Opiniemakers en -leiders

‘Steeds vaker”, schreef een lezer, „hoor en zie ik de benaming opiniemaker opduiken. Ik vind het een merkwaardig woord: als iemand opiniemaker is, maakt hij/zij dan een opinie? Hoe gaat dat dan in zijn werk? Mijn vader was kaasmaker. Hij verrichtte allerlei handelingen en het eindproduct was kaas. Maar opiniemaker? Mijn vraag: wanneer is dit woord voor het eerst opgedoken in Nederland? En wat wordt er nu precies mee bedoeld?”

Op de eerste vraag – hoe maakt iemand een opinie – kan een neuropsycholoog beter antwoord geven. Het lijkt mij dat een opiniemaker zijn cognitieve functies aanspreekt om argumenten over een onderwerp bijeen te rapen die volgens hem zo relevant zijn dat hij ze via de massamedia in de openbaarheid wil brengen. Dat geldt natuurlijk net zo goed voor opiniemaaksters, maar de meeste opiniemakers zijn nu eenmaal mannen.

Over de taalkundige kanten heb ik meer zekerheid. Volgens de Dikke van Dale is een opiniemaker een ‘opinieleider’ en dat is ‘iemand die de informatie van de massamedia (en wetenschap) doorgeeft, de discussie daarover stimuleert en de maatschappelijke meningsvorming beïnvloedt’. Volgens Wikipedia is het woord opinieleider omstreeks 1940 bedacht door de Amerikaanse sociologen Paul Lazarsfeld en Elihu Katz. Voor het Nederlands kan dat onmogelijk juist zijn, want het woord opiniemaker is al in 1837 aangetroffen en het woord opinieleider in 1872. Het Wikipedia-artikel opinieleider is overigens aan een herziening toe, want er staat: „Bekende opiniemakers zijn bijvoorbeeld Theo van Gogh en Piet Grijs.”

De geschiedenis van de woorden opiniemaker en opinieleider hangt samen met de woordcombinatie publieke opinie. De notie dat er zoiets bestond als een publieke opinie – een volksmening die kon worden beïnvloed – dateert, taalkundig gezien, van het eind van de achttiende eeuw. De Nederlandse Courant schreef in 1785: „En voor zo verre oneere of eere in de publieke opinie berust zal de stem van Nederland, hetzij zagt mompelende of held klinkende, de Rechtbank zijn wiens uitspraak niemand die waarlijk onschuldig is, ooit behoeft te vreezen.”

Het woord opiniemaker vinden we in 1837 bij Potgieter: „Regelmatig reizen er dus Nederlandse ministers, parlementariërs en opiniemakers naar Moskou om te praten over „terreinen van wederzijds belang” – sommige dingen veranderen nooit, hoewel de meeste opiniemakers hun meningen tegenwoordig baseren op informatie uit dezelfde massamedia die zij trachten te beïnvloeden.

Opinieleider vinden we aanvankelijk vooral in de verbinding publieke opinieleider. Zo schreef Multatuli in 1872, over een artikel van een zekere hoogleraar: „Ach, lezer, doe de N. Rotterd. Courant – en veel andere publieke-opinieleiders – een pleizier, en sla ’t over! Waarachtig, zulke opmerkingen zijn lastig voor hoofdartikel-schrijvers en kamerspeechers!”

Een significant verschil tussen kaasmakers en opiniemakers is de snelheid waarmee zij hun producten fabriceren. In dit verband schreef opiniemaker Rob Wijnberg in 2013 in De Nieuwsfabriek: „Het duurt (…) meestal niet langer dan een paar uur voordat een willekeurig onderwerp in het nieuws al door een heel leger aan politici, opiniemakers en journalisten van commentaar is voorzien, in veel gevallen zelfs nog vóórdat duidelijk is wat er precies is gebeurd of gezegd.”

De afgelopen drie jaar is dat tempo nog verhoogd. Inmiddels is de baktijd van de gemiddelde opinie, zeker op de sociale media, teruggelopen tot hooguit een paar minuten.