Waar ga je straks heen met een gebroken arm?

Ziekenhuistarieven Verzekeraar CZ heeft de prijsafspraken met ziekenhuizen openbaar gemaakt. Wat blijkt? De verschillen zijn soms enorm. Hoe kan dat? En wat heb je er aan als patiënt?

Een patiënt met borstkanker komt in het ziekenhuis om de tumor weg te laten snijden of een wond te laten behandelen. Dat kost 470 euro in de IJsselmeer ziekenhuizen in Flevoland. In het Ikazia ziekenhuis in Rotterdam is de prijs veel hoger: 1.825 euro. Voor dat geld, nergens is het duurder, krijgt de patiënt geen betere artsen, geen betere apparatuur en ook geen luxere behandeling. De ingreep is exact hetzelfde.

Zorgverzekeraar CZ maakte deze week, als eerste verzekeraar ooit, de tarieven openbaar die hij met ziekenhuizen afspreekt voor de verschillende behandelingen. Het gaat om de ingrepen die dit jaar vallen binnen het maximale eigen risico van 885 euro. Patiëntenfederaties, de Consumentenbond en het ministerie van Volksgezondheid zijn enthousiast. Eindelijk transparantie over de prijs van een behandeling.

De verschillen blijken groot. Patiënten kunnen nu, als ze verzekerd zijn bij CZ, bijvoorbeeld zien dat hun hersteloperatie bij de plastisch chirurg in het ene ziekenhuis meer dan 2.000 euro kost, terwijl een ander ziekenhuis minder dan 600 euro rekent. Het gaat om exact dezelfde behandeling, alleen het ziekenhuis is anders. Hoe kan dat?

Kwaliteit is moeilijk te meten

De prijs van een operatie of ingreep is de uitkomst van onderhandelingen tussen zorgverzekeraar en ziekenhuis. Voor ziekenhuiszorg is in Nederland 23 miljard euro beschikbaar aan belasting- en premiegeld. Zorgverzekeraars – de ‘grote vier’ (Achmea, CZ, Menzis en VGZ) hebben 90 procent van de markt in handen – spreken met ziekenhuizen af hoe die pot wordt verdeeld. Die gesprekken gaan niet alleen over prijs, kwaliteit en volume, maar ze gaan wél over totaalbedragen. Zie het als een taart die het ziekenhuis krijgt van de verzekeraar. De onderhandelingen gaan over hoe groot de taart is. Welke vruchten – ingrepen, behandelingen, consulten – de taart vullen, kan het ziekenhuis grotendeels zelf bepalen. Als het totale budget maar niet wordt overschreden. Ieder ziekenhuis maakt daarbij andere keuzes, en dat zorgt voor grote prijsverschillen.

Een woordvoerder van CZ: „Patiënten kunnen de tarievenlijst moeilijk gebruiken om een keuze te maken voor een ziekenhuis, want er zitten veel imperfecties in. Ziekenhuizen doen duizenden verschillende soorten ingrepen; het is voor ons ondoenlijk om voor elke aparte ingreep de prijs af te wegen tegen de geboden kwaliteit – als we die al kunnen meten.”

Idealiter zou een (CZ-)patiënt de gepubliceerde lijst met tarieven gebruiken voor een bezoek aan het ziekenhuis. Ga ik in mijn buurtziekenhuis veel te veel betalen voor mijn consult over aanhoudende buikklachten? Maar dat is lastig afwegen, want dokter en patiënt weten zelden tevoren welke behandeling zal worden aangeboden. Voor die buikpijn kunnen wel tien behandelingen de juiste zijn. Alleen als heel duidelijk is welke behandeling eraan komt – denk aan amandelen knippen – zou vooraf een goede vergelijking gemaakt kunnen worden.


handengips

Op veel cijfers is wat af te dingen

Het openbaar maken van de operatietarieven is onderdeel van een bredere beweging in de zorg. Minister Schippers (Zorg, VVD) wil meer transparantie. Onder druk van het ministerie werd de afgelopen jaren veel informatie voor patiënten openbaar gemaakt, die voorheen geheim bleef. Zo werden ziekenhuizen twee jaar geleden gedwongen in ‘kwaliteitsvensters’ de wachttijden voor bepaalde operaties, het aantal risicovolle operaties, het aantal sterfgevallen en patiëntervaringen openbaar te maken. Daardoor werd ineens duidelijk dat eenderde van de algemene ziekenhuizen te weinig riskante operaties uitvoerde, waardoor artsen hun bekwaamheid niet op peil hielden. Het leidde tot ingrijpen van de zorgverzekeraars, die ziekenhuizen geen geld meer geven als ze te weinig opereren.

Toch is er steeds kritiek wanneer ziekenhuizen prestaties openbaar moeten maken. Op veel van die cijfers is namelijk nogal wat af te dingen. Neem sterftecijfers: van een ziekenhuis met een heel laag sterftecijfer werd bekend dat het patiënten vlak voor hun overlijden vaak naar een hospice stuurde. Zo bleven het sterftecijfer laag, maar het zei dus niets over de veiligheid in het ziekenhuis.

Ziekenhuizen maken gedetailleerd cijfermateriaal over hun prestaties of prijzen dan ook liever niet bekend: ze lopen een pr-risico (krantenkoppen: ‘Duurste ziekenhuis van Nederland’, ‘Meeste doden in ziekenhuis X’) bij cijfers die zonder genuanceerde uitleg de werkelijkheid sterk kunnen vertekenen. Dat speelt ook bij de tarieven voor behandelingen zoals die nu bekend zijn geworden: ze zeggen niets over de kwaliteit in verschillende ziekenhuizen.

Een empathische arts

Bovendien: wat zeggen wachttijden, sterftecijfers, aantallen operaties of prijzen van ingrepen als niet duidelijk is of de arts die patiënten bezoeken zijn werk goed doet? Want dát is het belangrijkste en doorslaggevende argument voor mensen bij hun keuze voor een ziekenhuis. En juist die informatie is lastig te ontsluiten. Wanneer is een arts goed? Als hij technisch uitmuntend is? Of moet de arts ook empatisch zijn? Liefst allebei, maar elke patiënt kent weer een andere waarde toe aan deze kwaliteiten.

Voorstanders van meer transparantie in de zorg erkennen dat patiënten zich in dat opzicht nog geen compleet beeld kunnen vormen van de kwaliteit van ziekenhuiszorg. Maar het verweer van CZ tegen de kritiek op de openbaring van tarievenlijsten, is inmiddels klassiek in het genre: dit is een kleine stap, en al die kleine stappen samen leiden tot betere keuzemogelijkheden voor de patiënt. Uiteindelijk.