‘Wij waren haar kudde’

Niet de bestemming is het doel maar de reis. Nichon Glerum (31) wandelde met een ezel van Sofia naar Istanbul.

Nichon Glerum: „We hadden van tevoren bedacht dat we in Bulgarije een ezel zouden kopen om de bagage te dragen.” Foto Usame Ari

‘Ezels zijn koppig’, hoorden we steeds. ‘Die zetten geen stap als ze geen zin hebben. Waarom nemen jullie geen pony?’ Maar Jackie was het liefste en makkelijkste ezeltje ter wereld. Ze vond het heerlijk om met ons mee te lopen, wij waren haar kudde. Eten deed ze langs de berm: ze was gek op distels, moerbeien en eikenboompjes. Als we ’s ochtends de tent openritsten, stond ze met haar benen wijd en haar hoofd naar voren naar ons te kijken. Soms kwamen we niet snel genoeg naar haar zin naar buiten en dan begon ze keihard te balken.”

„We wilden een wandeltocht maken langs de Sultan’s Trail, een historische route van Wenen naar Istanbul, die onlangs pas is gemarkeerd. We zouden beginnen in de Bulgaarse hoofdstad Sofia en eindigen in Istanbul. Onderweg wilden we contact leggen met de plaatselijke bevolking door samen muziek te maken en eten te koken, als een soort culinair-culturele uitwisseling. We namen een viool en een poffertjespan mee. Vooraf hadden we ook nog het plan om materiaal te verzamelen voor een reisboek, met lokale recepten en portretten van de mensen die we ontmoetten, maar dat was uiteindelijk te veel. We moesten ook nog lopen.

„Onze rugzakken, waaraan de viool en een zware camera bungelden, waren erg zwaar. Van tevoren hadden we bedacht dat we aan het begin van onze wandeltocht in Bulgarije een ezel zouden kopen om de bagage te dragen, maar dat bleek lastiger dan gedacht. Er liepen wel ezels rond, maar die waren niet te koop. Vaak was er in een dorp maar een keer per week veemarkt en die was dan net geweest als we aankwamen. Pas in Turkije lukte het. In het eerste dorpje over de grens was het raak. We zaten op het terras van een theehuis en vertelden dat we een ezel zochten. Turken zijn een stuk ondernemender dan Bulgaren: in een mum van tijd was iedereen daar aan het bellen, en twee uur later hadden we Jackie. Voor 300 euro konden we haar kopen. De grijns op Svens gezicht toen we onze rugzakken in het houten frame op haar rug legden! De afstand die we aflegden per dag steeg van tien à vijftien kilometer naar twintig of meer.

„Wat ook niet zo eenvoudig bleek, was het gezamenlijk koken met mensen ter plekke. Aan de gastvrijheid van de bevolking lag het niet, we zijn overladen met lekker eten en cadeaus en hartelijkheid. Maar duidelijk maken dat we sámen met hen wilden koken en eten, was lastig. Verschillende keren is het toch gelukt en dan hadden we een geweldige avond. Onze poffertjes vielen meestal goed in de smaak.

„Het verbaasde ons dat we voortdurend werden gewaarschuwd voor de Roma die in dat gebied leven, terwijl wij – toch ook een soort zigeuners op dat moment – allerhartelijkst bejegend werden. De Roma zouden allemaal dieven en criminelen zijn, iedereen was bang voor ze. Juist daarom wilden wij graag met de zigeunerbevolking in contact komen. In de Turkse stad Edirne, bij de grens met Bulgarije, gingen we naar een zigeunerwijk. Op het plein waren mensen aan het dansen, waaronder een klein jochie in een net pak met bankbiljetten op zijn revers gespeld. Het bleek een besnijdenisfeest, hij was het feestvarken. Een muziekgroepje stond te spelen op een krakkemikkig podium. Een van de muzikanten kreeg Svens vioolkist in het oog en riep hem: ‘Hier jij, meespelen!’. We zijn de hele avond gebleven.

„Aan het eind van onze tocht moesten we Jackie verkopen, iets waar we erg tegenop zagen. We wilden haar in elk geval achterlaten bij iemand die goed voor haar zou zorgen, zodat ze niet in de worst zou belanden. Istanbul was ons einddoel, maar daar raak je geen ezel kwijt, dachten we. Daarvoor zouden we de stad uit moeten. Maar op het grote plein voor de Aya Sofia-moskee kwam een man op een scooter aanrijden met een grote zak vogelvoer tussen zijn benen. Hij stopte, gaf Jackie een liefdevolle kus op haar snuit en vroeg: ‘Is ze te koop?’”

Brigit Kooijman