladvies doorslaggevend. Dus het oordeel van de juf of meester telt. „En aangezien veel adviezen al in groep zeven worden gegeven, vragen ouders nu of we de zomerschool volgend jaar voor kinderen uit groep zes kunnen organiseren.” Dat overweegt de organisatie dan ook.

Ouders vinden Engels belangrijk

Niet alleen in achterstandswijken worden kinderen geschoold tijdens de zomer. Ook elders leren ze nieuwe dingen. Zo kunnen kinderen vanaf vier jaar Engels leren op twaalf verschillende plekken in het land via Engels voor Bengels. Dit bedrijf organiseert zomerkampen waar de kinderen vijf dagen lang Engelse les krijgen. Er zijn English classes, zegt oprichter Marie-Chantal de Wildt. „Maar ook sport dans en art-lessen, waarbij we natuurlijk alleen Engels spreken.”

In totaal hebben 700 kinderen meegedaan aan de zogenoemde summercamp – kosten 275 euro. Veel ouders willen dat kinderen plezier maken maar ook iets leren in de vakantie, vertelt De Wildt. „Ouders vinden bovendien Engels ontzettend belangrijk. Temeer omdat op basisscholen de taal nog wel eens minder goed gegeven wordt. Helaas schaffen scholen soms dure methodes aan terwijl er weinig tijd is om het vak te geven.”

De grootste groep kinderen die Engelse les volgt, is 6 á 7 jaar oud. „Ze vinden het geweldig. Na de cursus gaan ze vaak op vakantie en kunnen ze trots een ijsje in het Engels bestellen.”