De vraag is: wie van hen haalt goud?

Zwemmen

De zusjes Campbell zijn de grote favorieten op de 100 meter vrije slag. Ze zijn beste vriendinnen, maar ook elkaars concurrenten.

Foto Getty Images/Chris Hyde

Jaloezie om elkaars prestaties? Dat was vroeger. Toen ze klein waren en elkaar knepen als de een meer had gewonnen dan de ander. Van die rancuneuze rivaliteit is geen spoor meer te vinden bij Cate (24) en Bronte (22) Campbell, de twee snelste zwemsters ter wereld.

De Australische zusjes zijn in Rio favoriet voor goud en zilver op het nummer dat vier jaar geleden, in Londen, nog werd gewonnen door Ranomi Kromowidjojo: de 100 meter vrije slag. Maar na 2012 sloeg de balans ver door naar de Campbells. Zo ver zelfs dat het goud op de estafette 4×100 meter vrij, zaterdagnacht in Rio, eigenlijk al aan Australië is vergeven. De golden girls uit Nederland strijden daar, rampen onder de Australische Dolphins daargelaten, echt alleen voor het zilver.

Niet alleen vormen de zusjes samen de wereldtop op het koninginnenummer, ze zijn op vrijwel alle manier volmaakt met elkaar verbonden. „Een beetje als Siamese tweelingen”, liet Cate zich eens ontvallen. Zusjes, beste vriendinnen, trainingspartners, huisgenoten. Helemaal vreemd is dat niet, gezien hun jeugd. Ze groeiden op in Malawi, als dochters van Zuid-Afrikaanse ouders. Vader werkte daar als accountant, moeder was verpleegster. Ze gaf haar kinderen thuis onderwijs – en zwemles. In 2001 emigreerde het gezin naar Brisbane, waar Cate en Bronte gingen zwemmen om andere kinderen te leren kennen.

Onwaarschijnlijk wereldrecord

Ze vormen een uniek paar in de zwemwereld. Torenen zo hoog uit boven de rest uit dat het de vraag lijkt wie van de twee in Rio goud haalt op de individuele 100 vrij, en wie zilver. Cate is favoriet, zeker nadat ze een maand geleden vriend en vijand verraste met een onwaarschijnlijk wereldrecord op de 100 vrij: met haar 52,06 was ze 0,01 seconde sneller dan Britta Steffen in 2009. Maar de Duitse dreef destijds in een superzwempak dat nu streng verboden is. Dat Campbell die wondertijd midden in haar voorbereiding op Rio kraakte, in een pak van ouderwets textiel, zegt alles over haar exceptionele kracht. Ter vergelijking: het ‘pr’ van Kromowidjojo is 52,75, maar dateert van april 2012. Dit seizoen kwam ze niet verder dan 53,14.

Dat Cate Campbell zo hard zwemt, heeft alles te maken met haar lengte (1,86 meter), haar lange armen en smalle heupen. Alles bij elkaar het perfecte lichaam voor een sprintster – een supermodel, in zwemtermen.

Bronte is kleiner (1,79 meter), maar gezegend met een fabelachtige drive om te winnen. Als kind was zij de snelste, tot grote frustratie van haar oudere zus. Bronte paradeerde met haar medailles door het huis, zette haar prijzen pontificaal op de keukentafel om Cate te plagen, vertelde ze eens in The Australian. „Het was afschuwelijk”, zei Cate. Eén keer stal ze alle medailles van haar zusje en verstopte ze onder haar bed. „Achteraf niet de beste plek”, wist Cate. „Mama vond ze natuurlijk. Ze vertelde me dat ik net zo hard mijn best moest doen als Bronte als ik ook zo goed wilde worden.”

Die les nam ze mee. In Londen (2012) leidde ze de Australische estafetteploeg naar goud in een rechtstreeks duel met Nederland, dat jaren had geheerst op de grote toernooien.

In haar slipstream kwam Bronte het afgelopen jaar tot volle wasdom. Op de WK in Kazan versloeg ze Cate verrassend in de finale, maar dat had te maken met een schouderoperatie die Cate’s voorbereiding had beïnvloed.

Spartaans trainingsregime

Ze hebben één belangrijke constante in hun zwemcarrière. Die heet Simon Cusack, voormalig schapendrijver in Queensland, nu al jaren zwemcoach in de beroemde Valley Pool in Brisbane. De Campbells danken hun snelheid voor een groot deel aan het spartaanse trainingsregime dat hij hen oplegde.

Zelfs de Australische bondscoach Jacco Verhaeren, toch niet de eerste de beste als het gaat om het begeleiden van specialisten op de 100 vrij (Kromowidjojo, Pieter van den Hogenband, Inge de Bruijn), kijkt nog steeds zijn ogen uit. „Cate kan echt door een muur heen zwemmen, buiten haar fysiek en alles wat ze mee heeft”, zegt hij in Rio.

„Ze traint het hele jaar door met een zeer hoge intensiteit. Daardoor is ze echt gewend om door die muur te zwemmen. Coaches denken altijd in lactaatwaarden – hoeveel pijn kun je lijden als sporter? Bij Cate is dat ongelooflijk.”

De zusjes gunnen elkaar alles, zweren ze op hun persconferentie in Rio. „Om eerlijk te zijn kijk ik vooral uit naar het zwemmen met Bronte op de estafette, dat wordt een geweldige avond”, zegt Cate, die in haar zus geen concurrent ziet. „Ik zwem niet tegen Bronte op de individuele nummers. Je wilt je allerbeste race zwemmen, en ik hoop dat Bronte dat ook doet. Ik heb geen controle over wat anderen doen.”

Ook niet over de prestaties van Kromowidjojo, zegt de wereldrecordhoudster. Als een Nederlandse journalist haar voorlegt dat ‘Kromo’ bij voorbaat kansloos is, antwoordt ze met een cynische lach. „Ze is tweevoudig olympisch kampioen! Ranomi is een geweldige racer, dat laat ze altijd zien. Je kunt nooit iemand afschrijven. Dat is zo gaaf aan de Spelen. Hier kan alles gebeuren.”