Smetten zijn er – en toch kunnen ook dit keer de Olympische Spelen een feest worden

Hoe zou Pierre de Coubertin anno 2016 naar ‘zijn’ Olympische Spelen kijken? Waarschijnlijk met een mengeling van trots en weerzin. Trots omdat de moderne Spelen, waarvan de Franse pedagoog de grondlegger is, zijn uitgegroeid tot een vierjaarlijks mega-evenement dat gedurende twee weken de wereld beheerst. Weerzin omdat zijn ideaal van een eerlijk en waarachtig toernooi en morele zuiverheid van de deelnemers besmeurd is door de dopingpraktijken in Rusland.

Voor De Coubertin was niet de triomf het belangrijkste in het leven, maar de strijd. Meedoen is belangrijker dan winnen, was de kern van zijn idealisme. Maar zijn ‘feest voor de mensheid’ is uitgegroeid tot bij uitstek een festival van de overwinning. In de jacht op medailles en internationaal prestige zijn eerlijkheid en gezonde wedijver – de kernwaarden van de Spelen – onder druk komen te staan. Het Internationaal Olympisch Comité staat er onthand tegenover en verkiest Realpolitik boven ethiek: uitsluiting van Rusland zou een ‘nucleaire optie’ zijn, met onverantwoord veel schade. De belangen van een evenement met meer dan tienduizend sporters en miljarden aan tv-rechten en sponsorgelden zijn immers immens.

Dus geen feestje voor de mensheid in Rio de Janeiro? De Russische dopingaffaire heeft vooraf de stemming zeker bedorven, maar dat is in de historie van de Spelen eerder gebeurd door politieke boycots en malversaties. Ook de organisatorische en financiële problemen in Brazilië hangen als een schaduw boven de stadions. Dat is niet nieuw; de Spelen zijn uitgegroeid tot een mondiale moloch waaraan organiserende landen door de enorme investeringen in infrastructuur, sportfaciliteiten en veiligheid zich dreigen te vertillen. Zo ook Brazilië dat het evenement zeven jaar geleden als eerste Zuid-Amerikaanse land binnenhaalde. De verkiezing moest een bevestiging worden van Brazilië als opkomende grootmacht, maar de economie stond er toen florissanter voor. Voor de staat Rio de Janeiro geldt inmiddels de financiële noodtoestand.

Na alle zorgelijke ontwikkelingen is er vrijdagnacht met de officiële opening van de 28ste Zomerspelen even een verlossing: vanaf dan gaat het twee weken weer over sport en verdwijnen de dissonanten even uit de arena. Een sportfeestje voor de wereld kan het zeker worden; de duizenden sporters zullen in meerderheid in eerlijke competitie hun limieten opzoeken in sporten die juist tijdens de Spelen gloriëren: atletiek, turnen, zwemmen, judo. Juist het explosieve karakter van veel nummers geeft het toernooi een hoge amusementswaarde.

Nederland gaat met de grootste delegatie in de historie naar Rio. Daarmee wordt nog eens bevestigd hoe sterk de sport zich hier in de breedte heeft ontwikkeld. Ondanks de individualisering zijn nog altijd vijf miljoen mensen lid van een sportvereniging in Nederland. De besten strijden in Rio om de medailles. Er zijn zeker kansen op een royale medaille-oogst. Zolang de sporters ook van het meedoen genieten, zou Pierre de Coubertin daar nu geen bezwaar tegen hebben.

    • Harry Meijer