De aanval op de democratie is begonnen

Ideologie Door aan te kondigen dat hij een eventuele nederlaag niet zomaar zal accepteren, zet presidentskandidaat Donald Trump de aanval in op de democratie zelf. Dat past in een wereldwijde trend.

Mensenrechtenactivisten protesteren tegen Donald Trump in Cleveland tijdens de Republikeinse Conventie. Foto Patrick Semansky/AP

De aanval op de gevestigde orde is deze week in een nieuwe fase beland: een fase van alles of niets, een zero-sum game waarbij het staatsbestel zelf op het spel kan komen te staan. Aan de orde is niet meer alleen het verlangen van met name nationaal populisten om de elite van de oude garde een toontje lager te laten zingen. Nee, de maatschappelijke instellingen zelf zijn aan de beurt.

Deze belegering van de institutionele orde speelt zich nota bene af in de Verenigde Staten. Niemand minder dan de Republikein Donald Trump, sinds twee weken presidentskandidaat van de Grand Old Party, heeft het signaal gegeven voor deze omkering veler waarden. Trump liet begin deze week namelijk weten dat hij de uitslag van de Amerikaanse presidentsverkiezingen niet zomaar zal respecteren en dat hij elke andere president dan hijzelf niet a priori zal erkennen. Een ongekende uitspraak, ook in de context van de bepaald niet zachtzinnige politieke omgangsvormen in de VS.

Op tournee in Ohio, een van de swing-states in de VS, opperde Trump dat hij rekening houdt met verkiezingsfraude. De elite wil hem tegen elke prijs uit het Witte Huis houden, suggereerde hij. Zonder in detail te treden – hij zei alleen er „meer en meer” over te horen – concludeerde Trump in Columbus:

„Ik ben bang dat de verkiezingen zullen worden vervalst. Ik moet eerlijk zijn.”

Door nu reeds te zeggen dat hij aanwijzingen heeft dat er zal worden gesjoemeld is Trump bezig de positie van het komende staatshoofd op voorhand al te delegitimeren.

Een twist over een verkiezingsuitslag zou op zichzelf niet nieuw zijn in de recente geschiedenis van de Verenigde Staten. De Democraat Al Gore, Bill Clintons vice-president die in 2000 de ‘popular vote’ (het landelijk totaal van de stemmen) van George W. Bush nipt won maar door de lokale uitslag in swingstate Florida de beslissende ‘electoral vote’ (kiesmannen per staat) aan de Republikein moest laten, vocht de stembusgang naderhand tot de hoogste rechters aan. Uiteindelijk legde Gore zich echter neer bij het presidentschap van Bush jr. De instituties waren voor hem bij het scheiden van de markt belangrijker dan het persoonlijke gevecht om de macht.

Waterscheiding

Trump kondigde deze week het omgekeerde aan. Dat nu is een waterscheiding. Want ook op andere podia was Trump afgelopen dagen bezig met het delegitimeren van zijn tegenstander(s). Op bezoek in Pennsylvania kwalificeerde Trump zijn uitdager Hillary Clinton bijvoorbeeld als de „duivel”.

Ook dit woord is al eens eerder gebruikt, namelijk door Ronald Reagan die de Sovjet-Unie een „evil empire” noemde. Maar dat was tijdens de Koude Oorlog. De duivel was toen de vijand in het buitenland, die andere en kennelijk wezensvreemde orde in den vreemde waartegen Amerika en het Westen moeten worden beschermd. Nu zit Satan om de hoek. Het is niet eens meer een ‘vijfde colonne’ die zich maskeert. De duivel is de kandidaat van de elite. Door deze term te gebruiken voor een tegenstander in het eigen land liet Trump blijken dat hij niet alleen een broertje dood heeft aan het, in een burgerlijke samenleving gangbare, al dan niet zwaar bevochten compromis, maar dat hij zelfs het bestaansrecht van zijn concurrent ontkent.

Zoals hij in Ohio zei dat hij alleen een formele uitslag erkent die hem tot staatshoofd kroont, zo plaatste hij in Pennsylvania zijn tegenstrever Clinton buiten de orde.

Dat is nogal wat, zelfs in een land dat al sinds de jaren 70/80 in de ban is van heftige culture wars. Vooral ook, omdat Trump intussen doorgaat met het ondermijnen van het tot nu toe algemeen aanvaarde idee dat de Verenigde Staten een immigratieland is. Zijn reactie op de zwijgende moeder van de in Irak omgekomen Amerikaanse militair Humayun Khan, dat ze als islamitische vrouw misschien niets mócht zeggen, was een aanval op de American dream over het land als ‘city upon a hill’, de bijbelse metafoor die menig president gebruikt. Trumps achteraf grappig bedoelde verzoek aan Russische hackers om in te breken in de computers van Clinton – „Rusland, als je luistert, ik hoop dat je in staat bent de missende dertigduizend e-mails te vinden” – was een soort omgekeerd McCarthyisme, de jacht op communistische vijfde colonne in de jaren 50.

Je zou kunnen zeggen: Trump is een seculiere eindtijd-ideoloog, waarvan er in Amerika wel meer rondlopen. Zoals sommige christenen zich voorbereiden op de verzengende eindtijd voordat Christus terugkeert in het ondermaanse, zoals sommige moslimfundamentalisten het martelaarschap als de daad bij het woord zien, zo presenteert de Republikeinse presidentskandidaat zich als de laatste menselijke reddingsboei om Amerika op Lucifer te heroveren.

Implosie

Foto Sarah Rice/AFP

Trump spreekt in Portland.Foto Sarah Rice/AFP
Foto Sarah Rice/AFP

De vlammenwerperpolitiek van Trump past in een wereldwijd patroon. Her en der in de postindustriële wereld is een vorm van politiek in opmars die zich richt op de bestorming van de bestaande orde zonder een nieuwe orde in het verschiet te hebben. Ze is niet revolutionair in de klassieke zin des woords. Ze beschikt niet over revolutionairen die, parallel aan het establishment, een dubbele macht proberen op te bouwen. Ze is eerder uit op de implosie van het bestel dan op een explosie van de instituties. En dat doet deze implosieve antipolitiek door in binaire tegenstellingen over de samenleving te spreken: volk-elite, vriend-vijand, wij-zij, goed-fout, licht-donker, winst-verlies, leven-dood. Een van de symptomen van dit zwart-witdenken is dat de antipoliticus geen schaamte kent en nooit een fout toegeeft, laat staan schuld bekent.

Het woord ‘politiek’, als term voor de collectieve ordening van de burgergemeenschap politeia, krijgt in deze context een nieuwe betekenis. In Rusland is deze antipolitiek tot grote hoogte ontwikkeld. Al gooit de Turkse leider Erdogan steeds hogere ogen, president Poetin is vooralsnog de succesvolste nationaal-populist ter wereld.

Ook de theorievorming is in Rusland verder dan in het Westen. Zo typeerde de Russische journalist Andrej Archangelski, werkzaam voor het gerenommeerde weekblad Ogonjok, de Kremlinpolitiek onlangs als anti-ethiek. „Anti-ethiek is een semi-officiële regeringsdoctrine geworden. Anti-ethiek is louter gebouwd op het afwijzen van andere waardesystemen”, schreef hij onder meer voor het kennisplatform RaamopRusland. „Haar negativiteit is gebaseerd op het volgende idee: individuen zijn niet in staat voor zichzelf te bepalen wat goed en slecht is. Alleen de regering ziet het grotere plaatje en kan de ethische evaluaties maken”, aldus Archangelski in een treffende omschrijving van de kern van het nationaal-populisme als het eenmaal aan de macht is.

„Om het in één zin samen te vatten: wij hebben altijd gelijk, omdat alle anderen liegen.”

Leiders

Toegegeven, de opmars van deze politiek is al wat langer gaande. Sinds 9/11 verkeert de onideologische aanpak, nauw verbonden met de postindustriële diensteneconomie en het vredesdividend van na de Koude Oorlog, in het defensief. Met beheer van de maatschappelijke orde wint een politicus geen verkiezingen meer. Pragmatische oplossingen zijn geen verhaal. Mensen zijn het verhaal. Anders dan tijdens de culturele omwenteling van een halve eeuw geleden, hebben die mensen echter niet de ambitie om zelf de macht naar zich toe te trekken. Ze delegeren dat aan hun leiders. Geen wonder dat ‘leiderschap’ en ‘helden’ modewoorden zijn.

De middenklassen zijn in het Westen zo langzamerhand wel uitgeëmancipeerd, met als gevolg dat er weinig hoop is op betere tijden en des te meer verlangen naar vroeger tijden. De postindustriële wereld is bovendien vergrijsd en mist daarom jeugdige dynamiek tot verandering. Trump zet zijn kaarten niet voor niets op dat electoraat, de middelbare kiezers die nog net met een spandoek de straat op willen maar te oud zijn voor een langdurig tentenkamp.

Foto Evan Vucci/AP

Trump tijdens een rally in Daytona Beach. Foto Evan Vucci/AP

Maar hun macht is er niet minder om. Elke keer als de kiezers het in een stembusgang voor het zeggen hebben, rekenen ze af met het establishment. De representanten van de liberale democratie zijn weliswaar nog niet vernietigd, maar de volkspartijen uit die hoek doen vaak weinig moeite om zich staande te houden. De Grand Old Party heeft zich dit jaar laten overnemen door Trump. Pas nu het te laat is, beginnen vooraanstaande Republikeinen zich uit de voeten te maken.

Wat zes jaar geleden tijdens de eerste termijn van Viktor Orban in Hongarije nog een perifere uitzondering leek, zou de komende twaalf maanden bij ons normaal kunnen worden. Het Oekraïnereferendum in Nederland was in april slechts een amuse. Zelfs het Brexit-plebisciet in juni was misschien niet meer dan een hors-d’oeuvre. Er staat tot de herfst van 2017 meer op tafel. Het kan een cruciaal jaar worden. Dat jaar begint in november 2016 uiteraard met de Amerikaanse presidentsverkiezingen en eindigt vermoedelijk in september-oktober 2017 met de Bondsdagverkiezingen in Duitsland. Halverwege staan nog de Tweede Kamerverkiezingen in Nederland (maart 2017) en de presidentsverkiezingen in Frankrijk (april/mei 2017) op de rol.

Lees ook dit essay van Caroline de Gruyter: Is dit het einde van de globalisering?

Zwijgende meerderheid

In de herfst van 2017 kan alles min of meer bij het oude zijn gebleven. De zwijgende meerderheid zou haar bekomst kunnen krijgen van achterdocht en wraakgevoelens, omdat die sentimenten geen positief perspectief bieden. Bondskanselier Angela Merkel lijkt daarop te vertrouwen. Na een reeks aanslagen – de laatste vermoedelijk door een Iraanse jongen die zich van zijn zuivere Arische kant wilde laten zien – kwam Merkel eind vorige week van vakantie terug voor een ingelaste persconferentie. Ze toonde zich trouw aan zichzelf en herhaalde het mantra „wir schaffen das”.

Maar kardinale wendingen zijn ook denkbaar. Marine Le Pen als nieuwe Franse president is een reëlere mogelijkheid dan haar vader in 2002. Duitsland zonder bondskanselier Angela Merkel? Het zou Midden-Europa op zijn kop zetten. En als Trump in november wint, is het niet te veel gezegd om te spreken van een paradigmawisseling. Zelfs als Clinton zegeviert, hetgeen hij getuige zijn opmerkingen over fraude in Ohio voor mogelijk houdt, is de antipolitiek niet uitgespeeld. Zeker als er in november een lage opkomst is – niet uitgesloten met de negatieve verkiezingscampagne die niet stimuleert tot ‘get out the vote’ – kan ze verder om zich heen slaan. Door nu reeds te suggereren dat er met de verkiezingen zal worden gesjoemeld, creëert Trump een voedingsbodem om het land verder te splijten.

Dat zou niet alleen Amerika raken. De VS hebben nog altijd een voorbeeldfunctie voor veel meer landen in de westerse burgerlijk democratische wereld en hebben afgelopen halve eeuw ook de Nederlandse politieke cultuur beïnvloed. Ook in Europa wordt de orde beproefd en belegerd.