Die Spelen in Rio: een feestje voor de happy few

Hou op met dat sprookje over de olympische welvaartsbrenger. Gastlanden blijven berooid achter.

©

De komende weken zullen ruim tienduizend sporters strijden voor de titel van hun leven, als de Olympische Spelen voor het eerst het Zuid-Amerikaanse continent aandoen. Gastland Brazilië, meer specifiek Rio de Janeiro, ziet zich momenteel geconfronteerd met in ieder geval vijf noodsituaties: een politieke, financiële, gezondheids-, vervuilings- en geweldscrisis.

Je kan het Internationaal Olympisch Committee hier niet rechtstreeks voor verantwoordelijk houden, hoewel er een onmiskenbaar verband is tussen de komst van het mega-evenement en het stijgende politiegeweld in de stad. Wat het IOC wél is aan te rekenen, is dat zij het sprookje blijft verdedigen van de Spelen als vruchtbaarheidsboom, of zoals IOC-voorzitter Bach zegt, ‘transforming a metropolis into a better city’, in plaats van wat het werkelijk is: een destructief cruiseschip voor de happy few, waarvoor alles en iedereen moet wijken.

Ook in Rio zijn weer hele gemeenschappen – altijd arme – uit hun huizen verjaagd, terwijl de miljoenen met name zijn geïnvesteerd in goede buurten met de laagste inwoneraantallen. De peperdure metrolijn, gefinancierd door de staat Rio die in juni een financiële noodtoestand uitriep, loopt van het Olympische dorp in de blitse buitenwijk Barra da Tijuca naar de chique toeristenbuurten rond Ipanema en Leblon. Naast de dichtgeslibde wegen is een aparte rijbaan voor atleten en begeleiders gecreëerd, waarvan inwoners geen gebruik mogen maken. Burgemeester Paes volhardt dat het merendeel van de investeringen heus naar het arme noorden en westen van de stad ging, maar een analyse van Rio On Watch bewijst het tegendeel. Paes hamert erop dat niet de belastingbetaler, maar private investeerders ruim de helft van alle kosten dragen. Een beperkte voorstelling van zaken: in veel gevallen hebben vastgoedondernemers met staatsleningen miljoenenprojecten uit de grond gestampt, waarbij alle regelgeving terzijde is geschoven en zij de rechten verwierven om na afloop van de Spelen hun gebouwen op de vrije markt te kunnen verkopen.

Ander aspect is de veiligheid. In een land met het hoogste aantal moorden ter wereld, rond de zestigduizend per jaar, een stad met disproportioneel politiegeweld, in een tijd van terreurdreiging, werkt een feestje met een half miljoen gasten op de lachspieren. Van de zenuwen – niet van plezier. London 2012 was de grootste veiligheidsoperatie sinds WOII, Rio 2016 is daar een verdubbeling van. Tegen een prijskaartje van twee miljard dollar worden 85.000 veiligheidsmensen gemobiliseerd en diverse favela’s (de armste buurten) door het leger bezet. De ‘Ring of Steel’ van Sotsji is hierbij vergeleken een satijnen strik. In een gemilitariseerde stad met een opgeschort dagelijks leven, zullen we komende weken vast en zeker kunnen genieten van een soepel lopend sportevenement.

Het zogenaamde multiplier-effect waarmee het IOC blijft schermen – het idee dat voor iedere geïnvesteerde dollar op termijn een veelvoud terugkomt – is niet alleen voor Rio een sprookje. Onderzoek wijst uit dat dit effect vaak wordt overdreven. Met een gemiddeld kostenplaatje van ruim 16 miljard dollar, en een opbrengst van 10 miljard dollar, blijven de meeste gaststeden berooid achter. Het is dan ook niet voor niets dat er steeds minder landen zijn die zich als potentiele gastheer aanbieden, of zelfs hun ‘bid’ bij nader inzien intrekken. Zoals geograaf Gaffney, die het effect van mega-evenementen onderzoekt, stelt: in landen met een relatief hoogopgeleide bevolking en vrije pers, een hoge mate van transparantie en een referendum vóór organisatie, zien we dat het idee wordt verworpen.

De enige reden dat het IOC niet aan de noodrem trekt, nu het businessmodel van de Spelen op menselijk niveau zo overduidelijk failliet is, is het enorme financiële belang van een kleine groep. Want terwijl de staat Rio de financiële noodtoestand uitriep, artsen, verpleging en leraren al maanden niet of te weinig betaald krijgen, ziekenhuizen geen medicijnen meer hebben en agenten toeristen op het vliegveld welkom heten met een spandoek ‘Welcome to hell’, zien multinationals voldoende reden hun budgetten op het evenement stuk te slaan – met de gebruikelijke gift aan een lokaal kinderproject.

Dit businessmodel maakt misbruik van bevolkingen die de instrumenten niet hebben het tegen te houden. In plaats van het IOC-lidmaatschap als een erebaantje te zien, moeten de leden de zware taak op zich nemen dit een halt toe te roepen. Dat begint bij onder ogen zien dat dit model niets meer met de oorspronkelijke filosofie van olympisme, verbondenheid of menselijke waardigheid te maken heeft, maar garant staat voor elitisme, uitsluiting en menselijk leed. Als het cruiseschip over een paar weken weer vertrekt, blijven de inwoners van Rio achter om de scherven van hun stad op te rapen.

Roxane van Iperen is jurist en schrijver. In de aanloop naar Rio2016 schreef zij voor De Correspondent een serie reportages over Brazilië. Haar debuutroman Schuim der Aarde (Lebowski, juli 2016) speelt zich af aan de rauwe onderkant van Brazilië.