Zelfs na 300 keer is het niet saai

Voor sommigen is de zomer dit jaar een extra drukke periode. Boogschutter Sjef van den Berg (21) komt deze week in actie op de Olympische Spelen.

Olympiër Sjef van den Berg (21) tijdens een training. Foto Tammy van Nerum

Hij schiet tijdens een training twee- tot driehonderd pijlen. En nee, zegt Sjef van den Berg (21), ook na de driehonderdste keer is het niet saai. „Het vergt techniek en focus.” Zijn trainer, bondscoach Ron van der Hoff, knikt instemmend.

Deze week vertegenwoordigt Van den Berg met zijn teamgenoten Rick van der Ven en Mitch Dielemans Nederland op het onderdeel recurve bij de Olympische Spelen in Rio de Janeiro. Op het moment van schrijven is Van den Berg net terug uit Shanghai, waar hij bij de wereldbekerwedstrijden goud haalde.

Het is een stralende dag op Nationaal Sportcentrum Papendal. Hier, in de bossen in de luwte van Arnhem, wordt door topsporters en toptalenten getraind op groene velden of in binnenruimtes die speciaal voor hun sport zijn ingericht.

Van den Berg tuurt naar zijn doel, 70 meter verderop: een ronde schietschijf, zoals we die kennen uit oude Looney Tunes. Hij neemt zijn tijd, spant de boog, richt met zijn dominante oog, schat de omstandigheden in en schiet. „Er staat nu best wat wind, dat kun je zien aan die wapperende vlaggen naast het veld. Dan probeer je hem iets meer rechts in het rood weg te schieten”, legt Van den Berg uit. „Je zag net dat de pijl iets meer naar links afboog. Nou ja, jij ziet het niet, maar als je al je halve leven hiermee bezig bent, dan zie je dat.”

Vijf uur training per dag

De Brabander is vanaf zijn vierde in de weer met pijl en boog, in navolging van zijn vader. In het begin was dat een uurtje per week, toen hij zeven was werd dat twee uur en vanaf zijn tiende traint hij elke dag. Sinds zijn 16de woont hij met vijftig andere sporters in de buurt van het topsportcentrum en traint hij vijf uur per dag. Drie uur in handboogschieten, daarna nog twee uur fysieke training. „Ik ben gelukkig op Papendal. Hiervoor stond ik met mijn vader op een veld in Schijndel te schieten en liep ik hard om fysiek sterk te zijn. Hier kan ik veel gerichter trainen en ik ben onder gelijkgestemden.”

Zijn 3.000 euro kostende boog weegt 6 kilo en is loeizwaar als je hem met gestrekte arm vasthoudt. „Ik speel met de zwaarste boog, dat is zo gegroeid. Als ik hem uittrek, komt er een spanning van 25 kilo op te staan.” Als hij over zijn boog spreekt, krijgt de twintiger iets ontwapenends over zich. „Ik ben er heel erg aan gehecht, ik heb er toch mooie titels mee binnengehaald. Als ze versleten is, gaat ze ook echt niet weg. Mijn coach vindt dat ik te veel verzamel, ik heb thuis wel dertig bogen. Voor mij zijn het trouwe vrienden.”

Het is muisstil op het veld, in opperste concentratie wordt er geschoten. Het enige wat je hoort zijn de bogen die zich ontspannen nadat er een pijl is geschoten, en een doffe plof als het doel geraakt wordt. Als de pijlen op zijn, loopt Van den Berg op zijn dooie akkertje naar het doel vlakbij de bosrand. „Dat loopje is een moment dat je niet hoeft te focussen. Dat je alles even los kunt laten.”

Concentratie is een eigenschap die kan worden getraind en verbeterd. Maar voor Van den Berg is volledige concentratie niet altijd vanzelfsprekend: hij kampt met migraine en clusterhoofdpijnen. „Daarom heb ik de vorige keer in Shanghai, ook zo slecht geschoten.” Tijdens die wereldbekerwedstrijden, in 2014, haalde hij brons.

Is topsport wel mogelijk als je kampt met zulke klachten? „Die hoofdpijnen zijn vervelend, maar je moet toch gewoon door. Doorbijten. Ik moet accepteren dat het kan dat ik er minder goed door presteer.” Ook vandaag is Van den Berg opgestaan met hoofdpijn. „Ik overleg straks met de coach of ik de fysieke training vandaag mag overslaan. Dan ben ik morgen hopelijk weer fit.”

Mediteren in bed

Van den Berg legt zich sinds 2014 meer toe op het psychische aspect van zijn sport. De ploeg werkt inmiddels met een mentale coach, oud-proftennisser Jackie Reardon. „Zij heeft me geleerd te mediteren, dat helpt me bepaalde dingen los te laten. Als ik nu een pijl slecht schiet, sta ik er niet meer te lang bij stil. Vroeger verweet ik mezelf dat enorm, en dat werkte door in mijn prestaties.” Het mediteren doet hij in bed, elke dag 15 minuten lang.

De sport brengt Van den Berg en zijn teamgenoten de hele wereld over. Van de Grand Prix wedstrijd in Griekenland tot de Europese kampioenschappen in Azerbeidzjan. En nu dus ook naar de Spelen in Rio. „Het is natuurlijk fantastisch dat je aan zoiets mee mag doen, maar je bereidt je niet anders voor dan voor andere wedstrijden. Het schieten blijft hetzelfde.”

Bondscoach Ron van der Hoff knikt. Hij werd zelf ooit vijfde op de Spelen. Toch is het extra belangrijk dat je voor de winst gaat. „Je krijgt als sporter vaak maar één keer de kans om mee te doen.” Natuurlijk wil hij winnen, zegt Van den Berg. „Maar ja, je moet zien hoe het gaat.” Hopelijk waait het. „Dan schiet je slechter, maar Nederlanders doen het nog altijd beter dan de andere deelnemers. We hebben hier denk ik meer wind dan in andere landen.”