De Shakespeare- bijbel van Robbeneiland

©

Sonny Venkatrathnam werd in 1972 gevangen gezet op Robbeneiland. Bij aankomst vroeg hij om een paar boeken. Hij mocht er één en koos voor Het verzameld werk van Shakespeare, omdat hij daar een tijdje mee vooruit kon. Het boek, dat beplakt werd met Hinduplaatjes, zodat het altijd zou zijn terug te vinden, ging rond bij alle gevangenen en kreeg de bijnaam ‘De Bijbel van Robbeneiland’. Mandela mocht het boek ook lenen en plaatste zijn naam bij een passage uit Julius Caesar: ‘De lafaard sterft al meermaals vóór zijn dood; de dappere proeft de dood nooit meer dan eens.’

Het is een van de vele anekdotes die Neil MacGregor, oud-directeur van het British Museum, opdist in zijn mooi uitgegeven boek Shakespeare’s Rusteloze wereld. Aan de hand van twintig voorwerpen vertelt hij over achtergronden bij de toneelstukken van de Engelse bard. Fraai is het verhaal over een vork die gevonden is waar het Rose Theatre stond. Een zekere A.N. moet de trotse bezitter zijn geweest: een rijker iemand, maar ook een snob. Vorken werden in Shakespeare’s tijd namelijk als Italiaanse duurdoenerij gezien. MacGregor legt uit wat er gegeten en gedronken werd tijdens zo’n voorstelling: de armen kochten ter plekke oesters en bestelden bier. De rijken namen hun eigen eten mee en soms een vork.

En zo wemelt het van de verhalen, soms leuk, soms wat langdradig, over een rapier, een dolk of heksenvervolging. MacGregor grijpt alles aan om te tonen dat de tijd van Shakespeare gewelddadig en rusteloos was (een kinderloze koningin, Europese machtsstrijd, etc.).

MacGregors voorbeelden lijken een beetje op twee gedachten te hinken: de ene keer gaat het om een duidelijk voorwerp, de andere keer om een bron of een visie op de wereld die in die tijd gangbaar was en ook bij Shakespeare is terug te vinden. Dat een toneelschrijver voor een breed publiek gebruik maakt van de werkelijkheid is nu toch ook weer niet zo verbazingwekkend.

Vaak loopt dat ook uit in merkwaardige veronderstellingen. Bij een van de koningsdrama’s merkt MacGregor op: ‘Niemand die na het zien van een koningsstuk van Shakespeare denkt dat het leven aan de top gemakkelijk is.’ Wat moet je met zo’n mededeling? Zou iemand dat ooit gedacht hebben? ‘Wat een onsmakelijke bende,’ is dan nog een voor de hand liggender idee.