Tarieven verlagen, mag dat zomaar?

Postpakketten

De vereniging van winkeliers met een postpunt, spande een kort geding aan tegen PostNL vanwege lagere vergoedingen.

Een bezorger brengt pakketjes naar een ophaalpunt in een supermarkt in Voorburg. Foto Phil Nijhuis.

„Maar de grote lijn is dat de tarieven lager zijn?” Vier keer stelt de rechter aan de advocaat van PostNL dezelfde vraag, steeds in iets andere woorden. Betaalt het postbedrijf winkeliers met post- en pakketpunt nu minder of niet?

Advocaat Floris Diepraam haast zich in zijn antwoord de nuance te zoeken. Sommige winkeliers krijgen minder, zegt hij. Maar anderen juist meer, omdat ze bijvoorbeeld meer pakketten kunnen uitgeven in de groeiende pakketmarkt. Winkeliers met zo’n post- en pakketpunt, van supermarkten tot tabakszaken, verschillen volgens de advocaat te sterk van elkaar om tarieven te kunnen vergelijken.

PostNL (25.000 werknemers en 3,5 miljard omzet in 2015) en de VVP, branchevereniging voor winkeliers met een post- of pakketpunt, zijn het over weinig eens tijdens het kort geding van woensdag in Den Haag. Zelfs over de gevolgen van de veranderde vergoeding zijn ze het niet eens. Hoofdschuddend luisteren de partijen naar het pleidooi van de ander.

De VVP spande het kort geding aan omdat PostNL de vergoedingen voor handelingen als het aannemen van een pakket of het verkopen van postzegels per 1 juli eenzijdig verlaagde. Ongeveer 2.500 winkeliers hebben zo’n post- en pakketpunt, 2.000 van hen zijn aangesloten bij de VVP. Deze zaak werd aangespannen namens 350 winkeliers.

Volgens de VVP ontvangen haar leden 25 tot 40 procent minder inkomsten uit post en pakketten. Dat zou het onmogelijk maken daar nog iets op te verdienen. In totaal zou het een winkelier gemiddeld 8.000 tot 9.000 euro per jaar kosten.

PostNL verwerpt de uitkomsten van dit onderzoek, omdat het bedrijf stelt dat er te weinig winkeliers aan hebben deelgenomen.

Marktaandeel van 70 procent

Eigenlijk ging het kort geding van woensdag niet over verlaging van tarieven, maar over macht. PostNL – met een marktaandeel van 70 procent marktleider op het gebied van post en pakketten – misbruikt zijn positie, vindt de VVP. Volgens de branchevereniging kan het postbedrijf dreigen de PostNL-balie in de winkel te verplaatsen naar die van de concurrent, als het zijn zin niet krijgt. Tegelijkertijd is het winkeliers niet toegestaan om post en pakketten van concurrenten van PostNL aan te nemen.

In 2011 werden winkeliers met een post- of pakketpunt volgens de VVP onder druk gezet om een overeenkomst te sluiten met PostNL. Daarin stond onder meer dat het postbedrijf de vergoeding eenzijdig kon verlagen.

Aan die overeenkomst houdt het postbedrijf de winkeliers nu. „PostNL doet in wezen niets anders dan zich houden aan de afspraken”, zegt advocaat Diepraam tijdens de rechtszaak. „De VVP kan niet via de achterdeur aan die voorwaarden ontkomen.” Van dwang is volgens hem geen sprake. In de overeenkomst staat dat winkeliers vrij zijn om op te zeggen en met een andere postbezorger in zee te gaan.

Volgens de VVP ligt dat iets ingewikkelder: PostNL is een te grote speler om zomaar te kunnen vervangen, en een overstap naar een veel kleiner postbedrijf betekent financiële zorgen en mogelijk gedwongen vertrek van personeel.

PostNL twijfelt ondertussen zelfs of breed verzet tegen de lagere vergoedingen überhaupt bestaat. Zeven winkeliers maakten er schriftelijk bezwaar tegen, waaronder twee bestuursleden van de VVP. En zelfs zij gingen akkoord, net als de rest van de 2.500 winkeliers met een post- en pakketpunt.

Winkeliers protesteren niet uit angst, zegt de advocaat van de VVP, Ingrid Levelt-Iseger. „Ze zijn bang voor repercussies.” En volgens VVP-voorzitter Gerard van Wezenbeek gebruikten ruim vierhonderd winkeliers een toepassing op de VVP-site om te berekenen wat de lagere tarieven doen met hun inkomsten. Maar, zegt hij, „toen we vroegen om adressen, durfden maar 26 retailers zich te melden.”

De uitspraak is op 17 augustus.