De Canal Parade is minder gay dan ooit

Gay Pride

Is de Canal Parade, de botentocht van de Gay Pride, nog wel een afspiegeling van de homogemeenschap? Lang niet alle boten zijn gay.

Prima, dacht Robbert Kalff toen hij hoorde dat hij dit jaar niet mee mocht varen met de Canal Parade. Geen drama, wel jammer. Zijn Utrechtse gaycafé Kalff kon natuurlijk niet elk jaar meedoen. Er zijn immers maar tachtig plekken. Maar toen hij de lijst zag van deelnemers die het wel gehaald hadden, was hij toch verbaasd: naast een aantal LHBT-organisaties (de afkorting staat voor ‘lesbisch, homo, biseksueel, transgender’) stond er ook een groot aantal multinationals, politieke partijen en mediaorganisaties op de lijst. Was dat de bedoeling? Het was toch een podium voor de LHBT-gemeenschap? Kalff: „Zo laat jan en alleman zich zien, terwijl die zich juist het hele jaar al laten zien.”

Vandaag heeft de jaarlijkse botenparade van de Gay Pride plaats. Bij de Canal Parade varen tachtig boten over de Prinsengracht, op de kade toegejuicht door duizenden bezoekers. Allerlei pro-LHBT-organisaties presenteren zich, van Roze in Blauw-netwerk van de politie tot de stichting GAYniaal: de homoseksuele afdeling van Mensa, de internationale vereniging voor mensen met een hoog IQ. Het is inmiddels bon ton dat ook bedrijven als ING en Google meevaren en er was zelfs al eens een heteroboot. Weerspiegelt de Canal Parade nog wel de homogemeenschap?

„Het geeft meer een beeld van Nederland dan van de gemeenschap.” Gert Hekma, docent homostudies aan de Universiteit van Amsterdam, kent de discussie over de veranderingen. „In het begin ging het echt alleen maar om homodingen zoals bars, disco’s en seksclubs, maar nu gaat het over sport, company prides, etnische groepen, religies… Het heeft tegenwoordig wel iets weg van een gezellig bloemencorso.”

Albert Heijn To Gay

Op papier mag iedereen meedoen aan de Parade. Wie zich aanmeldt moet uitleggen hoe de organisatie zich inzet voor de LHBT-gemeenschap, en een plan indienen voor een boot. Ook moet er deelnamegeld worden betaald. Volgens het principe dat de breedste schouders de zwaarste lasten dragen, betaalt een groot bedrijf 7.500 euro, maar een lokale non-profit-LHBT-organisatie 750 euro. Bedrijven mogen alleen meevaren als ze een diversiteits- en inclusiviteitsbeleid hebben.

Dit jaar werd bij wijze van uitzondering de selectie uit de circa 130 aanmeldingen gemaakt door een speciale ballotagecommissie in plaats van door loting binnen verschillende categorieën. Omdat Amsterdam dit jaar gaststad is van de EuroPride, de Europese Gay Pride, wilde de organisatie verzekerd zijn van boten van hoge kwaliteit. Woordvoerder Danny de Vries: „We wilden echt dat dit de mooiste parade ooit zou worden.” Dat is nu juist het probleem, denkt Robbert Kalff. „Die grote bedrijven trekken makkelijker hun portemonnee om een spectaculaire boot te maken.”

Is het erg als de Parade zo ook een feestje wordt van organisaties en beroepsgroepen die zich politiek correct profileren? Wordt het zo niet een reclamekaravaan? In de homogemeenschap wordt meevaren vaak nog echt gezien als iets voor de gemeenschap zelf. Kalff: „Ik vraag me bij die bedrijven vaak af: moeten ze niet sponsoren in plaats van meevaren?” Siep de Haan, oprichter van de Pride : „Die receptieboten staan meestal vol hetero’s.” De Haan vindt dat de organisatie de oorspronkelijke formule niet moet vergeten. „In principe staan hetero’s langs de kant en homo’s op de boot. Het is leuk als de diversiteit van de gaygemeenschap zichtbaar wordt.”

Sipke-Jan Bousema, ambassadeur van EuroPride, zei tegen Het Parool de deelname van bedrijven juist een goede ontwikkeling te vinden. „Dat is het resultaat van emancipatie.” Ook woordvoerder De Vries vindt bedrijven een belangrijke factor. Wel hekelt hij ondernemingen langs de kant die niets bijdragen aan de Canal Parade maar wel proberen mee te liften op het succes (Albert Heijn To Go dat zich Albert Heijn To Gay noemt) en zo de commerciële sfeer versterken. „Daar zetten we handhavers op in.”

Gert Hekma denkt dat de deelname van bedrijven onvermijdelijk is. „Het festival kost geld, je moet het draaiende houden. En dat er bij bedrijven aandacht aan wordt besteed is positief.”

Dragqueens en leernichten

Nog altijd zijn er ook traditionele boten. Bars en cafés met een focus op bepaalde seksuele voorkeuren zoals leer vormen ook dit jaar een belangrijk deel van de optocht. Deze LHBT-boten zijn op hun beurt ook niet allemaal vrij van controverse. Zo is er een eindeloze discussie over hoe lang het rijtje letters moet zijn – met of zonder de I van intersectional (mensen die niet weten tot welke groep ze behoren) en de ‘+’ voor andere varianten van seksuele identiteit. Hekma: „Het gaat steeds minder over seks, en meer over genderdiversiteit, terwijl dat volgens mij eigenlijk een ander onderwerp is. Vroeger ging de Parade vooral over het uitkomen voor perversies en seksuele interesses.” Leernichten, travestieten en dragqueens zijn de traditionele voorbeelden, maar er zijn volgens Hekma nog altijd groepen die zich te veel schamen om mee te durven varen in de Parade. „Die denken dat hun voorkeuren niet natuurlijk zijn. Maar op [de online-gemeenschap] Tumblr zie je dan wel dat veel mensen zich ermee bezig houden. Dat gaat dan bijvoorbeeld om zaken als poepseks.”

Volgend jaar is er weer gewoon een loting voor deelname aan de Canal Parade. Mogelijk is de controverse over het aandeel van bedrijven in de optocht dan weer kleiner. Robbert Kalff is er in ieder geval niet bij. Hij wil in Utrecht zijn eigen LHBT-Canal Parade organiseren en zamelt nu geld in. „En dan willen we ook de lesbische boekhandel op de hoek een plek geven.”