De Vinexwijk is geen haute couture, maar wel divers

Vijf vooroordelen over Vinexwijken

Vinexwijken zijn saaie, ongezellige buurten vol ongelukkige mensen. Toch?

In Vinexwijken wonen blanke tweeverdieners met jonge kinderen. Twee auto’s voor de deur, elk jaar op wintersport, maar in hun hart diep ongelukkig. Geen wonder dat daar zo veel mensen scheiden.

Dat zijn de clichés. Dat die niet altijd kloppen, bleek vrijdag maar weer eens, uit een onderzoek van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). In Vinexwijken gaan niet méér, maar minder stellen dan gemiddeld uit elkaar. Vijf clichés over Vinexwijken.

1 In Vinexwijken scheiden veel mensen (onwaar)

Het CBS reageerde met het onderzoek op eerdere berichtgeving over Vinexwijk Vathorst. De lokale politiek in Amersfoort maakt zich zorgen over het hoge aantal verbroken relaties. Dat in Vinexwijken minder gescheiden wordt dan gemiddeld, is op zich logisch. Hier wonen stellen met een koophuis en een kind. Die gaan, door het hele land, minder snel uit elkaar. Maar het omgekeerde is ook waar: wie wat wil zeggen over verbroken relaties in ons land, moet naar een Vinexwijk. In één straat wonen meer mensen die uit elkaar zouden kunnen gaan dan in een diverse straat in een stad.

2 Vinexbewoners zijn blank, rijk en jong (deels waar)

Er wonen bijna 790.000 mensen in Vinexwijken, volgens het CBS. Het zijn relatief veel gezinnen met jonge kinderen: meer dan de helft van het aantal bewoners, tegen een derde in grote steden. 65-plussers vind je weinig in Vinexwijken.

Dat de bewoners relatief goed verdienen, klopt ook. Twee op de drie woningen zijn koophuizen; in steden is dat minder dan de helft. De gemiddelde WOZ-waarde was in 2014 254.000 euro en in Nederland gemiddeld 211.000 euro. Maar de wijken zijn niet ‘blank’: er wonen meer inwoners van niet-westerse afkomst (17 procent) dan gemiddeld in de rest van het land (12 procent).

3 Vinexwijken zijn monotoon (onwaar)

Al bij de bouw van de eerste Vinexwijk in 1995 werd deze bestempeld als monotoon, zielloos en saai. „De Volkskrant kwam al vrij snel met een artikel: Vinexwijken zijn de getto’s van de toekomst”, zegt Ries van der Wouden van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL). „Niet geheel ten onrechte, want de nadruk lag op snel en veel bouwen. Maar daarna is er veel verbeterd. Gemeenten en projectontwikkelaars kregen meer oog voor diversiteit.”

Zijn Vinexwijken monotoon? Ze bestaan vaak uit verschillende buurten, niet zelden opgebouwd rondom een thema. En die buurten bestaan weer uit verschillende woonblokken met allerlei soorten woningen: rijtjeshuizen, twee onder een kap, appartementen. Ook tussen Vinexwijken bestaan grote verschillen. Een aantal wijken is gebouwd door vooraanstaande architectenbureaus, zoals MVRDV van Winy Maas (Ypenburg, Den Haag) en West 8 van Adriaan Geuze (Vathorst).

Architect Jeroen Mensink maakte met Jelte Boeijenga de Vinex Atlas en bezocht daarvoor veel wijken. De „enorme variatie” verraste hem. Al tijdens zijn studie aan de TU Delft, aan het begin van de Vinextijd, voelde hij het dedain bij zijn vakgenoten. „Het is een soort massaproduct”, zegt hij. „Geen haute couture, maar confectie. Ik denk dat ontwerpers daar hun neus voor ophalen.”

4 Over een poosje vind je er veel (hang)jongeren (waar)

Kinderen groeien en dan krijg je vanzelfsprekend veel jongeren in een buurt. Voor een gemixte wijk is „organische groei” nodig, zegt Jan Latten, CBS-hoogleraar sociale demografie.

5 Vinexbewoners zijn ongelukkig (onwaar)

Het vermeende ongeluk in Vinexwijken inspireert theatermakers en romanschrijvers. En zij die er wonen, schrijven graag over het tegendeel: wonen in een Vinexwijk is best leuk, getuige bijvoorbeeld de columns van Het Vinexvrouwtje (Marieke Dubbelman) in het Utrechts Nieuwsblad.

Dat blijkt ook uit tevredenheidsonderzoeken, zegt Ries van der Wouden van het PBL. „Bewoners van Vinexwijken zijn positief over hun woning en woonomgeving; minder over de prijs van hun woning.” De sociale status van wijken is bovengemiddeld, schreef het Sociaal Cultureel Planbureau in 2012. Maar de leefbaarheid daalt licht, zegt Van der Wouden. „Ze gaan in sociaal opzicht steeds meer op gewone stadswijken lijken.”