Licht, liefde

Van De Vos (13)

Elke eeuw krijgt de Reynaert die ze verdient. Vandaar dat A.H.J. Dautzenberg in dit feuilleton met zijn 21ste-eeuwse versie van ‘Van Den Vos Reynaerde’ komt.

Illustratie Cyprian Koscielniak

En zo naderen we het einde van het verhaal. Al met al een behoorlijk enerverend avontuur. Maar hoe zal het aflopen? Een deel van u hoopt natuurlijk op een happy end. De pessimisten onder u willen een dystopisch slot, om zo hun eigen leven nog enige glans te geven. Ik zal beide kampen bedienen. U kunt dus kiezen.

Eerst zijn de realisten en zwartkijkers aan de beurt.

De Leeuw en De Vos naderen de Wildernis. Ze zijn opgewonden over de plannen. Malpertuis zal transparant worden. Glazen wanden, licht, vrede. Een tempel van liefde. De Leeuw pakt de hand van De Vos en knijpt er stevig in. Samen zullen zij het land bevrijden van de angst. De Vos kan zijn enthousiasme nauwelijks bedwingen.

Wanneer ze het bos naderen, duiken opeens de rode ogen weer op. De Vos ziet ze nu ook. Ze lijken zich te vermenigvuldigen. „Het zijn de vreemde invloeden”, zegt De Leeuw en hij klampt zich vast aan De Vos. „Snel, volg mij.” De Vos trekt De Leeuw met zich mee, even verderop staat een openbaar kunstwerk waarachter ze zich kunnen verschuilen. „Hier zijn we veilig”, fluistert De Vos.

Voorzichtig kijkt De Vos om het hoekje van het kunstwerk. Hij ziet hoe het loof openbreekt en… De Das treedt uit het duister tevoorschijn. Hij houdt iemand onder schot. Maar dat is… dat is zijn jongste zoontje! De Das heeft zijn zoontje te pakken! Hij drukt de loop van een pistool tegen zijn hoofd!

De Vos wil opstaan, maar De Leeuw houdt hem tegen en wijst geschrokken naar een glasscherf in het kunstwerk. De Vos kijkt en ziet hun spiegelbeeld. Vier rode ogen. Vier angstige rode ogen.

En dan nu een happy ending, voor de positivo’s.

De Leeuw en De Vos naderen de Wildernis. Ze zijn opgewonden over de plannen. Malpertuis zal transparant worden. Glazen wanden, licht, vrede. Een tempel van liefde. De Leeuw pakt de hand van De Vos en knijpt er stevig in. Samen zullen zij het land bevrijden van de angst. De Vos kan zijn enthousiasme nauwelijks bedwingen.

Het bos ziet er uitnodigend uit, de schemer geeft de bomen een vriendelijk gezicht. Hand in hand lopen de twee over het zanderige bospad richting Malpertuis. Bij een beekje blijven ze even staan. De Vos bukt en wast zijn gezicht met het zachte water. De Leeuw gaat op zijn knieën achter hem zitten en masseert de schouders van De Vos. Die draait zich om en stelt voor om te gaan zwemmen. De Leeuw houdt zich niet langer in en kust De Vos op zijn mond. Met zijn tong streelt hij de lippen van De Vos.

Het water is heerlijk. De Leeuw klimt op de rug van De Vos en laat zich voorover vallen. Ze hebben plezier, ze zijn blij dat ze elkaar hebben gevonden. Samen zullen ze het land regeren, de Stad en de Wildernis zullen één worden, samensmelten tot een waar paradijs.

Om hun plannen te bekrachtigen laten ze het zaad uit hun lendenen vloeien.

De Vos kijkt ons liefdevol aan.