Een sprong van 2 meter 40, hoe kom je zo hoog?

De aanloop van hoogspringer Derek Drouin is trager dan die van veel concurrenten. Hoe kan het dat hij hoger springt?

Beeld uit video The New York Times

Krap een jaar geleden sprong Derek Drouin in Peking over een lat die 2 meter 34 hoog lag. Niet zijn beste sprong, maar precies genoeg om wereldkampioen te worden. Een jaar eerder sprong de Canadees, in Rio favoriet voor de medailles, zelfs over de 2 meter 40. En dat terwijl zijn aanloop langzamer is dan die van zijn concurrenten.

De gouden sprong in Peking:

Het voelt tegennatuurlijk, zo vond ook The New York Times. Het verstand zegt namelijk dat een hoge sprong voorafgegaan wordt door een snelle aanloop. Waarom springt de 26-jarige Drouin dan zo hoog? De krant besloot zijn sprong tot in detail te ontleden en maakte daar een uitgebreide interactieve productie van.

Een beeld uit de  productie van The New York Times

Een beeld uit de productie van The New York Times

Het geheim zit ‘m juist in die trage aanloop, legt Drouin uit. Doordat hij met minder vaart bij de lat aankomt, heeft hij meer tijd om zijn benen op de juiste plaats neer te zetten. Bij de laatste stap houdt hij bovendien zijn been gestrekt. Veel concurrenten buigen de knie dan, waarbij energie uit de loop verloren gaat.

Is kleiner beter voor turners?

Naast Drouin nam de Amerikaanse krant nog drie sporters onder de loep. Hoe kan zwemmer Ryan Lochte – vijfvoudig olympisch kampioen – bijvoorbeeld bijna een seconde van zijn tijd op de 200 meter afzwemmen? En waarom haalt turnster Simone Biles – in Rio kandidaat voor meerdere titels – voordeel uit het feit dat ze klein is (1 meter 45)?

Bekijk de hele productie van The New York Times hier.