Ook Fugro ontkomt niet aan gevolgen van de lage olieprijs

Halfjaarcijfers

Doordat oliemaatschappijen investeringen schrappen en projecten afblazen, schrijft bodemonderzoeker Fugro opnieuw rode cijfers.

De lage olieprijs blijft voor forse verliezen zorgen bij bodemonderzoeker Fugro. Het bedrijf maakte donderdagochtend bekend dat het in de eerste zes maanden van 2016 een nettoverlies van 202 miljoen euro heeft geleden, tegen 9.9 miljoen in dezelfde periode een jaar eerder. De omzet daalde met 27 procent naar 904 miljoen.

Veel klanten van Fugro in de olie- en gasindustrie schorten hun investeringen op, verklaarde bestuursvoorzitter Paul van Riel. „Daarbij komt dat de concurrentie groot is en de prijzen sterk onder druk staan.”

Om kosten te besparen zal Fugro dit jaar ten minste 1.000 banen schrappen. In het eerste halfjaar werden al bijna 600 werknemers naar huis gestuurd. Door de crisis in de olie-industrie raakten vorig jaar 1.500 werknemers hun baan bij de bodemonderzoeker kwijt. Bij de onderdelen die het meest zijn blootgesteld aan de olie- en gasmarkt is inmiddels een op de drie banen geschrapt.

Fugro probeert al enige tijd de divisie Subsea te verkopen. Van Riel maakte donderdag bekend dat het onderdeel Subsea Asia Pacific nu voor 14 miljoen euro wordt verkocht aan Shelf Subsea waarin Fugro een belang krijgt van 25 procent. Bijna 300 werknemers van Fugro kunnen bij Shelf Subsea aan de slag.

Volgens Van Riel is het moment waarop oliemaatschappijen weer gaan investeren niet ver weg. Omdat iedereen in de industrie fors heeft gesneden en de efficiëntie heeft verhoogd, zijn investeringen bij lagere olieprijzen rendabel geworden. Ook zullen vraag en aanbod naar verwachting volgend jaar weer een evenwicht bereiken. „Maar het is onzeker wanneer dit voor ons bedrijf weer tot een positief resultaat zal leiden”, waarschuwde van Riel.

Fugro had in 2015 een omzet van 2,3 miljard euro en 12.000 werknemers.