Straks is het echte Friesland verdwenen

Landschapspijn In Friesland woedt een felle discussie over de teloorgang van het weideland. Een burgerinitiatief wil de biodiversiteit terugbrengen in het boerenland. „Er groeit niks, behalve raaigras.”

Raaigrasland in Achlum, bij Harlingen. Foto Catrinus van der Veen

Het Friese landschap verdwijnt. Of althans, het authentieke boerenland vol weidevogels, insecten en kruiden. Dat landschap maakt de afgelopen decennia langzaam plaats voor monotoon gras.

De Engelse ‘bijenprofessor’ Dave Goulson, die onlangs een lezing gaf in Leeuwarden, spreekt van een groene woestijn, waaruit al het leven verdwenen is. Hij noemt het boerenland „silent”. Geen insecten, geen bloemen, steeds minder weidevogels.

In Friesland woedt momenteel een felle discussie over de teloorgang van het weideland. De vraag die gesteld wordt: van wie is het landschap? Van de boeren, of van de burgers?

De Friese boeren produceren voor de wereldmarkt, maar dat gaat ten koste van de biodiversiteit en een gezond ecosysteem, vindt de Friese trekvogelbioloog Theunis Piersma. Door kunstmest en bestrijdingsmiddelen wordt de bodem vergiftigd. Dat leidt tot minder bloemen en kruiden. „En dat betekent minder insecten en minder voedsel voor de weidevogels.”

Zowel Goulson als Piersma voelt landschapspijn. Beiden werden vorig jaar met elkaar in contact gebracht door journalist/columnist Jantien de Boer van de Leeuwarder Courant. In een onlangs gepubliceerd persoonlijk verhaal in haar krant beschreef ze het verdriet dat ze voelt als ze naar het verindustrialiseerde Friese landschap kijkt.

Brood op de plank

Haar artikel riep herkenning op bij veel Friezen, maar lokte ook felle reacties uit van veehouders. Die voelden zich aangevallen. Ze werken keihard voor lage melkprijzen en krijgen nog eens de schuld van het verdwijnen van het kleur- en kruidenrijke boerenland, zeggen ze.

Volgens Klaas Sietse Spoelstra van Kening fan ’e Greide – een burgerinitiatief van bezorgde burgers, boeren, wetenschappers en natuurliefhebbers, opgericht in 2012 met als doel de biodiversiteit in het boerenland terug te brengen – helpt het niet boeren de schuld te geven. „Zij zitten in het systeem opgesloten.” Ze moeten immers blijven produceren om brood op de plank te houden en zitten klem tussen wetten en regels. Er moet gezamenlijk een oplossing worden gezocht waarbij een gezond, renderend bedrijf en biodiversiteit samengaan, vindt hij.

Eind vorig jaar is daartoe een Living Lab opgericht, een netwerk van boeren, overheden, kennisinstellingen, natuurorganisaties en burgers, die nieuwe verdienmodellen zoeken voor boeren die „weidevogelvriendelijk” willen boeren.

Bekijk ook de fotoserie: Landschapspijn

Catrinus van der Veen

Catrinus van der Veen

Misplaatste romantiek

In de keuken van hun kop-hals-rompboerderij zitten boerin Coba (53) en haar man Jochum (53) de Vries. Rondom groene weilanden, waar af en toe een zwaluw overheen scheert. Ze zijn de vierde generatie die boert op de pachtboerderij in Wieuwert, tussen Leeuwarden en Sneek. Ze hebben 110 koeien op 68 hectare. En ja, zegt Coba de Vries, ze beseft dat het landschap de afgelopen dertig jaar veranderd is.

Maar de grote, groene raaigrasvelden ziet zij vooral als een ontwikkeling die de boerenbedrijven de afgelopen decennia doormaakten. Een verlangen naar kleurige weilanden van vroeger vindt ze misplaatste romantiek. „We zitten nu ook niet meer achter een typemachine. Stilstand is achteruitgang. Je wilt vooruit, net als iedereen.”

Hoewel, wat heet vooruit? In de jaren tachtig, toen ze de pleats overnamen van Jochums vader, kregen ze meer dan 80 cent voor een liter melk, zo’n 35 eurocent. Nu is dat nog maar 25 eurocent. Burgers zouden zich meer moeten verdiepen in de bedrijfsvoering van veehouders in plaats van allerlei ongenuanceerde oneliners de wereld in te slingeren, meent ze. Haar man Jochum geniet van „mooi raaigras”. „Als ik het zie, denk ik: dat land produceert. Gras is inkomen.”

Van wie is het landschap? „Van ons”, zegt hij direct. „Wij hebben er voor betaald.” Maar is het landschap niet van alle Friezen? De Vries: „Mensen vergeten dat het onze boterham is. Wij produceren voedsel. En veel consumenten willen niet extra betalen voor bijvoorbeeld weidemelk van koeien die buiten staan.”

„Industrielandschap”, is het korte oordeel van boerenzoon en agrarisch socioloog Andries van Weperen (68) uit Leeuwarden, als hij naar de vlakke, groene weilanden tuurt. „Er groeit niks, behalve raaigras.”

In Haule is hij terug op de plek van het landschap van zijn jeugd. Hier bezaten zijn opa en later zijn vader in de jaren vijftig en zestig 24 hectare land. „Het was een gemengd bedrijf. We hadden koeien, en verbouwden ook haver, rogge, aardappelen en voederbieten. Mijn vader had een vaste arbeider en ze molken met de hand.”

Catrinus van der Veen

Catrinus van der Veen

Een zee van kleur en geluid

Een verweerd asfaltweggetje voert door het weiland. In de verte, op de grens van zand en veen, loopt het riviertje de Tjonger. „Dit was vroeger een zandpad, waar mijn vader met paard en wagen reed”, herinnert hij zich. „En uit die hulstboom haalden we de duivennesten leeg.”

Hoe het landschap eruitzag toen? „Prachtig”, roept hij uit. „Er groeide hier van alles, het was een zee van kleur en geluid. Doordat de bodem vochtig was door de hoge waterstand, bloeiden er veel boter- en dotterbloemen, paardenbloemen, maar ook klaver, ridderzuring en distels. Je hoorde eksters en grutto’s, kemphanen en leeuweriken. Ook struinden er patrijzen en fazanten rond. Die leefden van het graan dat op de akkers achterbleef.” Zijn ogen worden nat. Hij beseft dat het nostalgie is. „Het woord landschapspijn is goed gekozen. Dat voel ik ook.”

Hij somt op: de productie van voedsel tegen een lage kostprijs, de mechanisatie, automatisering, het Europese landbouwbeleid met ruilverkaveling en marktbescherming – het leidde tot goedkoop voedsel waar de consument om vroeg. Daarom veroordeelt hij de boeren niet, al vindt hij dat ze moeten stoppen met hun verhaal dat ze „vreselijk nodig zijn om de wereld te voeden”.

„Je moet produceren waar landbouwgrond goedkoop is, zoals bijvoorbeeld in Oekraïne.” Van Weperen vindt dat zeker een kwart van Friesland alleen uit natuurlijke landbouw zou moeten bestaan. „De consument wil best een paar centen meer betalen voor biologische melk. En de boer krijgt dan een goede prijs voor zijn product.”

Van wie is het land? „Van ons allemaal”, antwoordt hij. „Ik geloof niet in een scheiding van boer en burger. De burger heeft belang bij de instandhouding van een leefbare wereld. De boeren zijn ook maar rentmeesters. Ze moeten niet denken dat ze Jezus zijn.”