Goed zijn, maar geen geld krijgen: dat kan

Subsidies

De cultuurfondsen zijn eruit, de subsidies voor de podiumkunsten zijn verdeeld. Het is het resultaat van scherpe en moeilijke keuzes.

De getallen zijn nog dezelfde, veel namen niet. De afgelopen dagen maakten twee belangrijke cultuurfondsen bekend welke gezelschappen de komende vier jaar subsidie krijgen. Bij het Fonds Podiumkunsten hadden zo’n 200 landelijke muziekensembles, festivals, theater- en dansgezelschappen een aanvraag ingediend. Het Amsterdamse Fonds voor de Kunst (AFK) ontving aanvragen voor ongeveer evenveel culturele organisaties in Amsterdam.

De fondsen honoreerden respectievelijk 84 van de 212 aanvragen (Fonds Podiumkunsten, 25 miljoen euro te vergeven) en 130 van de 219 aanvragen (AFK, 21,4 miljoen). Rode lijn: een derde van de toekenningen betreft nieuwkomers.

En dus zijn er gezelschappen die de subsidie kwijtraken die ze de afgelopen vier jaar nog wel ontvingen van hun fonds. Ze zijn op zijn minst verbaasd, vaker zijn ze verbijsterd.

Opvallendste verliezers bij het Fonds Podiumkunsten: theatergezelschap Orkater, kamerkoor Cappella Amsterdam. Opvallende nieuwkomers: theatergezelschappen Urban Myth en Via Berlin, rockband De Staat en theatermaakster Marjolijn van Heemstra. Bij het AFK verloor het Bijbels Museum zijn subsidie. De Appel arts centre, dat net een bestuurscrisis achter de rug heeft, behoudt zijn subsidie van ruim vier ton.

70 procent positief beoordeeld

„Onze lijst is het resultaat van scherpe en moeilijke keuzes”, zegt directeur Henriëtte Post van het Fonds Podiumkunsten. Het budget voor 2017-2020 was twee keer overvraagd, voor festivals zelfs vier keer. En het is niet zo dat een afgewezen aanvraag duidt op slechte kwaliteit. Van alle aanvragen werd niet meer dan 40 procent gehonoreerd, toch werd zo’n 70 procent positief beoordeeld, zoals Orkater. Dat gebeurde aan de hand van criteria als artistieke kwaliteit, pluriformiteit, spreiding en ondernemerschap. „Al die instellingen kwamen dus in beginsel in aanmerking voor subsidie.”

Hoe kan dat? En hoe gaat dat beoordelen dan in z’n werk?

Eerst het verschil met vroeger. Tot 2012 had het Fonds Podiumkunsten nog een budget van 40 miljoen euro. Daarvan subsidieerde het 120 gezelschappen, waarvan sommige meerdere miljoenen per jaar kregen: het Internationaal Danstheater 2,8 miljoen, de Stichting Nederlands Kamerkoor 1,9 miljoen, Orkater 1,5 miljoen. De afgelopen vier jaar kreeg Orkater nog altijd 1 miljoen.

Toen staatssecretaris Halbe Zijlstra (VVD) het Fonds Podiumkunsten in 2011 met 30 procent kortte, introduceerde dat nieuwe subsidieregels. Er kwam een maximum per instelling van hooguit een miljoen (voor festivals drie ton). En er kwam een rangorde: wie het beste beantwoordt aan de beoordelingscriteria staat bovenaan, dan volgt nummer twee enzovoort.

Vandaar dat gezelschappen nu positief kunnen worden beoordeeld en toch geen subsidie krijgen: na een aantal toewijzingen is het geld op. Ook kan in elk van de categorieën een gezelschap precies op de ‘zaaglijn’ liggen, zoals het Fonds Podiumkunsten dat noemt: er is niet genoeg geld over voor de volledige subsidie en daarom krijgt het gezelschap uitgekeerd wat over is, niet wat het had aangevraagd. Zo kun je dus positief worden beoordeeld met geld, positief zonder geld, of negatief (zoals Capella Amsterdam).

Wat ook kan: geen geld krijgen bij het Fonds Podiumkunsten, wel bij het AFK. Orkater krijgt daar 5 ton, Cappella Amsterdam 75.000 euro. Idem dansgezelschap LeineRoebana en Veem Huis voor Performance: negatief beoordeeld bij het Fonds Podiumkunsten, positief bij het AFK.

Is dat niet vreemd, worden beoordeeld als voldoende maar toch een afwijzing krijgen? Ja en nee, zegt fondsdirecteur Henriëtte Post. „Het is moeilijk te verteren natuurlijk, als je in die categorie valt. Maar je hebt wel op grond van de criteria een positief oordeel gekregen. Daarmee maken we het in elk geval niet nodeloos ingewikkelder om eventueel nog geld te krijgen bij particuliere fondsen of bij de gemeente.”

En wel geld bij het ene fonds krijgen maar niet bij het andere, is dat afgestemd? „Nee, de commissies vergaderen onafhankelijk. En we hebben deels dezelfde criteria, maar ook andere. Wij kijken naar de landelijke spreiding.” Ze vindt ook niet dat „in een ideale wereld” alle positief beoordeelde gezelschappen gesubsidieerd hadden moeten worden. „Want dan spelen ook andere factoren een rol, zoals de balans tussen aanbod en afname. Je moet je blijven afvragen wat een gezond aantal gezelschappen is.”

Dus wat haar betreft hoeven we niet terug naar de periode van vóór 2012, toen er nog 40 miljoen subsidie was? Henriëtte Post: „Dat pleidooi houd ik niet, nee. Al was het maar omdat dat niet gaat gebeuren. Maar wij vinden wel dat er te veel geld is weggehaald. Dat zie je vooral bij de festivals. Daar hadden we graag meer geld aan willen geven.” Van de 52 festivals die dit jaar meedongen naar subsidie werden er door het Fonds Podiumkunsten 34 positief beoordeeld, waarvan een derde geld kreeg: 11 festivals en 1 concours.

Is de lijst een slagveld of ziet zij het anders? Henriëtte Post: „Je kunt ook zeggen dat een gezonde sector een zekere actualiteit moet hebben, dat het gesubsidieerde aanbod mee beweegt met de tijd.”

Waken over dynamiek en innovatie, heet dat officieel in het rapport. Vrijwel alle nieuwkomers ontvingen de afgelopen jaren projectsubsidie van het fonds. „Die heeft hen in staat gesteld zich te ontwikkelen. En nu konden ze het opnemen tegen de meer gevestigde namen. Doorstroming verzekert de aantrekkingskracht van de podiumkunsten voor de toekomst.”