De Romanovs als geile soap

Simon Sebag Montefiore

De Britse historicus, auteur van bestsellers, schreef een geschiedenis van drie eeuwen Romanovs op de troon. Wreedheden en seks voeren de boventoon.

Tsaar Alexander II (op linkerstoel), die in 1861 de lijfeigenschap afschafte. Achter de middelste stoel zijn oudste zoon, de latere Alexander III, die cognac dronk uit zijn laars. Foto Fine Art Images/Heritage Images/Getty Images / Portretfoto’s Wikepedia

Monty Python en Blackadder in Rusland. Dat gevoel bekroop me na het lezen van driekwart van De Romanovs, Simon Sebag Montefiores geschiedenis van de dynastie die tussen 1613 en 1917 op de Russische troon zat. Geschiedschrijving als Britse kostschoolhumor dus, met een voorkeur voor seks in vele variaties, dwergwerpen voor edelen van beide geslachten en absurdistische wreedheden, zoals vierendelen, onthoofden, radbraken, anaal spietsen, vermorzelen tot er, op wat hersenslierten na, niets meer van het slachtoffer resteert.

En dan is er die badinerende toon van de auteur over al zijn als ‘personages’ opgevoerde tsaren, tsarina’s, grootvorsten, graven, generaals, ministers, minnaars en minnaressen, vaak voorzien van bijnamen als de Schorpioen, de Schrik, de Windbuil, de Schram, de Kolos, de Tijgerin. Opgeteld bij het feit dat de Brit bijna nergens ingaat op essentiële gebeurtenissen, zoals de stichting van Sint-Petersburg door Peter de Grote, de uitbreiding van het keizerrijk door Catharina de Grote, de door Nicolaas I neergeslagen Dekabristenopstand, of de afschaffing van de lijfeigenschap door Alexander II, leidt het ertoe dat je veel hoofdrolspelers in dit relaas nauwelijks serieus kunt nemen.

De Romanovs haalt het niveau van Sebag Montefiores tweedelige Stalin-biografie en zijn bekroonde Catherine the Great & Potemkin bij lange na niet. Al zorgt de door hem opgedoken erotische briefwisseling tussen tsaar Alexander II (1855-1881) en zijn maîtresse Katja Dolgoroekaja (de Odalisk) voor vermakelijke passages. Maar ook hier ontstaat in plaats van een visie op een tsaar die uit behoud van de monarchie de lijfeigenschap afschafte en liberale hervormingen wilde doorvoeren, eerder een beeld van een oversekste monarch die zijn minnares voorafgaand aan het familiale ontbijt op zijn werktafel nam.

Ballerina

Alleen in de laatste tweehonderd bladzijden, die de heerschappij van Nicolaas II (1894-1917) beslaan, lijkt Sebag Montefiore te zijn bekomen van zijn door erotiek en wreedheden aangewakkerde opwinding. Ongetwijfeld komt dat doordat Nicolaas zijn maîtresse, de ballerina Matilda Ksjessinskaja, aan de kant zette toen hij zich verloofde met Alix von Hessen-Darmstadt. In de armen van deze hysterische Duitse prinses was hij behalve een ideale echtgenoot, ook een belabberde tsaar, die zich in plaats van met andere vrouwen het liefst vermaakte met verstoppertje spelen.

In deze hoofdstukken toont Sebag Montefiore zijn kwaliteiten als historicus en zet hij een tsaar neer die niet wist hoe hij moest regeren en zich liet beïnvloeden door de verkeerde personen. Ook harkt de Brit hier het recentste onderzoek naar de laatste Romanovs bijeen en maakt hij er een spannend drama van, dat hij aankondigt in een ronduit meesterlijke proloog. Het is een kunst die Sebag Montefiore als weinig andere populaire historici beheerst: ‘Het verhaal van de dynastie begint en eindigt met twee fragiele, onschuldige en ziekelijke tieners. Beide jongens waren erfgenaam van een politieke familie en als zodanig voorbestemd als autocraat over Rusland te heersen, beiden groeiden op in tijden van revolutie, oorlog en bloedvergieten.’

Vervolgens haalt hij Aleksej, de 13-jarige, aan hemofilie lijdende zoon van Nicolaas II, uit de kast. Op een nacht in juli 1918 wordt het jongetje, dat samen met zijn ouders en zussen door de bolsjewieken gevangen wordt gehouden in het Ipatjev-huis in Jekaterinburg, gewekt met de mededeling dat het tsarengezin naar veiliger oorden zal worden overgebracht. Daartegenover zet hij de 16-jarige, fysiek zwakke Michaël Romanov, die in 1613 samen met zijn moeder gevangen zit in het Ipatjev-klooster in de halfverwoeste stad Kostroma. Ook hij wordt ’s nachts gewekt, maar dan met de mededeling dat er een delegatie is gearriveerd. Bevend van angst en niet wetende wat hen te wachten staat, gaan beiden hun lot tegemoet. Michaël stuit buiten op een processie van Moskouse vorsten en bisschoppen die hem de troon aanbieden, Aleksej wordt met zijn familie naar een kelder gebracht, waar een executiepeloton hen opwacht.

Terugbladerend vanaf de ondergang van Nicolaas II, beland je bij diens vader Alexander III (de Kolos), die in 1881, na de moord op zíjn vader, de liberale Alexander II, met harde hand regeerde. Ook hij is een trouwe echtgenoot en een liefhebbend gezinshoofd, maar Sebag Montefiore maakt hem ronduit belachelijk door hem in zijn vrije tijd als een ongeremde drinkeboer neer te zetten, die uit een geheime ruimte in zijn laarzen stiekem cognac drinkt. Bezopen op de grond liggend, probeert de tsaar met zijn armen en benen zwaaiend passerende hovelingen pootje te lichten.

'Politieman van Europa'

Behalve Nicolaas II geeft Sebag Montefiore ook diens overgrootvader Nicolaas I (1825-1855) enige diepgang. Van de ‘politieman van Europa’, die in het nabije buitenland revoluties de kop indrukte, krijg je zelfs een veel menselijker beeld dan je gewend bent. In plaats van een arrogante tiran beschrijft Sebag Montefiore hem als een scherpzinnig heerser, die het beleid tot in de kleinste details bepaalde. Nicolaas I beschouwde het hele leven als dienstplicht. Zijn ministers waren voor hem niet meer dan officieren die bevelen hadden op te volgen. Het feit dat deze tsaar zich als privé-censor over de opstandige dichter Aleksandr Poesjkin ontfermde, pleit voor hem.

Hoe graag had ik dergelijke scherpzinnige opmerkingen ook over Peter de Grote (1682-1725) gelezen, die er in De Romanovs, net als de geniale tsarina Catherina de Grote (1762-1796), bekaaid vanaf komt en meer weg heeft van een bloeddorstige ‘keizer wodka’ dan van een visionair die zijn land moderniseerde en het een Europese hoofdstad, Sint-Petersburg, bezorgde. Weliswaar werd die stad op de botten van honderdduizenden slaven gebouwd, maar het resultaat was er niet minder om. Bij Sebag Montefiore lijkt Peter echter vooral aan een permanente orgie deel te nemen, georganiseerd door de Allerzotste Allerjoligste Stomdronken Synode, een door hem opgericht eetgezelschap dat deels Rusland regeerde en waar aartsdiakens Pik-Erin en Pik-Achterna fallische worsten lieten ronddragen.

Slechts een enkele keer wordt Peter in De Romanovs raak getypeerd. Wanneer bijvoorbeeld uitkomt dat een van zijn vroegere maîtresses, Mary Hamilton, juwelen heeft gestolen van haar opvolgster in het keizerlijke liefdesnest en ze tijdens haar foltering bekent drie van haar eigen baby’s te hebben omgebracht, laat de tsaar haar ter dood veroordelen. En dan lees je: ‘Mary zag er op 14 maart 1719 prachtig uit toen ze in een witzijden japon met zwarte linten het schavot betrad. Maar ze verwachtte gratie, zeker toen Peter de verhoging beklom. Hij kuste haar, maar zei toen zacht: „Ik mag de wet niet schenden door je leven te redden. Verdraag je straf moedig en richt je gebeden met een oprecht gelovig hart tot God.” Ze viel flauw. Hij knikte naar de beul, die zijn zwaard liet neerkomen. Peter pakte het beeldschone hoofd op en gaf de menigte een lesje anatomie door te wijzen op de doorkliefde ruggengraat, de open luchtpijp en de druipende aderen, alvorens hij een kus op de bebloede lippen drukte en het hoofd liet vallen.’ Na balseming liet de tsaar Mary’s hoofd tentoonstellen in zijn rariteitenkabinet.

Bloeddorst

Zo’n passage plaatst Peter eindelijk in een historische context, waarin zijn wrede en losbandige gedrag weinig verschilt van dat van monarchen elders in Europa. De overdreven potpourri van wellust en bloeddorst had Sebag Montefiore dan ook beter achterwege kunnen laten, om zich in plaats daarvan te concentreren op de ontwikkeling van de Russische monarchie en de betekenis van haar leiders. Want het is dit betreurenswaardige gebrek aan inhoudelijke verbanden dat zijn boek de das omdoet.