Turkije verdient steun, zegt Europese mensenrechtenchef

Infiltratie leger
Erdogan en Thorbjørn Jagland Foto AP

Europa heeft „te weinig begrip” getoond voor de situatie in Turkije na de couppoging. Dat heeft Thorbjørn Jagland, het hoofd van de Raad van Europa, de belangrijkste Europese mensenrechtenorganisatie, woensdag gezegd in Turkije.

Jagland, de hoogste Europese vertegenwoordiger die sinds de couppoging een bezoek brengt aan Turkije, noemde de couppoging „schandalig”. Volgens de Noorse oud-premier begrijpt Europa slecht hoe een „geheim netwerk kon infiltreren in het Turkse leger”. Turkije verdient volgens hem Europese steun.

Jagland zei dat Turkije de verantwoordelijken voor de mislukte staatsgreep moet aanpakken, maar dat moet volgens de wet gebeuren en met respect voor de mensenrechten.

Turkije is geen lid van de EU maar wel van de Raad van Europa, waarin 47 lidstaten samenwerken ter bevordering van de democratie, de rechtsstaat en de mensenrechten. Onder deze Raad valt bijvoorbeeld het Europees Hof voor de Rechten van de Mens in Straatsburg.

De Turkse politie deed woensdag een inval bij de Wetenschappelijke en Technologische Onderzoeksraad. Werknemers zouden gelieerd zijn aan de beweging van Fethullah Gülen, de prediker die door de Turkse president Erdogan verantwoordelijk wordt gehouden voor de coup. Volgens lokale media zouden bij de actie veel wetenschappers gearresteerd zijn.

Erdogan beklaagde zich eerder over het uitblijven van steun van westerse regeringsleiders. Hij verwijt ze een gebrek aan solidariteit met Turkije.