Amsterdam mag coffeeshops in buurt van scholen sluiten

Veertien coffeeshops hadden een beroep aangetekend tegen dit gemeentelijke besluit. Dat hebben zij vandaag verloren.

Een joint wordt gerold bij coffeeshop The Grass Company in Tilburg. Foto ANP/Piroschka van de Wouw

Coffeeshops in Amsterdam die binnen een straal van 250 meter rondom een school liggen, mogen door de gemeente op doordeweekse dagen overdag gesloten worden. Dat heeft de rechtbank in de hoofdstad vrijdag besloten, meldt persbureau ANP.

De gemeente besloot een aantal jaar geleden dat per 1 januari 2014 de eerste coffeeshops die in de buurt van scholen lagen op schooldagen pas vanaf 18.00 uur open mochten. Ze wilde daarmee jongeren ontmoedigen wiet en hasj te gebruiken. Het betekende dat 26 zaken dicht moesten. Veertien daarvan tekenden beroep aan tegen de beslissing. Dat hoger beroep hebben zij vandaag verloren.

Nog niet meteen dicht

De shops die de zaak verloren, hoeven niet meteen dicht. Zij hebben tot 1 januari de tijd om de deuren te sluiten. De gemeente wil een uitspraak van de Hoge Raad over de landelijke invoering van die wietpas afwachten. Een woordvoerder van burgemeester Eberhard van der Laan liet aan ANP weten dat de gemeente verwacht dat het vonnis binnen enkele maanden naar buiten komt.

De eigenaren van de veertien coffeeshops die beroep aantekenden menen dat de maatregelen die de gemeente oplegt, niet het gewenste effect hebben. Softdrugs verkopen aan minderjarigen mochten zij namelijk toch al niet. Ook vonden ze dat de gemeente ze te weinig tijd geeft om zich aan te passen aan de nieuwe openingstijden. De rechtbank oordeelde dat ze ruim op tijd geïnformeerd waren over het zogeheten afstandscriterium.

Verregaande bevoegdheden

Ook zei de rechtbank dat de gemeente verregaande bevoegdheden heeft op dit gebied. Dit omdat er sprake is van een gedoogbeleid over de verkoop van softdrugs, dat bij wet nog altijd verboden is. Amsterdam is de vierde stad waar het criterium voor coffeeshops geldt. Den Haag, Utrecht en Rotterdam voerden het al eerder in.

Het afstandscriterium werd destijds ingevoerd in Amsterdam, schreef NRC-correspondent Bas Blokker eerder,

“als ‘uitruil’ voor het zogenoemde ingezetenencriterium. Dat kwam van toenmalig minister Opstelten (Veiligheid en Justitie, VVD) en betekende dat alleen inwoners van een gemeente een pas konden krijgen waarmee ze softdrugs mochten kopen.”

Voor Amsterdam was dat een onwerkbaar criterium, aldus Blokker. Onwerkbaar, omdat er jaarlijks miljoenen toeristen naar de hoofdstad komen om onder meer hasj en wiet te gebruiken. In plaats van de wietpas verbond Van der Laan zich daarna in onderhandeling met het ministerie van Veiligheid & Justitie aan het afstandscriterium.