Pokémonspelers, geef toe: jullie willen wel stoppen, maar het lukt niet

Opinie Pokémon Go is een heerlijke game voor als het je in het echte leven aan doelen en waardering ontbreekt. Maar al snel geef je geld uit aan digitale foefjes om snel met dat geestdodende telefoonspel klaar te zijn, schrijft Walt van der Linden.

Gamers komen samen op de Grote Markt in Haarlem om Pokémon te vangen. Foto: Remko de Waal/ANP

Op 16 juli om 12 uur ‘s middags komt Pokémon Go in ons land beschikbaar en een half uur later sta ik al stil langs het fietspad, waar zojuist een Seel is verschenen. Dat is ook andere fietsers niet ontgaan. Na de vangst kijk ik een van hen even aan, hij lacht en haalt verontschuldigend de schouders op, ik grijns. Twee volwassen mannen op jacht naar een digitale zeehond, wat een wereld.

In de smartphonegame Pokémon Go ga je in je eigen omgeving op zoek naar digitale monsters. Naast een handvol incidenten, variërend van vervelend (spelers worden ‘s nachts overvallen) tot tamelijk grappig (spelende automobilist ramt politieauto) worden de positieve kanten van Pokémon Go uitvoerig geprezen. Spelers maken contact, verkennen hun stad en vooral: komen van hun luie reet. Dat de game hyperverslavend is, waardoor volksstammen jongvolwassenen dag in dag uit routinematig dezelfde geestdodende handelingen verrichten en die zelfopgelegde dwangarbeid verlichten door er bakken met geld in te pompen – daar hoor je eigenlijk niemand over.

Als game heeft Go minder inhoud dan boter, kaas en eieren. Wie een Pokémon tegenkomt, gooit er een balletje heen. Dat vereist een minimum aan vaardigheid. Tijdens een battle heb je hopelijk de tegenwoordigheid van geest om een elektriciteits-Pokémon in te zetten tegen een water-Pokémon. Verder is vooral de investering van tijd en geld belangrijk. Tien miljoen dollar per dag zou ontwikkelaar Niantic binnenharken met de verkoop van virtuele items. Wierook om Pokémon te lokken, incubators om eieren uit te broeden. Aan de gameplay voegen ze niets toe, ze versnellen alleen het proces. Zo leuk is de game dat spelers een fortuin uitgeven om er maar zo snel mogelijk mee klaar te zijn.

Zo rudimentair als de gameplay is, zo verfijnd het gebruik van psychologische trucs om tijd en geld af te troggelen. ‘Prestaties’ worden steeds beloond, met badges, nieuwe Pokémon, hogere levels. Aanmoedigingen. Congratulations! You levelled up! Uiteraard hebben die een grote aantrekkingskracht op mensen aan wie het in de echte wereld aan doelen of waardering ontbreekt. En omdat we iets waardevoller vinden naarmate we er meer in hebben geïnvesteerd, zal je na zeventig kilometer lopen en vijftig euro aan incubators niet snel besluiten dat het zo wel mooi is geweest. Zo gaat plezier geleidelijk over in een vermoeiend karwei.

Geen spoortje ironie

Voorbeelden van de treurigheid waarmee dat gepaard gaat zijn overal. Achter station Almere-Muziekwijk ligt het Muzenpark, een rechthoekig grasveld omringt door een pad met bomen en bankjes ernaast. Sinds twee weken heeft het één opvallende eigenschap: elke twintig meter is er een Pokéstop, waar spelers items kunnen verzamelen. En dus sloft er op een zonnige zomerdag in beide richtingen een horde zombies. Naar de schoenen staren, elke paar meter stilhouden. Ik ga een half uur op het gras liggen en zie sommigen vijf keer langskomen. Of neem deze conversatie tussen twee mannen, veertigers, opgevangen op dezelfde plek: „Suus zit nu in Central Park te vangen hè, met die GPS-spoofer. Roept ze de hele tijd: die had ik nog niet.” De ander: „Ik hoop dat ze geband wordt, dat luie varken.” Geen spoortje ironie. Het duo heeft er oprecht de smoor in omdat Suus via vals spel sneller de verzameling compleet zal hebben. En dus eerder van die helse game zal zijn verlost.

Hoewel gameverslaving nog weinig erkenning krijgt, zou volgens onderzoek van Iowa State University 1 op de 10 Amerikaanse gamers er tekenen van vertonen. Voor anekdotisch bewijs hoef je de krant maar open te slaan. Vorige week ramde een man met zijn auto het kantoor van gameontwikkelaar Nexon. Hun spelletjes zouden zijn leven hebben verwoest.

Ash Ketchum, held van de Pokémon-cartoon, is één brok Japanse zelfdiscipline. Glunderend dreunt hij doorlopend alle bizarre verplichtingen op die hij zichzelf heeft aangepraat. Ash moet Pokémaster worden, de league winnen, en vooral: alle Pokémon verzamelen. Gotta catch ‘em all. Gotta be the very best, the greastest of them all. Maar veertien seizoenen later verliest hij nog steeds al zijn battles, want Ash is een kneus en progressie zou het uitmelken van de franchise maar in de weg staan. En zo is het ook met Pokémon Go: Niantic stopt er straks simpelweg nóg 300 van die beestjes in. Er moet immers virtuele wierook worden verkocht.

Gelukkig is er nu een excuus om te nokken. De eerste Nederlander met een complete verzameling 3D-gerenderde monstertjes is inmiddels opgestaan; jij bent straks toch een beetje de vinder van het tweede kievitsei. Dus vraag jezelf eens af: vind ik dit nog leuk? Kun je Pokémon Go twee dagen wegleggen zonder te denken aan de Bulbasaur naast de bibliotheek, of de benodigde candies voor de evolutie van je Polliwag? Luidt het antwoord op één van deze vragen ‘nee’, ga dan iets nuttigs doen, of iets leuks. Kijk of je kunt helpen bij de plaatselijke voedselbank, of help je moeder met het bakken van een taart. Na level 27 wacht slechts level 28. Wees niet zo’n eikel als Ash.