Twee meisjes, twee premières

Theater

Regisseur Alexandra Broeder vroeg Griet Op de Beeck een monoloog voor een kind te schrijven. Het werd ‘Mona’. Over de schade die een mens kan oplopen in zijn jeugd.

Haar mama ‘moest haar soms wel straffen’, zegt de tienjarige Mona. Ze had het er zelf naar gemaakt. Haar moeder deed dat liever ook niet, natuurlijk. ‘Dan werd ze heel verdrietig’, zegt Mona. ‘Maar ja, zij moest iets doen, anders zou het nooit wat worden met mij.’

Het is deze toon van de vroeg-wijze Mona, het hoofdpersonage uit de roman Kom hier dat ik u kus van Griet Op de Beeck, die regisseur Alexandra Broeder meteen greep. Intelligent en introspectief is ze; ze kan al op haar eigen gedrag reflecteren. Tegelijk overheerst nog de kinderlijke naïviteit, die hier extra voelbaar wordt doordat de manipulatie van de moeder door de woorden heen schemert. Het meisje neemt die wrede logica klakkeloos over, ontvankelijk als ze is. Ze rechtvaardigt zelfs het gedrag van de moeder – zoals een kind dat nu eenmaal altijd doet. Alexandra Broeder: „Knap aan de roman, vond ik, is dat je echt een kind hoort praten, en tegelijk als volwassen lezer haarfijn de grotemensenproblemen meekrijgt die in haar leven spelen. Zelf benoemt zij die niet, omdat ze zich er nog niet bewust van is. Maar de lezer kan als het ware al aanvoelen waar ze later voor in therapie moet.”

Broeder is regisseur van veelgeprezen en bekroonde theatervoorstellingen voor volwassenen, gespeeld door kinderen. In Wasteland (2007) ontvoerden kinderen een groep volwassenen. In Nature or Nurture (2010) speelden kinderen volwassenen na, die ze zo een confronterende spiegel voorhielden. In Kind (2011) bleken snoezige kindertjes het kwaad te zijn. Broeder gebruikt de onbevangenheid van kinderen om een griezelige sfeer te creëren. Op de achtergrond van krachtige, ontregelende voorstellingen sluimeren existentiële vragen en angsten, zoals vergankelijkheid en sterfelijkheid, dat je een kind nooit helemaal kent, en het idee dat de mens in wezen slecht is.

Ze wilde altijd al eens een monoloog voor een kind regisseren, zegt Broeder. „Maar niet op de manier waarop ik normaal werk, conceptueel en beeldend, met teksten die deels ontstaan op basis van improvisaties en met input van de kinderen zelf.” De kale theatervorm van een monoloog, gespeeld door één kind, vroeg om de vorm van een echte toneeltekst, zegt ze. „Er moest houvast zijn, context, een basis waar het kind op zou kunnen terugvallen tijdens het spelen. Ik had alleen nog nooit de juiste tekst gevonden. Tot mijn schoonzus me met Kerst het boek van Griet cadeau deed.” Ze mailde Op de Beeck met de vraag of zij een monoloog voor een kind zou willen schrijven. Die deed dat, vanuit Mona, het personage dat Broeder in eerste instantie zo had geraakt.

Terloopse uitspraken

Broeder praat veel met de kinderen die ze regisseert, vertelt ze, en kan dan soms onverwacht getroffen worden door een opmerking over hun thuissituatie, „een terloopse uitspraak, die onbedoeld een grote tragiek in zich draagt.” Daarom wilde ze een voorstelling maken, gespeeld door een kind, over de schade die je kan oplopen in je jeugd. „Maar dat kon niet met biografisch materiaal van de spelers zelf, dat zou te onveilig zijn, en te privé.”

Met de twee tienjarige actrices die elkaar afwisselen in de rol, praat ze nu wel veel over pijn en verdriet in de kindertijd, maar altijd vanuit het perspectief van Mona. „We praten over wat Mona beleeft en voelt. Ik vind het belangrijk dat het voor deze meisjes echt een rol blijft.”

Zeventig meisjes, verbonden aan jeugdtheaterschool Rabarber in Den Haag, deden auditie. Vooraf had Broeder een helder beeld bij Mona: dat van een tikje mollig, donkerharig meisje. Ze castte uiteindelijk twee slanke blondines, Hannah Hentenaar en Ilja van Zanten. „Tijdens de audities ben ik één-op-één-interviews gaan doen, waarbij ik de meisjes van alles vroeg. ‘Wat vind je van de kindertijd, wat vind je van volwassenen? Wat zijn de meest verschrikkelijke dingen in het leven van een tienjarige?’ (Antwoord: broertjes. Ruzie. Oorlog). Uiteindelijk ben ik gevallen voor die meisjes die al het meest in staat waren om woorden te geven aan hun binnenwereld. Zij keken min of meer autonoom naar de wereld om zich heen, en kunnen dat verbaal maken – net als Mona. Dat vind ik haar mooiste kwaliteit.”

Hoewel de meisjes straks de tekst van een personage spelen, streeft Broeder ernaar om ze op toneel ook zichzelf te laten zijn. „Het publiek kijkt naar Mona, maar ziet óók het tienjarige meisje dat de rol speelt. Daarom moeten Hannah en Ilja op het toneel hun eigenheid behouden, vooral in hun fysiek en in hun woordgebruik. Ik heb ze goed bestudeerd, ook tussen de repetities door, en probeer ze typische gebaartjes die ik zag, stopwoordjes of stembuigingen, op het toneel te laten herhalen. Het moet eruitzien alsof het niet geregisseerd is.”

Ze maakte de regie op maat, op het betreffende meisje. Maar omdat het er twee zijn, en ook nog eens heel verschillend, zijn het in feite ook twee regies. „Toen ze een keer bij elkaar kwamen kijken, schrokken ze, omdat het zo anders was.” Het verschil tussen de meisjes is het mooiste én het moeilijkste aan het maakproces. „Ik probeer niet te vergelijken, maar steeds te kijken: wat maakt dit meisje uniek, waar ligt háár kracht?” De twee voorstellingen zijn straks echt anders, zegt Broeder. Hoe ze dan kiest wie de première speelt? „Niet. We hebben twee premières.”

Het tiende levensjaar

De regisseur heeft zelf geen kinderen, maar houdt zich in haar werk structureel bezig met de spanning tussen de kindertijd en het volwassen leven. Vooral de periode rond het tiende levensjaar raakt haar, zegt ze. „Daar heb ik het laatst nog met mijn moeder over gehad, waarom nu juist die fase mij zo fascineert, hoe dat te verklaren zou kunnen zijn vanuit mijn eigen biografie. Wat ik in Mona herken is een gevoeligheid voor de omgeving. Anders dan zij, kon ik gelukkig wel zijn wie ik was. Dat is zo tragisch aan Mona, dat ze zich steeds maar probeert aan te passen en lief voor iedereen probeert te zijn. Dat herken ik niet, gelukkig.”

Niet dat haar gezinssituatie als kind nu zo harmonieus was, lacht ze. „Ik was alleen met mijn moeder. Mijn vader heeft haar verlaten toen ze zwanger was van mij. Als kind heb ik altijd veel verantwoordelijkheid gevoeld voor haar, voor haar geluk en gemoedstoestand; ook dat herken ik bij Mona. Mijn vader speelde lang geen rol in mijn leven. Ik herinner me dat wij hem een keer onverwacht tegenkwamen, toen ik negen of tien was, en dat ik natuurlijk de spanning tussen hen haarfijn aanvoelde. Ze was er altijd open over geweest, maar die confrontatie had grote impact. Daarna had ik een periode dat ik veel wegliep. Dan schreef ik mijn moeder een briefje: ‘Kom me niet zoeken, je bent beter af zonder mij.’ Alsof ik wilde testen of zij me óók zomaar zou verlaten, zoals hij had gedaan. We hebben nu een goede band hoor, trouwens.”

Ze hoopt dat de voorstelling de anekdote over Mona overstijgt en in essentie gaat over ieder tienjarig meisje of, bij volwassen toeschouwers, over hun eigen jeugd. „De thematiek is tegelijk specifiek en universeel: dat je het als kind goed probeert te doen, lief wilt zijn voor de getroebleerde volwassenen om je heen, je schuldig voelt om hun verdriet. Dat is, denk ik, heel herkenbaar.”

‘Papa heeft mij nodig, omdat ik sterk ben’, zegt Mona.

En ook: ‘Niemand vindt huilende kinderen leuk, dat zei mijn mama altijd.’

De voorstelling Mona is een nieuwe stap in haar oeuvre, denkt Broeder. Niet alleen omdat de vorm zo wezenlijk anders is, maar vooral ook door de inhoud. „Hiervoor was mijn werk duisterder. In mijn voorstellingen werden de volwassenen vaak scherp veroordeeld door de kinderen. Het werk van Griet heeft veel meer compassie met de mens. Het toont aan de ene kant hoe pijnlijk familierelaties zijn, hoezeer we elkaar beschadigen, maar tegelijk is het hoopvol: een opdracht om toch vooral te durven leven. Het is én keihard én een liefdesbrief aan het leven.”

Dat raakte bij haar een snaar, omdat er kennelijk iets is veranderd in hoe ze in het leven staat, zegt Broeder. „Ik was altijd wat kritisch en zwartgallig. Ik bleef op afstand, observeerde en oordeelde. Het is best eng om ja te zeggen tegen het leven. Compassie voelen, de hoop durven toelaten, dat is heel kwetsbaar. Maar ook heel fijn.”

Première Mona op Festival Boulevard op 4 en 5 augustus. Zie: festivalboulevard.nl. Speellijst: ntjong.nl